Eerste indruk voorjaarsvlinders; goed en slecht nieuws

De Vlinderstichting
6-MEI-2019 - De tellers van het Meetnet Vlinders zijn alweer een week of vier aan het tellen. Dankzij de online invoer hebben we al een eerste indruk van de vlinders die in het voorjaar actief zijn. We zijn extra benieuwd hoe het extreem warme en droge weer van vorig jaar uitpakt. De eerste resultaten laten een wisselend beeld zien. Zo is oranjetipje veel vaker gezien dan normaal, maar kleine vos veel minder.
Deel deze pagina

Het oranjetipje had een prima voorjaar en vloog veelUiteraard spelen er meer zaken mee en kun je voor- en achteruitgang van vlinders niet direct koppelen aan die hete zomer, maar vlinders die nu erg goed vliegen, lijken er in ieder geval niet onder te lijden hebben gehad. Zo zijn er dit voorjaar erg veel oranjetipjes geteld. Deze opvallende lentevlinder was zelfs regelmatig veel meer aanwezig dan de koolwitjes, die normaal gesproken het meest talrijk zijn. Dat oranjetipjes geen last hebben gehad van die droogte en hitte is wel logisch. De vlinders vliegen van maart tot in mei en toen was er nog geen sprake van extreme omstandigheden. In juni zijn de rupsen verpopt en tijdens de hete zomer en nazomer hingen de poppen ergens verstopt in een bosrand, houtwal of ruigte. Pas maanden later, in maart van dit jaar, kwamen de eerste vlinders uit de poppen. Nu zijn ze nog steeds te zien en zoals gezegd, er zijn er veel dit jaar.

De kleine vos had een slecht voorjaar; er vlogen veel minder dan gemiddeld

De kleine vos daarentegen is maar heel weinig geteld. Ook vorig jaar was het een schaarse soort en veel minder talrijk dan in de jaren ervoor. Nu is variatie tussen jaren heel gebruikelijk bij insecten en meestal wordt zo’n achteruitgang snel weer gevolgd door een herstel, maar bij de kleine vos lijkt dit nu nog niet het geval. De kleine vos is nog steeds een algemene vlinder en we maken ons nog geen erg grote zorgen, maar het is wel opvallend hoe weinig de soort op dit moment aanwezig is, zeker in het zuiden. Mogelijk dat de volgende generaties het herstel kunnen inzetten.

De eerste generatie van de kleine vuurvlinder was in april talrijker dan normaal

Er zijn minder boomblauwtjes geteld in de monitoringroutes van het MeetprogrammaDe kleine vuurvlinder daarentegen is de afgelopen weken veel meer gezien dan het gemiddelde over de afgelopen dertig jaar. Uit de voorlopige resultaten van de getelde routes blijkt dat er bijna twee maal zoveel kleine vuurvlinders zijn geteld dan normaal. De kleine vuurvlinder heeft twee of drie generaties per jaar en heeft dus ook de hete zomer meegemaakt, maar blijkbaar hebben de waardplanten van de rups, vooral veldzuring en schapenzuring, geen grote last gehad van de droogte. Van schapenzuring is dat niet verwonderlijk, want die staat graag op droge plekken.

Ook het boomblauwtje heeft meerdere generaties per jaar, en deze soort is juist weer minder aanwezig dan in normale jaren. Het gaat natuurlijk nog maar om de eerste indruk en pas in het najaar kunnen we meer zeggen, maar het is duidelijk dat de situatie per vlindersoort anders is. De vrijwilligers zullen de komende maanden enthousiast door blijven tellen om zo de vinger aan de pols te houden van onze vlinders.

Het Landelijk Meetprogramma Vlinders wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van LNV en is onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring

Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting
Grafieken: Landelijk Meetprogramma Vlinders

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen