Grazers brengen het landschap tot leven

ARK Natuurontwikkeling
24-MEI-2020 - Slaat de koe haar tong om die veel te scherp smakende kraailook of om die lekkere graspol? In de wisselwerking tussen planten, planteneters en roofdieren zijn talloze overlevingsstrategieën ontstaan. Zo ontwikkelde kraailook anti-vraatstoffen en gras worteluitlopers. In de serie over natuurlijke begrazing dit keer: de invloed die grazers hebben op de rijkdom aan planten en dieren om hen heen.
Deel deze pagina

Smaken maken verschil

De keuzes die grazers maken op basis van smaak, geur, gevoel en zicht bepalen voor een belangrijk deel hoe planten zich in de loop van miljoenen jaren hebben ontwikkeld. Er is planten veel aan gelegen om niet, dan wel zo laat en zo min mogelijk gegeten te worden. Zo hopen ze tijd te winnen om tot bloei te komen en zaad te zetten. Inspelend op de receptoren van grazers heeft de distel bijvoorbeeld stekels ontwikkeld voor hun gevoelige snuiten, de watermunt een scherpe geur, of de zomereik een vieze smaak. Jacobskruiskruid is zelfs ronduit giftig. Vanuit het samenspel tussen plant en grazer zijn talloze strategieën ontstaan waarvan wij een fractie in de vele soorten planten herkennen en die in belangrijke mate hun identiteit bepalen.

Zoekkaart 'Blijf van me af planten': planten met stekels, naalden of giftig

Verstekelingen

Planten reageren niet alleen op het eetgedrag, maar ook op andere eigenschappen van grazers. In de herfst beginnen de haren in de vacht van menige grazer langer te worden om weerstand te kunnen bieden tegen de winterse kou. Eén derde van alle planten, zoals grote klit, geel nagelkruid en zwart tandzaad, hebben zaden met haren of haakjes ontwikkeld, die juist in deze tijd van het jaar afrijpen en makkelijk loskomen, zodat ze zich aan zo’n vacht kunnen hechten. Zo hebben die planten hun verspreidingsgebied enorm uitgebreid, meeliftend met grazers. Grote klit heeft zelfs nog een trucje: als de zaden rijp zijn, verandert de smaak van zijn bladeren van oneetbaar vies naar aantrekkelijk. De plant lokt zo de grazers naar zijn rijpe zaden. De haakjes slijten langzaam en na verloop van tijd vallen steeds meer zaden uit de vacht. In het voorjaar vallen de lange winterharen bij bosjes uit en daarmee de laatste zaden. Vogels als koolmees, spreeuw en kauw zijn er als de kippen bij om de haren te verzamelen voor de stoffering van hun nest.

Reisgezelschap

Tijdens het grazen worden de dieren vaak begeleid door vogels. Ooievaars en reigers lopen mee om de opgeschrikte kikkers en veldmuizen te verschalken. Spreeuwen liften vaak mee op de rug van paarden, om insecten te vangen die de grazers uit de vegetatie opjagen. Gele kwikstaarten en roodborsttapuiten volgen de grazers op de voet en pikken een vliegje mee. Op de kop, de rug en flanken zoeken ekster, kauw, spreeuw, pimpelmees en koolmees naar parasieten. Vooral eksters zijn bedreven in het losplukken van volgezogen teken. Wildlevende runderen die last hebben van teken weten dat en gaan zo staan dat de eksters weten dat er werk aan de winkel is en waar ze moeten zoeken.

Klissen op konikpaarden (Bron: Dwaalfilm.eu)

Bodemwoeling

Minstens zo belangrijk is de bodemwoeling door grazers. In het zoeken naar voedsel (wild zwijn), het verzorgen van hun vacht (wisent en paard), of het tentoonspreiden van imponeergedrag (stier en edelhert) werken grazers de grond open. Dat betekent nieuwe kiemkansen voor pionierplanten als reukeloze kamille en vingerhoedskruid, opwarmplekken voor insecten en reptielen zoals zandhagedis en hazelworm en nestmogelijkheid voor zandbijen, graafwespen en hun parasieten. Sterker nog: alle planten die we kennen van akkers zijn in feite planten die het vóór onze landbouw van dit soort bodemwoelactiviteiten moesten hebben. De dichtheden aan grazers en daarmee het oppervlak aan omgewoelde grond was in het verleden zó hoog dat zaden van planten makkelijk van de ene naar de andere plek konden komen, geholpen door de grazers zelf met hun ruige vachten.

De stierenkuil en zijn sleutelrol in de natuur

Poep

De poep van grazers speelt een sleutelrol in de natuur. Veel zaden van planten verdragen, als ze niet vermalen worden, het verteringsproces van grazers. Tijdens de reis door het maagdarmkanaal verweekt hun schil wat de kieming stimuleert en in de mest vinden ze de voedingsstoffen om te groeien. Vruchtdragende soorten, zoals hondsrozen, kersen, wilde appel en wilde peer verspreiden zich bijvoorbeeld op een dergelijke manier. Zodra de poep de grond raakt, wordt deze gekoloniseerd door strontvliegen, spekvliegen en vleesvliegen. Veldmestkevers komen massaal aanvliegen, tot wel enkele duizenden per vlaai of paardenhoop. Mestzwemtorren doorzeven de poep waardoor jagende kortschildkevers zich in hun gangen kunnen verstoppen. Vliegendoders en roofvliegen doen zich vervolgens tegoed aan deze overdaad aan insecten. De larven van de mestkevers worden tenslotte gegeten door dassen, kraaien, lijsters, spreeuwen, kraanvogels en houtsnippen. Ook schimmels overleven het maagdarmkanaal, opgepikt door grazers in de vorm van sporen of stukjes mycelium op de vegetatie. Van binnenuit de poep ontwikkelen sommige schimmels zich tot mestpaddenstoelen zoals de witte mestinktzwam en geringde vlekplaat.

Erfenis

Als een grazer sterft, komen alle voedingsstoffen en mineralen, die hij vanuit zijn omgeving heeft opgenomen, weer vrij. Een dood dier is een rijk gedekte tafel voor een onvoorstelbare hoeveelheid aaseters. Duizenden aaskevers, spektorren, vliegen en maden doen zich aan het vlees tegoed. Ook vlinders als grote weerschijnvlinder, gehakkelde aurelia en atalanta likken van het lijkvocht. De hele kraaienfamilie is geïnteresseerd, evenals buizerds, wouwen, gieren, ratten, wilde zwijnen, marters, vossen, goudjakhalzen en wolven. Als het kadaver al lang verdwenen is, is aan de vegetatie soms nog jarenlang te zien dat hij daar gelegen heeft. Diverse kruiden, zoals hondsdraf en winterpostelein, profiteren van de plaatselijk verhoogde concentratie aan voedingsstoffen en mineralen samen met een goed doorwoelde bodem. Soms is hierdoor nog vaag het silhouet van het gestorven dier te ontwaren.

Het sterfbed van een wisent. De vorm van de romp wordt na verloop van tijd zichtbaar doordat er een zee van winterpostelein kiemt

Jaarrondbegrazing met natuurlijke kuddes benadert de situatie waarin dieren en planten zich miljoenen jaren lang tot elkaar hebben verhouden. In de nieuwe natuurgebieden waar vrij levende kuddes runderen, herten, wisenten en paarden leven, komt dat samenspel langzaam weer tot leven. Kijk voor meer informatie op ark.eu/begrazing of download een van de gratis zoekkaarten in onze web(geef)winkel.

Eerder verscheen in deze serie

ARK Natuurontwikkeling zet zich in voor het terugbrengen van natuurlijke processen, waarvan natuurlijke begrazing er één is. Grote grazers zorgen voor een afwisselend landschap waar allerlei planten- en diersoorten floreren. Door herintroductie van inheemse, grote planteneters als wisenten, paarden, runderen en edelherten werkt ARK aan het terugbrengen van natuurlijke variatie in landschappen: graslanden, struwelen, bossen en alle overgangen daartussen. In deze serie over natuurlijke begrazing laten we zien waar het om draait bij natuurlijke begrazing, en bij de explosie van leven die ermee samenhangt.

Tekst: Jeroen Helmer en Leo Linnartz, ARK Natuurontwikkeling
Tekeningen: Jeroen Helmer, ARK Natuurontwikkeling
Foto's: Leo Linnartz, ARK Natuurontwikkeling
Film: Dwaalfilm.eu

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen