Scheefbloemwitje zet opmars voort

De Vlinderstichting
20-AUG-2018 - Het scheefbloemwitje is in 2015 voor het eerst in Nederland gezien, en sindsdien is de soort met een enorme opmars bezig. Per generatie, en er zijn vier tot vijf generaties per jaar, kan de soort zeker een kilometer of 50 uitbreiden. Inmiddels zijn er ook uit de provincies Drenthe en Groningen bevestigde meldingen.
Deel deze pagina

Scheefbloemwitje in Nederland: groen = tot en met 2017, rood = 2018. De uitbreiding zal nog verder gaan, want scheefbloemwitje vliegt nog tot ver in september Het scheefbloemwitje is een relatief nieuwe soort in Nederland. In 2015 werden de eerste waarnemingen gedaan in Limburg. In 2016 verscheen de soort op veel meer plaatsen in Limburg. In 2017 kwamen de waarnemingen weer wat noordelijker uit Limburg tot aan Arcen en ook uit Twente; waarschijnlijk waren deze laatste vanuit het oosten Nederland binnengekomen. Op 25 september 2017 werd het scheefbloemwitje gefotografeerd in Wageningen. Uit de publicaties over de sterke uitbreiding in Duitsland komt wel naar voren dat vooral de septembergeneratie een sterke trekdrang heeft en juist dan de grootste afstanden aflegt. Deze waarneming uit Wageningen is zo’n 70 kilometer verwijderd van Arcen en zelfs 90 vanaf de locatie bij Enschede. De enorme afstanden die het scheefbloemwitje aflegt zijn niet verrassend, want in een hele korte tijd is de soort ook vanuit de Alpen naar het Noorden gekomen. Vooral in de latere generaties, zoals die nu en de komende weken vliegt, is de zwerfneiging groot en kunnen de vlinders grote afstanden overbruggen. Tot 2008 was dit namelijk een vlinder van steile en rotsachtige berghellingen. De dichtstbijzijnde vliegplaatsen lagen in de Alpen of nog verder weg. In 2008 werd hij geheel onverwacht gevonden in de buurt van Zürich, ver weg van zijn normale leefgebied. Toen bleek hij ineens algemeen te zijn in allerlei dorpen en steden. Een typische vindplaats: rotstuintjes met scheefbloem (of verwanten). Hij heeft deze rotstuintjes dus ontdekt als nieuw leefgebied.

Belangrijke verschilkenmerken tussen de vier witjes

Mannetjes zijn wat moeilijker te herkennen dan vrouwtjes, maar hebben wel de zelfde kenmerkenVanaf dat moment gaat het snel. Dankzij vier tot vijf generaties per jaar kan de soort zich razendsnel noordwaarts uitbreiden. Dat leidt ertoe dat de vlinder in 2014 gevorderd is tot Midden Duitsland en in 2015 dus voor het eerst in Nederland werd gevonden. We zien dat er in 2018 al weer een flinke uitbreiding heeft plaatsgevonden en de overwegende richting lijkt Noordwest te zijn. Dat zou betekenen dat er nog dit jaar waarnemingen uit Amersfoort, Utrecht en mogelijk zelfs Amsterdam zouden kunnen komen. We vragen iedereen dan ook om extra op te letten, en als je een ‘verdacht’ koolwitje ziet om daar een foto van te maken: het liefst van de bovenzijde. Geef je waarneming door via Waarneming, Telmee of de jaarrond Tuintelling. Een belangrijk kenmerk van het scheefbloemwitje is de vorm en grootte van de donkere vleugelpunt en stip op de voorvleugel (zie bovenstaand overzicht).

Tekst: Chris van Swaay & Kars Veling, De Vlinderstichting
Foto’s: Joop Verburg, Marlie Huskens, Chris van Swaay & Kars Veling (leadfoto: tuin met scheefbloem)

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen