Sterke toename houtgroei in Europa en Nederland door stikstofdepositie en klimaatverandering

Wageningen Environmental Research
6-JUN-2018 - Houtgroei in Europa is de afgelopen vijftig jaar met circa zestig procent toegenomen. Naast veranderingen in management, is dit vooral het gevolg van de toegenomen stikstofdepositie. Dit blijkt uit een modelanalyse gebaseerd op veldgegevens. De voorspelde toename in CO2 en temperatuur in de komende decennia zijn de belangrijkste reden voor een verwachte verdere stijging in houtgroei.
Deel deze pagina

Bosgroei en koolstofvastlegging door veranderingen in luchtkwaliteit en klimaat

Menselijk handelen heeft met name in de afgelopen vijftig jaar tot sterke veranderingen in luchtkwaliteit geleid. Het ging hierbij vooral om een toename in de concentratie CO2 en ozon (O3), en een toename in depositie van stikstof (N). Tegelijkertijd is er sprake geweest van een duidelijke verandering in regenval en een toenemende temperatuur door klimaatverandering. Al deze veranderingen hebben invloed op de groei van bossen en daarmee ook op de hoeveelheid CO2 die bossen vastleggen. De biomassa van bos bestaat namelijk voor ongeveer de helft uit koolstof. Uit veldstudies blijkt dat de houtgroei in Europese bossen in de afgelopen vijftig jaar (de periode 1960-2010) met circa zestig procent is toegenomen.

Welke factoren hebben deze sterke toename in houtgroei veroorzaakt? En wat zal de invloed zijn van de verwachte afname van ozonconcentratie en stikstofdepositie, maar een stijgende CO2-concentratie en temperatuur op de houtgroei in de komende vijftig jaar? De verwachting is dat het bemestende effect van de stijgende CO2-concentratie en stikstofdepositie verantwoordelijk zijn voor een toename in groei. Overigens kan een zeer hoge stikstofdepositie de groei juist weer remmen door bodemverzuring met een daaraan gekoppelde onbalans in voedingsstoffen, en door een verhoogd risico op het optreden van vorst- en droogteschade en schade door ziekten en plagen. De gevolgen van klimaatverandering leiden naar verwachting tot een toename in groei in koudere gebieden (Noord- en Midden-Europa) en een afname in groei in warmere gebieden (Zuid-Europa). De groei neemt waarschijnlijk af door het giftige effect van de gestegen ozonconcentratie (om precies te zijn de fytotoxische ozondosis).

De veranderingen in luchtkwaliteit en klimaat kunnen ook de koolstofvastlegging in bosbodems beïnvloeden. Ten eerste doordat de veranderde groei gevolgen heeft voor de koolstoftoevoer naar de bodem in de vorm van bladval. Ten tweede kunnen veranderingen in temperatuur, vochtbeschikbaarheid, zuurgraad en stikstofbeschikbaarheid de afbraak van organische stof, en dus van koolstof, beïnvloeden.

Onderzoek naar effecten van luchtverontreiniging en klimaatverandering

Om inzicht te krijgen in de effecten van vroegere en verwachte toekomstige veranderingen in het klimaat (temperatuur, neerslag), CO2-concentratie, stikstofdepositie en blootstelling aan ozon op de groei en koolstofvastlegging van Europese bosecosystemen, is een modelonderzoek uitgevoerd. De groei en koolstofvastlegging in bomen werd op basis van literatuuronderzoek berekend met aangetoonde relaties tussen groei en de verschillende veroorzakers van verandering. De berekeningen vonden plaats voor de periode 1900-2050.

Depositiemeting in Speulderbos

Berekende veranderingen in houtgroei en koolstofvastlegging

Volgens de modelberekening steeg de Europese gemiddelde totale koolstofopslag in zowel bossen als bosbodems tussen 1950 en 2000 met 41 procent vergeleken met 1900 als gevolg van veranderingen in luchtkwaliteit en klimaat. De voorspelde houtgroei nam daarbij toe met ongeveer 25 procent. Waargenomen veranderingen waren met circa 60 procent nog veel hoger, maar dit is vrijwel zeker het gevolg van bosmanagement, zoals keuze van betere variëteiten van een boomsoort. Uit de modelanalyse blijkt dat de toename tussen 1950 en 2000 vooral werd veroorzaakt door een toenemende stikstofdepositie en CO2-concentratie. Het model voorspelt dat er tussen 2000 en 2050 nog steeds sprake zal zijn van een toenemende houtgroei, maar dat dit duidelijk minder zal zijn dan in de periode 1950-2000. De voorspelde toename tussen 2000 en 2050 zal voornamelijk het gevolg zijn van de toename van CO2 en temperatuur.

Regionale verschillen

De resultaten geven aan dat de toename in houtgroei en koolstofvastlegging in bossen en bosbodems in de periode 1950-2000 hoger was in Centraal-Europa dan in Noord- en Zuid-Europa. In de periode 2000-2050 worden echter de grootste veranderingen in Midden- en Noord-Europa voorspeld. Dit regionale verschil is te wijten aan het voorspelde grote effect van stikstofdepositie in Centraal-Europa in het verleden en van toekomstige klimaatverandering in zowel Centraal- als Noord-Europa. Voor Nederland zijn de voorspellingen vergelijkbaar met die voor Europa, maar hier waren de verschillen minder sterk omdat de gunstige effecten van stikstofdepositie op groei al rond de tachtiger jaren verminderden als gevolg van de te hoge depositieniveaus en bijbehorende verzuring.

Meer informatie

Tekst: Wim de Vries, Wageningen Environmental Research
Foto's: Nikanos, Wikipedia CC BY-SA 2.5 (leadfoto: beukenbos); Albert Bleeker, PBL

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen