Steilrandgroefbij wacht duizend jaar op bronstige stier

ARK Natuurontwikkeling
12-MEI-2019 - Grofweg duizend jaar geleden verdwenen de grote wilde grazers uit ons landschap. Daarmee verdwenen ook de stierenkuilen die de stieren van rund en wisent maakten om te imponeren. Deze kuilen boden onder andere nestgelegenheid voor wespen en bijen. Nu er weer natuurlijke kuddes rondlopen doet ARK Natuurontwikkeling in samenwerking met Wageningen Universiteit onderzoek naar dit bijzondere fenomeen.
Deel deze pagina

Stierenkuilen ontstaan vooral in de bronsttijd, bij runderen rond juni en bij wisenten in september. Dat is de periode waarin volwassen stieren worden uitgedaagd door de andere stieren in de kudde. De hormonen gieren door hun lijven en om indruk te maken op elkaar schrapen ze met hun poten over de grond en gooien het vrijgekomen zand omhoog. Vooral in droge tijden veroorzaakt dit indrukwekkende stofwolken. Het stof daalt weer neer op hun rug en dan zien de stieren er vervaarlijk uit. Dat schrapen doen ze graag op steeds dezelfde plekken, waardoor asymmetrische kuilen met vaak een steilrand in een halve cirkel ontstaan: de stierenkuil. De stier bewerkt deze steilrand regelmatig met zijn flanken, maar vooral met zijn kop. Grote brokken van de wand vliegen dan door de lucht. Hierdoor ‘wandelt’ de kuil met soms meer dan een meter per jaar door het landschap. Het steil blijven van de wanden is altijd het resultaat van een voortschrijdend proces. Soms komt een stier niet meer terug in de kuil en dan raken de steilranden in verval doordat passerende runderen of paarden de randen van de kuil af trappen. De kuil zelf raakt begroeid en verdwijnt langzaam weer in het landschap. 

Deze kuilen komen vrijwel nooit voor op een boerenbedrijf want kalveren worden daar al vroeg bij hun moeders weggehaald. Het enige moment waarop een volwassen stier weer bij een groep runderen staat is als er koeien gedekt moeten worden, als dat al niet kunstmatig gebeurt. Bovendien gaat een kuil ten koste van grasland en dus van efficiëntie. Een steilrand is mede hierom tegenwoordig een vrij zeldzaam fenomeen in Nederland. Weliswaar maken ook beken en rivieren steilranden als ze de ruimte krijgen om vrij te meanderen, maar dit proces is in Nederland grotendeels aan banden gelegd.

Stierenkuil in natuurgebied de Slikken van Flakkee

Terugkeer van het wilde rund

Maar het tij is gekeerd. Sinds 1984 lopen er op de Slikken van Flakkee in Zuid-Holland, als eerste plek in Europa, weer wilde runderen in een natuurlijk, sociaal kuddeverband. Inmiddels lopen in steeds meer natuurterreinen kuddes van rund en paard waarbij ruimte wordt gegeven aan het natuurlijke gedrag van de dieren. Ook hebben de kuddes een natuurlijke samenstelling. Zo lopen er meerdere stieren bij elkaar in een groep. Deze kuddes krijgen de kans zich heel natuurlijk te ontwikkelen. Er wordt alleen ingegrepen als er te veel dieren lopen in verhouding tot het aanwezige voedsel.

Onderzoek

Op de eerste Google-Earth opnames van de Slikken van Flakkee zijn meer dan zeshonderd stierenkuilen te zien. Dit was voor ARK Natuurontwikkeling en Wageningen Universiteit aanleiding om te onderzoeken welke impact dit fenomeen heeft op flora en fauna. Voor een studie viel het oog op de kuilen van Gallowayrunderen in de Ooijpolder bij Nijmegen. Vijf kuilen zijn geselecteerd en worden momenteel onderzocht. Naast pionierplanten op de losgewerkte grond aan de ene kant van de kuil profiteren met name bijen en wespen van de steilrand aan de andere kant. Tot nu toe zijn er 23 soorten wespen en 16 soorten bijen opgemerkt.

Honderden stierenkuilen op de Slikken van Flakkee

Steilrandgroefbij

Opvallend is het voorkomen van de zeldzame steilrandgroefbij. Dit kleine bijtje moet het van actieve kuilen en steilranden hebben. In verlaten stierenkuilen komt zij niet voor. Er zijn twee kerngebieden: de duinen bij Den Haag en de uiterwaarden van de Gelderse Poort bij Nijmegen. In de duinen zit ze in stuifkuilen die ontstaan als reeën de grond opengraven op zoek naar wortels. In de Gelderse Poort zit ze soms langs de rivier en in door mensen gegraven taluds, maar die laatste zijn onderhevig aan verval en raken begroeid. Zolang er bronstige stieren rondlopen zijn er altijd verse steilranden en deze bij zit in elke onderzochte actieve stierenkuil!

Steilrandgroefbij

Riskant

Het voordeel van een steilrand is dat de holen die insecten erin graven relatief droog blijven tijdens regenbuien en lastig bereikbaar zijn voor indringers. Maar het bewonen van zo’n steilrand is niet zonder risico. De drijvende kracht achter het ontstaan van die kleine kliffen breekt deels de holen ook weer af want de stier keert regelmatig terug. Veel bijen en wespen maken daarom lange gangen van vijftig tot wel honderd centimeter. Dan duurt het even voordat erosie het nest bloot legt. Maar in het geval dat alleen de gang wordt dichtgesmeerd door een stier en de cel intact blijft, profiteert de bij of wesp juist: de larve zit dan onvindbaar voor de vele parasieten veilig in zijn cel.

De dynamiek van stierenkuilen is aantrekkelijk voor diverse planten en dieren waarvan een aantal zelfs een specifieke voorkeur lijkt te hebben voor dit hormoongestuurde proces. ARK Natuurontwikkeling breekt een lans voor natuurlijke processen. Eén van die processen is natuurlijke begrazing in de breedste zin van het woord: van worm tot wisent. Stierenkuilen, zandbaden, schone poep en kadavers zijn processen die daaruit voortvloeien met elk hun eigen kansen voor andere dieren en planten. Processen staan zo aan de bron van biodiversiteit.

Het onderzoek naar stierenkuilen loopt tot eind 2020. Er is een mogelijkheid op zaterdag 8 juni om een excursie per fiets naar de stierenkuilen in de Ooijpolder bij te wonen. Vertrek (met eigen fiets!) om 10 uur voor het Centraal Station in Nijmegen.

Tekst: Jeroen Helmer, ARK Natuurontwikkeling
Foto's: Leo Linnartz, ARK Natuurontwikkeling (leadfoto: stier graaft eigen kuil); Jeroen Helmer, ARK Natuurontwikkeling
Kaart: Google Maps

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen