Leer grassen herkennen als indicator voor graslandkwaliteit met de Grassencursus van FLORON

FLORON
14-APR-2026 - Engels raaigras, Gestreepte witbol en Reukgras zijn stuk voor stuk grassoorten. Grassen zijn nuttig, boeiend én ideale gidssoorten: elk gras zegt iets over zijn omgeving. Het kijken naar grassen kan je dus veel inzicht geven in de kwaliteit van een landschap. Maar: hoe herken je ze? De online Grassencursus van FLORON biedt uitkomst. Als je in mei start, kun je ze meteen goed herkennen in het veld.

De bloeiwijze van Engels raaigras is klein en onopvallend, maar daarom niet minder mooiHet komt zelden voor dat op een plek maar één soort gras groeit. In een gemiddelde berm of grasland groeien al snel vijf soorten. Nederland telt ongeveer honderdzestig grassoorten, verdeeld over zeventig geslachten. Een flinke kluif om ze allemaal te leren herkennen. Voor de natuurbeheerder, ecoloog of vrijwilliger die met name in natuurgebieden actief zijn, is de leerschool van grassen een stuk eenvoudiger: een aanzienlijk deel bestaat namelijk uit verwilderde siergrassen, nieuwkomers uit het zuiden en een reeks zeer zeldzame soorten die je maar op een enkele plek in het land kan aantreffen.

Tongetjes en (blad)schedes

Wie zich de leerschool van grassen eigen wil maken, ontkomt niet aan het bestuderen van detailkenmerken. Waar de algemene natuurliefhebber kijkt naar felgekleurde bloemen en opvallende bladeren van kruiden, moeten we het bij grassen hebben van tongetjes, bladschedes, aartjes en lemma’s. Een loep (tienmaal vergroting) is aan te bevelen, want de details zijn klein. Toch kan de beginnende grassenliefhebber al veel soorten herkennen aan alleen de bloeiwijze. In de online Grassencursus van FLORON leer je een groot deel van de Nederlandse grassen herkennen en determineren.

Graslandontwikkeling volgen aan de hand van grassen

Het ontwikkelen van kruidenrijk grasland is een populair onderwerp binnen (agrarisch) natuurbeheer. Je tracht een kruidenrijk stadium te bereiken door middel van goed maaibeheer, in veel gevallen gericht op verschraling: het verwijderen van voedingsstoffen uit de bodem, zodat meer soorten kruiden en grassen een kans krijgen. Grassen zijn ideale gidssoorten om te volgen of je op de goede weg bent.

Engels raaigras en Grote vossenstaart zijn bij uitstek soorten die gedijen in de meest voedselrijke graslanden. Ze zijn optimaal in staat om van de beschikbare voedingstoffen gebruik te maken en laten weinig ruimte voor andere soorten. Voedselrijke graslanden zijn om die reden uitgesproken soortenarm. Wanneer er wordt gesproken over de ontwikkeling van kruidenrijk grasland, is dit vaak de startfase.

Zodra Gestreepte witbol zich in de grasvegetatie mengt, geeft dat een signaal dat de ontwikkeling een stap in de goede richting gaat. Gestreepte witbol kan op bepaalde bodems echter problematisch de overhand krijgen en lang standhouden. Gericht beheren, met een vroege maaisnede in mei, kan wonderen verrichten. Pas zodra Gewoon reukgras zich in het grasland begint te vestigen, weet je zeker dat je op de goede weg bent. Dit is ook het moment dat diverse kruiden een plek weten te vinden, zoals Scherpe boterbloem, Rode klaver en Smalle weegbree.

 Elke grassoort heeft zijn eigen ecologische bereik. In deze grafiek zijn enkele grassoorten uitgezet op de Ellenbergwaarden voor voedselrijkdom

Leer grassen herkennen

Het leren herkennen van grassen is nuttig, leuk en ontzettend boeiend. Met de online grassencursus van FLORON leer je een belangrijk deel van de in Nederland voorkomende soorten grassen herkennen en determineren. Deze verdiepingscursus is geschikt voor floristen, ecologen, natuurbeheerders, agrarische collectieven en liefhebbers. De cursus bestaat uit zes online lessen die je op elk moment kunt volgen. We raden je aan om in mei te starten. Dit is de optimale periode voor het herkennen van grassoorten in het veld.

Meer informatie

  • Bezoek de website van FLORON voor meer informatie over de 'Cursus Grassen, Zeggen en Russen Herkennen' en om je meteen aan te melden.

Tekst: Stef van Walsum, FLORON
Beeld: Stef van Walsum; SynBioSys; FLORON