Klokjesgroefbij in Zuid-Limburg; derde in Nederland in ruim 140 jaar

EIS Kenniscentrum Insecten
22-JUN-2020 - Slechts twee keer eerder liet de klokjesgroefbij zich in Nederland zien: in 1879 en in 1942. Een vondst van deze soort in 2019 in Zuid-Limburg is dus erg bijzonder. In alle drie de gevallen ging het om eenzame vrouwtjes. Zijn dit zwervende dieren uit buitenlandse populaties of is de soort hier inheems? Hoog tijd om nog beter te letten op bijen op bloemen van klokjes!
Deel deze pagina

Op 7 augustus 2019 vond Lisette Kolfschoten een groefbijtje in een bloemrijke weide met veel grasklokjes in Zuid-Limburg, tijdens een zomerkamp van de JNM – Jongeren in de Natuur. In eerste instantie was niet duidelijk om welke soort het ging, maar nader onderzoek wees uit dat het ging om een vrouwtje van de klokjesgroefbij (Lasioglossum costulatum). De vondst werd als zodanig ingevoerd op Waarneming.nl. Een zeer bijzondere vondst, want na vondsten van eveneens eenzame vrouwtjes in 1879 en 1942 is dit pas het derde uit Nederland bekende exemplaar.

De JNM-excursie op de vindplaats van de klokjesgroefbij

Portret

Voor een groefbij is de klokjesgroefbij aan de grote kant, met een lichaamslengte van acht tot tien millimeter. Het is een glanzend zwart dier met korte, lichtgrijze beharing en witte, viltachtige vlekken op het achterlijf. Het vrouwtje lijkt wel wat op de zesvlekkige groefbij (Lasioglossum sexnotatum), maar die heeft een minder glimmend borststuk en verschilt in diverse microscopische kenmerken.

De klokjesgroefbij verzamelt stuifmeel vrijwel uitsluitend op klokjes Campanula, evenals op het nauw verwante zandblauwtje (Jasione montana). Net als andere groefbijen nestelt de soort in zelfgegraven holen in de bodem. Details hierover zijn niet bekend.

In Europa komt de klokjesgroefbij in veel Midden- en Zuid-Europese landen voor, maar overal lokaal en in kleine aantallen. In België is de soort recent enkele malen in het zuiden gevonden. In Duitsland komt hij in de aan Nederland grenzende deelstaat Noordrijn-Westfalen voor, maar in het eveneens naburige Nedersaksen zijn alleen oude vondsten bekend.

De eerste Nederlandse vondst betrof een vrouwtje in het Gelderse Oosterbeek op 29 juni 1879. Het tweede vrouwtje werd gevonden in het Limburgse Baarlo op 14 juni 1942. In de Rode Lijst is de soort niet beschouwd, omdat niet duidelijk is of de soort zich hier gedurende een periode van minstens tien jaar heeft voortgeplant.

Toename andere soorten klokjesbijen

Klokjes zijn populair bij bijen. Vele soorten verzamelen hiervan stuifmeel of doen zich tegoed aan de nectar. Sommige bijen zijn zelfs gespecialiseerd in het verzamelen van stuifmeel op deze bloemen. Verschillende van deze klokjesspecialisten zijn de afgelopen jaren toegenomen in Nederland. De grote klokjesbij (Chelostoma rapunculi), de kleine klokjesbij (Chelostoma campanularum) en de klokjesdikpoot (Melitta haemorrhoidalis) hebben zich duidelijk uitgebreid. Deze soorten profiteren van de populariteit van klokjes als tuinplanten. In veel tuinen zijn deze soorten nu te bewonderen, ook in het westen des lands, waar ze vroeger niet voorkwamen. De donkere klokjeszandbij (Andrena pandellei) breidt zich ook uit in Limburg, maar lijkt wilde klokjessoorten te prefereren.

Grote klokjesbij, vrouwtje op kruipklokje Klokjesdikpoot, vrouwtje op kruipklokje

Of ook de klokjesgroefbij zal overstappen naar ‘tuinklokjes’, zal de toekomst moeten leren. Voorlopig blijft het de vraag of de soort vaker gevonden gaat worden. Is er inmiddels sprake van een Zuid-Limburgse populatie of moeten we weer 77 jaar wachten?

Meer informatie over de vondst van de klokjesgroefbij is te lezen in het binnenkort te verschijnen nummer van het tijdschrift Nederlandse Faunistische Mededelingen.

Tekst: Lisette Kolfschoten, Flor Rhebergen en Menno Reemer, EIS Kenniscentrum Insecten
Foto's: Tim Faasen (leadfoto: vrouwtje klokjesgroefbij); Rien de Vries; Menno Reemer

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen