Gewone grootoorvleermuizen (Plecotus auritus)

Vleermuistuintelling 2024: tel komend weekend de vleermuizen in jouw tuin!

Zoogdiervereniging
21-MEI-2024 - Het is eind mei en de lente is in volle gang. Dat betekent dat het weer tijd is voor misschien wel de spannendste tuintelling van het jaar: de Vleermuistuintelling! In de avondschemering komen ze tevoorschijn, op jacht naar muggen en andere insecten. Misschien ook wel bij jou in de tuin? Ontdek het zelf op 24, 25 of 26 mei en laat op Tuintelling.nl weten hoeveel vleermuizen jij hebt geteld.

Je ziet ze misschien niet zo vaak, maar naast allerlei vogels, vlinders en bijen wonen er ook vast vleermuizen bij jou in de buurt. Daar waar we genoeg ruimte laten voor natuurlijk groen en een donkere nacht leven vleermuizen. Daarom zijn wij – en jij vast ook – heel erg benieuwd of vleermuizen ook in jouw tuin rondvliegen. Als je op 24, 25 of 26 mei ‘s avonds in de schemering nog even in de tuin zit, kun je meedoen met de Vleermuistuintelling! Om vleermuizen waar te nemen, kun je het beste vanaf zonsondergang een uur in de tuin gaan zitten. Dat is die dagen rond 21.45 uur. Om het silhouet van een vliegende vleermuis goed te kunnen zien, zoek je een plek van waaruit je vrij zicht hebt op een stuk avondhemel. Bij voorkeur ook met zicht op een boom of wat struiken, want daar vliegen vleermuizen graag. Een uitgebreide instructie voor de tuintelling vind je hier

Herkenningskaart vleermuizen (pdf; 3,7 MB)

Achttien soorten

Van de achttien in Nederland voorkomende soorten vleermuizen zijn sommige regelmatig in tuinen te zien. De gewone dwergvleermuis en de laatvlieger wonen vaak in spouwmuren en onder dakpannen. Zij jagen graag in parken en tuinen op insecten. De gewone grootoorvleermuis woont zowel op rustige (oude) zolders als in holle bomen, vaak in een groene omgeving. Wie geluk heeft, kan hem in oude tuinen, parken en bossen op nachtvlinders zien jagen. De watervleermuis woont liever in boomholten – maar als er weinig bomen zijn ook in gebouwen – en deze soort kun je regelmatig zien vliegen boven het wateroppervlak van vijvers in dorpen en steden. De rosse vleermuis is ook zo’n boombewoner, maar hij zoekt zijn hapjes vooral hoog in de lucht, bijvoorbeeld boven de boomtoppen. Welke van deze soorten komt bij jou in de tuin?

Bart Noort bekijkt de vleermuizen vanuit zijn achtertuin

Insectenveelvraten

Vliegen kost veel energie en daarom zijn vleermuizen echte 'insectenveelvraten'. Dwergvleermuizen en watervleermuizen zijn gek op muggen en eten al snel zo’n duizend muggen per nacht. Laatvliegers, rosse vleermuizen en grootoorvleermuizen eten vooral kevers en nachtvlinders. De dwergvleermuizen die in een gemiddelde wijk in Nederland wonen, eten in totaal tussen de vier en vijftien miljoen insecten per jaar, waaronder ook veel steekmuggen. Daarmee dragen vleermuizen bij aan het in toom houden van het aantal muggen en voor groente, fruit- en tuinplanten schadelijke insecten. Wist je dat Amerikaanse biologen en economen de waarde van vleermuizen voor de landbouw hebben berekend op gemiddeld 22,9 miljard dollar per jaar (pdf: 319 KB)? Dat is omgerekend 18,9 miljard euro per jaar! Het is voor Europa nog niet uitgerekend, maar het zal hier niet veel anders zijn. Zonder vleermuizen hebben we echt veel meer last van voor groente, fruit en granen schadelijke insecten. En missen we ook dat spannende fladderende silhouet in de avondschemering. Het enige wat de vleermuizen ervoor terugvragen is een fijne plek om te wonen en een groene omgeving.

De aanwezigheid van vleermuizen is dus een goede graadmeter voor hoe duurzaam en natuurrijk een buurt is. Daarom onderzoeken we in mei de verspreiding van vleermuizen tijdens de Vleermuistuintelling. Doe mee en voer je waarnemingen achteraf in. Noteer hoeveel vleermuizen je tegelijk hebt gezien. Doe dit wel vóór maandag 27 mei om 12.00 uur, want daarna maken we de balans op.

Meer informatie

De Vleermuistuintelling is onderdeel van Tuintelling.nl en wordt mede mogelijk gemaakt door de NDFF en BIJ12.

Tekst: Zoogdiervereniging
Foto's: Erik Broer (leadfoto: Gewone grootoorvleermuizen); Zoogdiervereniging; Odile Noort-Schmidt