Delfstofwinning langs rivieren goed voor natuur en veiligheid

De Vlinderstichting, Wageningen Environmental Research
15-JUN-2018 - De delfstofwinnende industrie langs rivieren heeft in 24 projecten samen 3400 hectare nieuwe natuurgebieden opgeleverd op kosten van het bedrijfsleven. Uit vergelijking voor en na de winning bleken vooral vlinders, planten, vogels en libellen sterk in aantal toe te nemen. Vissen namen af. De projecten leverden samen 370 centimeter waterstandverlaging in de rivier op waardoor de veiligheid toenam.
Deel deze pagina

Zand, grind en andere delfstoffen worden gewonnen omdat ze nodig zijn als grondstoffen voor de bouw. De afgelopen tientallen jaren heeft de zand- en grindwinnende industrie veel projecten uitgevoerd waarin delfstofwinning gecombineerd werd met natuurontwikkeling, waterveiligheid en recreatie. De bijdrage van deze projecten op het gebied van biodiversiteit (Natura 2000) en waterstandverlaging (rivierveiligheid) is onderzocht door Wageningen Environmental Research en De Vlinderstichting in opdracht van Cascade (de vereniging van zand- en grindproducenten) en gefinancierd vanuit het programma LIFE IP Deltanatuur.

Natuurwaarde voor en na winning

Voor de analyse is een natuurpuntensysteem gebruikt om voor 24 gebieden de natuurwaarde te berekenen in een even lange periode voor en na de winning (3 tot 5 jaar). De soortgegevens zijn afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna. Bij de vergelijking van de aantallen soorten aangetroffen voor en na de delfstofwinning in 24 gebieden, is vrijwel altijd het aantal soorten na afloop groter. Dit is een verheugende constatering. De biodiversiteit neemt toe.

Tal van nieuwe natuurgebieden

Dagvlinders, vaatplanten, vogels en libellen vertonen de sterkste stijging in aantal. Alleen het aantal soorten vissen is lager na de winning dan voor de winning. Bij de toename gaat het vooral om algemene soorten. De echt kenmerkende, vaak zeldzamere soorten van het rivierengebied zijn er nog niet. Vooral soorten van natte milieus en oevers nemen toe, de doelsoorten van stroomdalgraslanden en vochtige ooibossen (twee prioritaire Natura 2000-habitattypen) nemen nog niet sterk toe.

Onder invloed van de delfstofwinnende industrie zijn in het rivierengebied tal van nieuwe natuurgebieden gerealiseerd. De projecten in dit onderzoek leveren al 3400 hectare nieuwe natuur op. Dit is de helft van de 7000 hectare nieuwe natuur in 2015 langs de grote rivieren die Rijkswaterstaat heeft afgesproken met het Ministerie van LNV. De natuurgebieden liggen als een kralenketting langs de rivier, waarbij de rivier zelf de robuuste verbinding vormt, zeker als het gaat om de natte natuur. Deze projecten dragen ook bij aan de waterveiligheid (‘Ruimte voor de rivier’). In totaal leveren de projecten uit dit onderzoek ruim 370 centimeter waterstandverlaging in de rivier op. De realisatie van nieuwe natuur en waterveiligheid door de delfstofwinnende industrie is voor Nederland aantrekkelijk. Natuurontwikkeling en waterveiligheid worden op kosten van het bedrijfsleven gerealiseerd. De mate waarin bedrijven zich met natuur en biodiversiteit bezighouden, verschilt per bedrijf. Sommige bedrijven profileren zich sterk op dit vlak met veel publiciteit. Over het geheel genomen is de sector bescheiden over de gerealiseerde natuur, veel van de erkenning belandt bij partijen als Natuurmonumenten of andere organisaties die het gebied na afloop van de winning beheren.

Knolsteenbreek, een kritische soort die hoge eisen stelt aan de groeiplaats

Kansen voor stroomdalvegetaties

WeidebeekjufferDe conclusie van het onderzoek is dat de bijdrage van de sector aan natuur en waterveiligheid hoog is. Als advies is gegeven dat er meer gedaan zou kunnen worden aan met name stroomdalvegetaties. Stroomdalgrasland is een ernstig bedreigd prioritair Natura 2000-habitattype uit het rivierengebied. Prioritair wil zeggen dat Nederland in Europees verband heeft afgesproken dat niet alleen instandhouding voldoende is, maar dat extra inspanning geleverd zal worden om het areaal stroomdalgrasland te vergroten. De laatste restjes stroomdalgrasland zijn zo versnipperd, dat soorten nieuwe gebieden niet vanzelf kunnen bereiken. Veel nieuwe riviernatuur wordt begraasd, maar voor het ontwikkelen van stroomdalgraslanden is dat niet voldoende. Het vereist extra aandacht in de planfase van projecten, maar ook in uitvoering (geschikt maken milieu, creëren van hoger gelegen rivierduintjes, eventueel inbrengen van gewenste soorten via maaisel of iets dergelijks) en het beheer na afloop. Hier liggen kansen waar de zand- en grindwinners samen met terreinbeheerders nog hele mooie dingen kunnen bereiken!

Meer informatie

Tekst en figuren: Friso van de Zee, Wageningen Environmental Research en Albert Vliegenthart, De Vlinderstichting
Foto’s: Albert Vliegenthart (leadfoto: grote grazers in de Lobberdense waarden); Friso van der Zee; Wageningen U&R

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen