Uitbreiding lepelaars door kleine kolonies in Zuid-Holland

Provincie Zuid-Holland
15-MEI-2019 - Het gaat goed met lepelaars in Nederland. Het aantal kolonies is inmiddels naar een ongekend hoogtepunt gegroeid. Minder bekend is dat er de laatste jaren vooral in provincie Zuid-Holland steeds meer kleine kolonies ontstaan buiten natuurgebieden, soms zelfs tot bij de stad. Veel van deze lepelaarkolonies starten in oude of verlaten nesten van blauwe reigers.
Deel deze pagina

Al langere tijd komen er grote kolonies lepelaars voor in natuurgebieden in Zuid-Holland, zoals in het Quackjeswater op Voorne, de Ventjagersplaten in het Haringvliet en de Sassenplaat in het Hollandsch Diep. Sinds 2008 zijn er steeds meer nieuwe, kleinere lepelaarkolonies ontstaan in Zuid-Holland. De huidige populatie in Zuid-Holland bedraagt daarmee tussen de 350 en 400 paar lepelaars. Nog niet zo lang geleden, in de jaren negentig, ging het nog om maar één kolonie in Zuid-Holland: in het Quackjeswater in de Duinen van Voorne.

Lepelaar zoekt stadsrand op

Opvallend is dat er niet meer alleen in natuurgebieden wordt gebroed, maar ook af en toe in de buurt van de stad, zoals bij Leiden, Delft en Rotterdam. Blijkbaar vinden de lepelaars voldoende voedsel in de smalle polderslootjes en plasjes die hier aanwezig zijn. Andere kolonies hebben zich gevestigd bij Lekkerkerk, Geerplas, Slijkplaat en de Pot bij Noorden. Daarnaast zijn er nog een paar incidentele vestigingen bekend, zoals in het Weegje bij Gouda, op een landgoed in Oegstgeest en op de Nieuwkooper Eilanden. Het is nog niet duidelijk of hier sprake is van een langdurige vestiging. Ook in aangrenzend Noord-Holland doen dergelijke ontwikkelingen zich voor, zoals bij Haarlem en op het landgoed Marquette bij Heemskerk.

Kolonie lepelaars

De vestiging van deze nieuwe, kleine kolonies lijkt niet ten koste te gaan van de groei van de grote kolonies, zoals bij de blauwe reiger wel het geval is. Bovendien zorgen de nieuwe vestigingen voor een grotere spreiding van het aantal broedplaatsen over de provincie. Dit zorgt ervoor dat de kansen voor nakomelingen van de lepelaar groter zijn dan vóór 2008, toen de populatie beperkt bleef tot een paar grotere kolonies.

Oude nesten van blauwe reigers

De lepelaars die zich in kleine koloniën vestigen, maken meestal gebruik van oude nesten van de blauwe reiger. Deze lepelaars vestigen zich pas laat in het voorjaar (vaak eind mei of in juni), nadat het reigernest is verlaten en vrijgekomen. De lepelaars broeden tussen de blauwe reigers en krijgen pas in de loop van juli jongen. Het jaar daarop vestigen zich enkele paren lepelaars op dezelfde wijze. Als alles goed blijft gaan, zal de populatie in de komende jaren langzaam maar zeker verder groeien: de lepelaars gaan zich dan ook naar verwachting steeds vroeger in het jaar vestigen en zullen steeds vaker zelf een nest bouwen.

Lepelaar op nest met jongen

Stijgende aantallen in voor- en najaar

Lepelaar in vluchtAls gevolg van de toegenomen broedkolonies in Zuid-Holland zijn er steeds meer gebieden die zowel in het voor- als het najaar vele tientallen tot honderden foeragerende lepelaars herbergen. Rond het Haringvliet worden al regelmatig meer dan vijfhonderd dieren geteld. Ook de Vogelvallei op de Maasvlakte, de Groene Jonker, de Broekpolder bij Vlaardingen, de Sophiapolder, de Eendragtspolder, de APL polder, de Tongplaat en de Dordtse Biesbosch zijn in trek bij deze soort. Ten slotte zijn er vele tientallen dieren geteld in het Oostvoornse Meer, De Groenzoom bij Pijnacker, Westergouwe bij Gouda, Starrevaart en de Crezéepolder.

Tekst en foto's: Kees Mostert, provincie Zuid-Holland

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen