Maai nooit alles! Laat altijd een deel staan!

De Vlinderstichting
2-MRT-2020 - Veel insecten overleven de winter als ei, larve of pop en veel daarvan zoeken een veilige plek in planten. Voor veel van die soorten is het dan ook belangrijk dat niet alle plantengroei in het najaar wordt weggemaaid. Winterklaar maken van bermen en groenstroken betekent dat je altijd een deel van de vegetatie laat staan: gefaseerd beheer. Een volgende maaibeurt blijft weer een ander deel staan.
Deel deze pagina

Het zwartsprietdikkopje kan niet zonder overstaand gras in de winterOp dit moment worden er door De Vlinderstichting veel cursussen Kleurkeur gegeven aan aannemers, gemeenten, waterschappen en anderen. In deze cursus wordt uitgebreid ingegaan op een beheer van grazige vegetaties waar aandacht is voor planten, dieren en biodiversiteit. Twee woorden komen heel regelmatig terug: variatie en fasering, en daarmee heb je direct twee sleutelbegrippen van ecologisch of natuurvriendelijk beheer te pakken. Om bloemrijke bermen te krijgen en houden is maaien en afvoeren noodzakelijk. Als er niet of te weinig wordt gemaaid, verruigt een berm, verdwijnen veel nectarplanten en nemen soorten als brandnetel, ridderzuring, ‘vette’ grassen en andere ruigtesoorten toe. Maaien moet dus, maar essentieel is: 'maai niet alles'. Als bermen worden beheerd onder Kleurkeur betekent dit dat bij iedere maaibeurt vijftien tot dertig procent van de vegetatie blijft staan en dus niet wordt meegemaaid. Die stukken kun je dus ook nu nog terugzien en daarin zitten nu, in de winter, diverse stadia van insecten.

Zwartsprietdikkopje zet eitjes af in grassen en de rupsen komen pas volgend voorjaar uit

Gefaseerd maaien: bij iedere maaibeurt blijft er een gedeelte staanEen mooi voorbeeld is het zwartsprietdikkopje. Dat is een graslandvlinder die verspreid door het land voorkomt. De laatste jaren zien we er steeds minder, maar nog steeds is deze redelijk algemeen. Het zwartsprietdikkopje vliegt in juli en augustus. Dan worden dus de eitjes afgezet en dat gebeurt in diverse grassoorten. De vrouwtjes zetten de eitjes, in een aantal bij elkaar, af in de schacht van een grashalm. Die eitjes blijven in het gras zitten tot het volgend jaar maart-april. Dat betekent dus dat op dit moment die eitjes nog in de grashalmen aanwezig zijn. Tenminste, als dat gras er nog staat en niet ergens na half augustus is weggemaaid. Fasering, dus altijd een deel laten staan, is ook van belang voor al de bestuivende insecten die van de bermen gebruik maken. Vaak wordt half juni voor het eerst gemaaid en dat is precies de tijd dat de meeste vlinders, bijen en zweefvliegen actief zijn. Als alles wordt gemaaid, betekent dit dat er geen nectar en stuifmeel is en dat de soorten er dus niet kunnen overleven.

Meer informatie

Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
Foto’s: Kars Veling (leadfoto: zwartsprietdikkopje); Frits Bink

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen