De ontdekking van een bijzondere pingoruïne

Bosgroepen
6-JAN-2021 - Op de Zunasche heide in Overijssel wordt de natuur versterkt en komt de natte lage heide weer in verbinding met de hoger gelegen Sallandse Heuvelrug. Bij het uitvoeren van bodemboringen in het gebied ontdekten de Bosgroepen een bijzondere pingoruïne. In de laatste ijstijd ontstonden in Nederland pingo’s, waarvan de restanten, pingoruïnes, her en der nog terug te vinden zijn in het landschap.
Deel deze pagina

Een niet-alledaagse vondst

Op de Zunasche heide, op de overgang van de Sallandse Heuvelrug naar de Regge, wordt de natuur versterkt door een meer open gebied te creëren. Het gebied is in het verleden ontgonnen, dat wil zeggen geëgaliseerd, en er zijn sloten gegraven om het gebied te ontwateren voor landbouw. Het afgelopen jaar is het gebied, dat met name zo waardevol is omdat het in de gradiënt van droog naar nat ligt, ingericht voor ontwikkeling van vochtige heide, bloemrijk schraalland en moeras. Deze werkzaamheden zijn onderdeel van de Natura2000-opgave om kwetsbare natuur te herstellen. De Bosgroepen hebben in samenwerking met het kernteam van de provincie en toezichthouder Arcadis de uitvoering in het veld begeleid. Het gebied is eigendom van de provincie Overijssel en Staatsbosbeheer. In 2020, bij bodemboringen voorafgaand aan de natuurherstelmaatregelen, trof Harm Smeenge (expert landschapsecologie en historische ecologie bij de Bosgroepen) een bijzondere pingoruïne aan. Een niet-alledaagse ontdekking! Deze pingoruïne kwam aan het licht op een plek met opmerkelijk kalkrijke ondergrond binnen een cirkelvorm.

De pingo, gezien vanaf de Blokkendijk, is ontdaan van bosopslag en ingeschoven grond (links). Het intacte veen is blootgelegd en door grondwaterdruk zijn kwelplassen zichtbaar. Rechts ligt een voormalig opgehoogd landbouwperceel. Het perceel was als grasland in gebruik, maar recentelijk verbost. De houtopslag is verwijderd en de graszode is afgeschraapt. Inmiddels is ook het ingebrachte zand en de onderliggende vuilstort verwijderd. Door de herstelwerkzaamheden ligt het door grondwater gevoede veen weer aan de oppervlakte en kan de basenminnende vegetatie zich weer herstellen

Wat is een pingoruïne?

De naam pingo komt van het 'Inuktitut', de taal van de Inuït in Canada, en betekent 'heuvel die groeit'. Een pingo is een heuvel in het landschap waaronder zich een ijslens bevindt. Pingo's bestaan daarom alleen in gebieden met een heel koud klimaat. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 tot 10.000 jaar geleden), heerste er in Nederland een toendraklimaat. Ook in Nederland kwamen toen pingo's voor. De restanten van deze pingo's, de pingoruïnes, vinden we nog terug in het landschap, met name in het noorden en oosten van ons land. Tegenwoordig zijn er nog pingo's te vinden in koude gebieden zoals Alaska, Canada, Groenland en Siberië.

Hoe is een pingo(ruïne) precies ontstaan?

Het ontstaan van een pingo (uit: 'De vorming van het land', 2015). Het filmpje onderaan deze pagina geeft uitgebreide uitlegTijdens de laatste ijstijd was het zo koud dat de bovenste laag van de ondergrond permanent bevroren was (permafrost). De bodem was minstens twintig meter en plaatselijk tot wel vijftig meter diep bevroren. Onder deze bevroren bodem bevond zich grondwater dat vanwege de grote diepte sterk onder druk stond. Op plaatsen waar zich scheuren in de permafrost bevonden, welde het grondwater omhoog. Zodra het in de zone met permafrost kwam, bevroor het. Hierdoor ontstond een ondergrondse ijslens, die door de aanvoer van nieuw grondwater bleef groeien. De grond boven de ijslens werd steeds verder omhooggeduwd. Er ontstond een heuvel die tientallen meters hoog kon worden. Door de aanhoudende groei van de ijsheuvel ontstonden er op een gegeven moment scheuren in de grond boven de ijslens. Het ijs kon door aanraking met zonlicht langzaam smelten. Ook de bedekkende grondlaag ontdooide. Met het smeltwater dat van de pingo afstroomde, gleden ook stukken grond naar beneden. Deze hoopten zich op aan de voet van de heuvel. Zo vormde zich aan de onderkant een ringvormige aarden wal, de zogenaamde randwal. Nadat al het ijs gesmolten was, bleef er een ringvormige krater over die zich vulde met smeltwater: een pingoruïne.

Wat gebeurt er met de Sallandse pingoruïne?

Een deel van de pingoruïne op de Zunasche heide is tijdens de ontginningen van de vorige eeuw opgevuld met zand. Bij de huidige werkzaamheden in het gebied wordt deze opvulling weer verwijderd om de pingoruïne te herstellen. Een deel van de aarden wal langs de ruïne is bij de ontginningen niet afgegraven en zal ook nu behouden blijven. Het kwelwater, dat veel mineralen bevat, komt weer aan de oppervlakte. Hierdoor zal er bijzondere vegetatie opkomen, zoals parnassia, Spaanse ruiter en bijzondere mossen.

De Nederlandse Geologische Vereniging maakte een film over de Sallandse pingoruïne. Ontdekker Harm Smeenge geeft uitleg (Bron: Nederlandse Geologische Vereniging)

Tekst: Bosgroepen, Nederlandse Geologische Vereniging, Staatsbosbeheer
Tekstbron aard en ontstaan pingoruïne: Geologie van Nederland (website)
Foto's: Nederlandse Geologische Vereniging (leadfoto: de locatie van de Sallandse pingoruïne); Harm Smeenge, Bosgroepen; Stouthamer; Cohen & Hoek;
Film: Nederlandse Geologische Vereniging

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen