Sterrenschot

Heksensnot

Stichting RAVON
11-MRT-2010 - In deze tijd van het jaar is de kans groot langs de oever van het water sterrenschot aan te treffen, ook wel heksensnot genoemd. Het ziet eruit als een gelatine-achtige brei met of zonder kaviaar. Het is het restant van een gepredeerde vrouwelijke kikker of pad. Bij RAVON zijn de laatste dagen diverse meldingen van vondsten binnengekomen.

Bericht uitgegeven door RAVON op donderdag 11 maart 2010

In deze tijd van het jaar is de kans groot om langs de oever van het water sterrenschot aan te treffen, ook wel heksensnot genoemd. Het ziet eruit als een gelatine-achtige brei met of zonder kaviaar. Het is het restant van een gepredeerde vrouwelijke kikker of pad. Bij RAVON zijn de laatste dagen diverse meldingen van vondsten binnengekomen.

Prooirest
Sterrenschot is in principe het hele jaar door te vinden, ook in de winter, maar het wordt voornamelijk in de lente aangetroffen. Dan zijn de dieren nog traag (en dus een gemakkelijke prooi) en soms massaal op weg zijn naar hun voortplantingswateren. Sterrenschot is dus het prooirestant van roofdieren of vogels nadat ze een vrouwelijke kikker of pad hebben gegeten.


Sterrenschot

Zweleiwitten
Sterrenschot bestaat uit zweleiwitten die rondom de eitjes zitten en opzwellen door het absorberen van vocht. Dit opzwellen gebeurt wanneer de eitjes in het water worden gelegd. Het geheel verandert op deze wijze in kikkerdril of paddensnoeren. Wanneer het echter niet tot leggen komt omdat het vrouwtje voortijdig wordt gegeten, kunnen de zweleiwitten nog steeds opzwellen. Soms worden eierstokken en eitjes namelijk opgegeten en weer uitgespuugd, waarna het prooirestant opzwelt door het spijsverteringssap van de predator. Het komt echter vaker voor dat deze lichaamsdelen wordt uitgespaard bij het eten van het prooidier. Het in eerste instantie kleine hoopje kan dan door de opgenomen hoeveelheid vocht uit de omgeving (ook mist of regen) opzwellen tot wel vuistgrote klompen.

Kaviaar
De eitjes kunnen als een klontje kaviaar bij elkaar, los, of in de witte (of doorzichtige) geleimassa zitten. Het is echter ook mogelijk dat de eitjes door de hele geleimassa heen zijn verdeeld. De eerste mogelijkheid, de samenklontering van eitjes, komt het meeste voor. Dit is namelijk altijd het geval bij kikkers en padden buiten het voortplantingsseizoen. De aanmaak van nieuwe eitjes in de buikholte van het vrouwtje voor het volgend jaar begint al in de zomer, direct na het voortplantingsseizoen. De volwassen vrouwtjes gaan dus met een buik vol eitjes de winterslaap in. Pas in het voorjaar dalen de eitjes inclusief zweleiwitten af in de eileiders. Als een kikker of pad op dat moment gegeten wordt, zijn de eitjes wel door de hele geleimassa verdeeld.

Tekst: Elvira Werkman, RAVON
Foto: Steiny Boone-Boender