Rietorchis in kapvlakte, juni 2022

De ontwikkeling van een kapvlakte

PWN
19-OKT-2022 - In de winter van 2016/2017 is in twee valleien in het Noordhollands Duinreservaat, een natuurgebied dat PWN beheert, dennenbos gekapt. Het doel hiervan is het ontwikkelen van duingrasland. Dit is een prioritair habitat dat strikt beschermd is in het duingebied en waarvan PWN het Natura 2000-doel van uitbreiding nastreeft. Zes jaar later zijn de ontwikkelingen in het gebied duidelijk zichtbaar.

Van dennenbos naar duingrasland

Door het weghalen van dennenbos, ontstaat ruimte voor duingrasland. De meeste dennenbossen in het duingebied zijn ooit aangeplant als productiebos. Dennenbos komt voor op vrijwel alle zandgronden. Duingraslanden zijn zeer uniek en herbergen een hele eigen en bijzondere biodiversiteit die alleen voorkomt in de kustduinen.

De kapvlakte

De vallei 14 juli 2020

De valleien waar dennenbos is verwijderd zijn samen ongeveer zes hectare groot. Ze grenzen nagenoeg aan elkaar en worden slechts door een duinrug van elkaar gescheiden. De duinrug bestaat uit duingrasland afgewisseld met meidoorns, die veel worden aangetroffen in de open zeeduinen en de meer beboste binnenduinen. In de noordwestelijke vallei is na de kap tak en stamhout bij elkaar geveegd en afgevoerd. Hier zal op termijn een struweelrijke duingraslandvegetatie ontstaan, zoals op de duinrug tussen de valleien. In de zuidoostelijke vallei zijn na de kap de stobbes van de dennen zo kort mogelijk gemaakt en is de totale humuslaag, die bestaat uit de verteerde dode planten en dieren, weggeschraapt en afgevoerd. Hierdoor begint de vestiging van plant en dier op kaal zand. De valleien worden sinds 2008 begraasd door Schotse hooglanders en exmoorpony’s. In het najaar loopt er een aantal weken een schaapskudde in de vallei. De dieren voorkomen dat het gebied dichtgroeit met onder andere berk, populier en esdoorn.

Kustbehangersbij, vrouw

Spectaculaire bloemrijkdom

In de zuidoostelijke vallei is in 2017, het eerste groeiseizoen na de kap, een vlinderroute uitgezet. Dit is een gestandaardiseerde telmethode in Nederland. Het getelde aantal vlinders wordt doorgegeven aan De Vlinderstichting en wordt door het CBS verwerkt als trend- en verspreidingsgegevens. Belangrijkste doelsoort is de duinparelmoervlinder, die in hogere duinen om deze vallei heen een goed leefgebied heeft. In het eerste jaar zijn er, zoals verwacht, weinig vlinders. Wel laat de plantengroei een spectaculaire bloemenrijkdom zien. Pioniers en verstoringssoorten als slangenkruid, ossentong, wilgenroosje en dauwbraam zorgen de eerste jaren voor veel nectar en stuifmeel. Uiteraard neemt dit na een aantal jaren af en vestigen zich andere soorten, zoals echt bitterkruid.

Nat valleitje in droog landschap

Een klein deel van de vallei is enige tijd in verstuiving geweest. Dit stukje van het terrein is nog altijd een beetje kaler dan de rest. In dit droge landschap is ook een klein gedeelte wat vochtiger, waardoor hier andere planten gaan groeien. Het grondwater is er binnen bereik van wortels en op de bodem van dit valleitje verzamelt zich extra organische stof. Hier groeit al een paar jaar zeegroene zegge. Een voorbode van een mooie ontwikkeling naar vochtig grasland of natte duinvallei, een habitat dat alleen in de kustduinen voorkomt. In de zomer van 2022, zes jaar na de kap van de dennen, werd hier een bloeiende rietorchis gezien. In de weken daarna werd ook strandduizendguldenkruid op verschillende plekken aangetroffen.

Invoerscherm van De Vlinderstichting met de waarnemingen van 23 juli 2019

Eerste duinparelmoervlinders

In 2018 werden de eerste duinparelmoervlinders gezien, de jaren erna volgden er meer. Ook andere vlindersoorten lieten zich vaker zien: bruin blauwtje, kleine parelmoervlinder, hooibeestje en bruin zandoogje, maar nooit in hoge aantallen. Naast vlinders werden ook hommels op soort geteld. Koplopers zijn steenhommel en het aardhommel-complex en in mindere mate akkerhommel.

Duinmaskerbij

Naast vlinders en hommels is de laatste drie jaar ook gekeken naar het voorkomen van wilde bijen. Soorten als kustbehangersbij en de daarbij behorende grote koekoeksbij, de gouden slakkenhuisbij, de duinkegelbij, de kleine wolbij, de gedoornde slakkenhuisbij en het zilveren fluitje, zijn foeragerend (stuifmeel verzamelend en/of nectar drinkend) en soms nestelend gezien. Ook zijn twee exemplaren van de duinmaskerbij gezien, een kleine bij die strikt gebonden is aan duingebieden en dan alleen daar waar open zand en dauwbraam elkaar ontmoeten. Van deze bij is slechts een handvol waarnemingen bekend. In een hoekje van de vallei zit al enkele jaren een omvangrijke nestaggregatie van de harkwesp, een graafwesp die gebonden is aan open, niet-dynamische zandplekjes.

Snelle ontwikkeling flora en fauna

Naar aanleiding van onze onderzoeken in het gekapte gebied kunnen we concluderen dat het omvormen van dennenbos naar duineigen habitats een grote verandering teweeg brengt in bodem, flora en fauna. Ook is duidelijk dat in slechts een paar jaar tijd veel voor het duin kenmerkende soorten planten en dieren een plekje hebben gevonden. Een aantal van deze soorten staat landelijk (of zelfs Europees) erg onder druk en is gebaat bij ieder stukje geschikt leefgebied om zich te handhaven of uit te breiden. Natuurlijk staan we pas aan het begin van een totale ontwikkeling van naaldbos naar duinvallei, maar tot nu toe gaat deze ontwikkeling verrassend snel.

Tekst en foto’s: Natasja Nachbar, PWN (leadfoto: rietorchis in kapvlakte, juni 2022)