Viervlek

Libel is vis vaak te slim af

Stichting Bargerveen
31-MEI-2013 - Het is voorjaar en op veel plekken vliegen weer libellen rond. In het Bargerveen werden zelfs grote wolken witsnuiten en viervlekken waargenomen. Het grootste deel van het jaar leven libellen als larve in het water. Ze vormen daar een interessante prooi voor vissen en andere roofdieren. Maar ze laten zich niet zomaar pakken!

Bericht uitgegeven door Stichting Bargerveen [land] op [publicatiedatum]

Het is voorjaar en op veel plekken vliegen weer libellen rond. In het Bargerveen werden zelfs grote wolken witsnuiten en viervlekken waargenomen. Het grootste deel van het jaar leven libellen als larve in het water. Ze vormen daar een interessante prooi voor vissen en andere roofdieren. Maar ze laten zich niet zomaar pakken!

Grote wolken witsnuit- en viervleklibellen in het Bargerveen (foto: Agata van Oosten)De afgelopen weken zijn er, ondanks het relatief koude en natte voorjaar, veel soorten libellen gezien. In sommige gevallen waren de dichtheden erg hoog, zoals van witsnuit- en viervleklibellen in het Bargerveen. Op verschillende plekken in dit hoogveengebied vlogen bij elke stap tientallen libellen op en dat over een afstand van honderden meters! Een van de redenen hiervoor is dat in het zure veenwater geen vissen voorkomen, zodat de predatiedruk op de larven erg klein is. Maar hoe verweren de larven zich tegen predatie wanneer er wel vissen aanwezig kunnen zijn?

 

Een belangrijke aanpassing is het ontwijken van visrijke plekken. Een aantal libellensoorten legt alleen eitjes in tijdelijke wateren die in de loop van de zomer (vrijwel) helemaal droogvallen en waarin vissen dus geen populaties kunnen vormen. De eitjes en larven van libellen zijn bestand tegen uitdroging of zijn in het ondiepe, warme water al snel ontwikkeld tot rondvliegende libellen. Een soort als de houtpantserjuffer gaat zelfs nog verder door haar eitjes niet in het water af te zetten, maar boven het water in de schors van houtige stengels te verstoppen. De eitjes overwinteren daar en de larven komen pas in het voorjaar in het water terecht. Hierdoor ontwijkt de soort maandenlang de kans op vispredatie.

Ei-afzet houtpantserjuffer (foto: Kars Veling)Libellenlarven die tussen vissen leven, proberen zo min mogelijk op te vallen. Ze hebben schutkleuren, leven tussen dichte planten of graven zich grotendeels in de bodem in, zoals de gewone bronlibel. Bovendien blijkt uit experimenten dat larven die vissen waarnemen hun gedrag daar op aan passen. Als de larven vissen zien zwemmen (ook wanneer de vis in het experiment niet bij de larve kan komen!) kruipen en zwemmen ze minder frequent, maar draaien zich ondertussen wel vaker om, zodat ze de goede kant op kunnen vluchten. Daarnaast herkennen larven chemische stoffen die predatoren uitstoten. Niet alleen van vissen, maar ook van ongewervelde roofdieren als bootsmannetjes en staafwantsen. In water waarin deze predatoren hebben rondgezwommen (en daarna weer zijn verwijderd) blijken libellenlarven veel voorzichtiger gedrag te vertonen.

Larve van de witsnuitlibel (foto: Paulson)Tenslotte hebben verschillende larven lichamelijke aanpassingen om predatie te voorkomen in de vorm van stekels op hun rug en aan de zijkant. Uit onderzoek is gebleken dat de doorn op de rug van venwitsnuiten langer is in wateren waar vis voorkomt dan in wateren waarin geen vis voorkomt.  Al bij al zijn larven van libellen dus zeer goed in staat om predatie tot een minimum te beperken.

Tekst: Marijn Nijssen & Hein van Kleef, Stichting Bargerveen
Foto's: Agata van Oosten-Siedlecka, Alterra; Kars Veling, De Vlinderstichting; Paulson