Nu (bijna) overal te zien: noordelijke lijsters

Vogelbescherming Nederland
5-FEB-2019 - De merel is een bekende tuinvogel in Nederland. Zingt mooi en zit op elk gazon. Man zwart, vrouw bruin. De merel is een lijster, net als de zanglijster die óók mooi (en hard) zingen kan. Op dit moment zijn in Nederland nog een paar lijstersoorten te zien, die veel minder bekend zijn, maar misschien nog wel véél mooier!
Deel deze pagina

Koperwiek

Koperwiek - schoonheid voor fijnproevers: let op de mooie strepen op de kopDe twee noordelijke lijstersoorten lijken oppervlakkig gezien wel wat op elkaar, ze zijn dan ook familie. Ze trekken vaak op in gemengde groepen van beide soorten. De koperwiek is de kleinste; als je ze rustig bekijkt vallen de prachtig geelwitte oogstreep en keelstreep op. Het is echter opmerkelijk hoe lastig die te zien zijn als je van grotere afstand naar ze kijkt, ze lijken dan vooral grauwbruin. Je doet ze dan ook tekort door oppervlakkig te kijken. Als koperwieken (op)vliegen zie je opeens de roestrode oksels tevoorschijn komen waar de vogel zijn (en haar) naam aan dankt.

Kramsvogel

De kramsvogel is groter dan de koperwiek. En vooral ook luidruchtiger. Wanneer tijdens een wandeling door een open landschap een heg of struikgewas opeens ‘explodeert’ van de vogels dan kan het zomaar om kramsvogels en koperwieken gaan. De kramsvogels roepen een luid ‘tsjakke-tjakke-tjak’, de roep van de koperwiek is veel hoger en vergeleken met de kramsvogels veel minder opvallend. Koperwieken klinken als een hoog en scherp ‘psrieee’. Aan zittende kramsvogels vallen vooral ook de grijze kop en staart op. Koperwieken hebben die niet, andere lijsters ook niet.

De kramsvogel heeft een opvallende grijze kop

Wat zoeken koperwiek en kramsvogel hier?

Het afgelopen jaar hadden besdragende struiken, zoals meidoorn, een absoluut topjaar. Zelden hangen in de winter de struiken zó vol bessen als dit jaar. Op plekken waar veel duindoorn- of meidoornstruiken te vinden zijn, kun je nu geheid koperwieken en kramsvogels vinden. Om de vogels te vinden, kun je dus het best eerst zoeken naar de struiken, die vallen van grotere afstand op dan de vogels. Ook in tuinen worden nu veel koperwieken en kramsvogels gezien. En ook merels, al was dat bijna anders geweest.

Het rode goud waar de lijsters zich massaal op storten: bessen van onder andere meidoorn De crash van het aantal merels lijkt tot stilstand gekomen

En de merel?

Het is goed mogelijk dat u ergens gelezen heeft dat het aantal merels flink is afgenomen. Dat komt (zeer waarschijnlijk) door het Usutu-virus; een ‘zware griep’ die door muggen van merel-tot-merel wordt overgebracht. Uit gegevens van de Nationale Tuintelling van Vogelbescherming blijkt dat de afname tot staan is gebracht, de merelstand lijkt dus niet verder in te zakken.

Vanwege de nauwe familieband tussen de lijsters is het aannemelijk dat het Usutu-virus wel een risico vormt voor de beide noordelijke soorten. Er is een theoretisch risico dat de noordelijke lijstersoorten ook besmet worden met het Usutu-virus. Maar omdat het door muggen wordt overgebracht is de kans daarop minimaal. In de winter zijn muggen in principe niet actief, tenzij in een periode van aanhoudende heel zachte dagen en nachten. Kramsvogel en koperwiek hebben van de merel dus in de praktijk niets te vrezen.

Tekst: Lars Soerink, Vogelbescherming Nederland
Foto's: Piet Munsterman, Saxifraga; Paul Busselen; Ruud van Beusekom

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen