STOWA laat trends waterinsecten en mogelijke oorzaken achteruitgang onderzoeken

EIS Kenniscentrum Insecten
31-MEI-2019 - Gaan onze aquatische insecten net zo achteruit als de vliegende landinsecten? Is het mogelijk om oorzaken aan te geven voor gevonden trends ? En wat leren we daarvan? Dat zijn vragen die Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) wil laten onderzoeken door de Radboud Universiteit en EIS Kenniscentrum Insecten.
Deel deze pagina

In 2017 veroorzaakte een onderzoek naar de afname van de biomassa aan insecten veel beroering. Toen bleek dat in de afgelopen 27 jaar de biomassa van vliegende insecten met meer dan 75 procent is afgenomen in beschermde natuurgebieden van Duitsland. Onderzoeken in Nederlandse (natuur)gebieden bevestigden het beeld en toonden aan dat de situatie in Nederland vergelijkbaar is. De afname van insecten leidt tot het wegvallen van belangrijke schakels in het voedselweb, wat zich onder andere uit in de afname van voedsel voor vogels.

Gestandaardiseerde methodes zijn van groot belang voor de vergelijkbaarheid van de resultaten van monsternames

Veel insecten brengen een deel van hun leven door in oppervlaktewater. Libellen, muggen, haften, eendagsvliegen en steenvliegen zijn daar voorbeelden van. De waterschappen vroegen zich af of de afname van biomassa ook waarneembaar is bij de insecten met een aquatische levensfase. Waterschappen spannen zich in om de biodiversiteit in watersystemen en de ecologische kwaliteit van oppervlaktewater te vergroten. Het is dan van belang om beter te begrijpen welke factoren van invloed zijn op die afname van insecten.

De steenvlieg Amphinemura standfussi. Steenvliegen zijn zeer gevoelig voor afname van de waterkwaliteit

Het onderzoek wordt uitgevoerd door EIS Kenniscentrum Insecten en de Radboud Universiteit. Om alle goede data en metadata boven water te krijgen, moesten de onderzoekers terug naar de oorspronkelijke gegevens zoals aanwezig bij de waterschappen. Vanwege de enorme hoeveelheid werk is gekozen om het onderzoek te focussen op zeven waterschappen. Waterschappen verzamelen al vanaf de zeventiger jaren van de vorige eeuw gegevens over de samenstelling van flora en fauna en over de omstandigheden waaronder die zijn aangetroffen. Na selectie bleken de gegevens van ruim 15.000 monsternames van circa 3.500 locaties geschikt te zijn voor analyse in dit onderzoek, waardoor circa 800.000 gegevens benut kunnen worden voor statistische analyse.

De komende maanden vindt de analyse van deze gegevens plaats. Naar verwachting zullen de resultaten daarvan aan het eind van het jaar bekend worden. Over de uitkomsten van het onderzoek zal zowel in de wetenschappelijke literatuur als in de vakbladen voor waterbeheerders gepubliceerd worden.

Tekst: Bas van der Wal, STOWA, Bram Koese, EIS Kenniscentrum Insecten en Eelke Jongejans, Radboud Universiteit
Foto's: Bram Koese (leadfoto: waterkevers zijn een belangrijke groep voor analyses van de waterkwaliteit); Roy Kleukers

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen