Landschappen lezen met de LESA

Bosgroepen
18-SEP-2019 - Wateroverlast, verdroging, bodemverzuring, mineralengebrek, verlies van planten en dieren, ziekten en plagen bij bomen, verlies van identiteit door vervlakking van landschappelijk erfgoed; voorbeelden van landschappelijke uitdagingen waarvoor we soms terug moeten naar de bron, en een landschap goed moeten 'lezen' om een oplossing te vinden. Een landschapsecologische systeemanalyse helpt daarbij.
Deel deze pagina

Wederzijdse invloed mens en landschap door de tijd heen

De verschillende factoren die van invloed zijn op de kenmerken van het landschap en hun onderlinge relaties (uit Klaver & Smeenge, 2011)Een landschapsecologische systeemanalyse (LESA) geeft inzicht in de geografische opbouw en de ontstaansgeschiedenis van een landschap, de planten en dieren die er voorkomen, en de wederzijdse invloed tussen de mens en het landschap (cultuurhistorie) door de tijd heen. En dat gaat vaak ver terug! Een LESA is een integrale aanpak die gestructureerd in beeld brengt hoe een gebied functioneert wat betreft bodemopbouw, grond- en oppervlaktewater en vegetatie. Door het hele systeem in beeld te brengen en te kijken hoe een gebied zich verhoudt tot zijn omgeving, kunnen we de oorzaken van problemen vinden. Daarmee kunnen we de juiste maatregelen nemen om knelpunten op te lossen. Het ene landschap is namelijk het andere niet. En de ene bodem is de andere niet.


Een veelzeggende bodem

Een dwarsdoorsnede van een bodemprofiel, met onder andere waterstromen en verschillende lagen

De bodem, waarin veel meer gebeurt dan we in de gaten hebben, is de basis van het onderzoek. Er komen veel verschillende grondsoorten in Nederland voor, zoals klei, veen en zand. Er zijn doordringbare en ondoordringbare lagen, en er komt bijvoorbeeld ijzer en kalk voor in de bodem. Empirisch veldonderzoek is dan ook een belangrijk en onmisbaar onderdeel van de LESA. De grondboor gaat daarom altijd mee om de bodemlagen en de afgeleide ecohydrologische kenmerken te onderzoeken. We kijken ook naar de aanwezigheid van specifieke vegetatie: naar soorten die bijvoorbeeld onder natte omstandigheden voorkomen, of juist alleen bij kwel. Zo checken we of datgene dat we onder de grond zien, of wat hydrologische modellen voorspellen, ook klopt met wat we boven de grond aantreffen. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van online kaartmateriaal (oud en recent) en bijvoorbeeld luchtfoto’s, die we via verschillende applicaties kunnen raadplegen.  

Leren van de (landschaps)geschiedenis

Met de grondboor kun je bodemmonsters uit verschillende dieptes onderzoeken en vergelijkenHet Nederlandse landschap heeft sinds de ijstijd aan veel verschillende invloeden blootgestaan, al dan niet door toedoen van de mens. Van klimaatveranderingen tot veenontginning en van intensieve landbouw tot de inrichting van watersystemen. Er zijn ook nog steeds veel zichtbare en onzichtbare elementen in het landschap, bijvoorbeeld grafheuvels of pingo’s, die iets vertellen over het verleden en de ontstaanswijze van gebieden. Ze geven een gebied identiteit en karakter. De belangstelling voor deze historische elementen neemt steeds meer toe, ook omdat de kennis belangrijk is voor toekomstige planvorming en beheer. In deze planvorming werd tot voor kort maar weinig teruggekeken. “Dat is jammer”, vindt Harm Smeenge, expert landschapsecologie & historische ecologie bij de Bosgroepen.Omdat je veel van de geschiedenis kunt leren. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of je een verdroogd broekbos kunt herstellen door alleen de hydrologie (kweldruk) te verbeteren, terwijl overstroming door de opstuwende werking van (verdwenen) watermolens vroeger een sterk sturend proces was. En met de geschiedenis breng je de werelden van natuur en erfgoed bij elkaar.” LESA’s worden ingezet om realistische natuur- en waterdoelen te helpen opstellen in gebieden. Hoe zag een gebied er vroeger uit? Wat willen en kunnen we herstellen of terugbrengen?

Prachtig bodemarchief helpt natuur- en waterdoelen Wisselse Veen

Wisselse Veen

Om een plan op te kunnen stellen voor de inrichting van circa 35 hectare nieuwe natuur, is een uitgebreide LESA gedaan voor het Natura2000 gebied Wisselse veen bij Epe. Het ging hier om aardkundig onderzoek (geologie, bodem, hydrologie), ecologisch onderzoek (pollen, grotere plantaardige resten, eDNA, historische beschrijvingen, actuele vegetatie) en cultuurhistorisch onderzoek (archeologie, historische geografie), geïntegreerd en samengebracht in een inrichtings- en beheerplan voor natuur- en waterdoelen. Hier werd per toeval een intact en afgedekt veenprofiel aangetroffen. Onverwacht, want de veenontginners hebben daar eeuwen geleden flink huisgehouden. Het resultaat was een prachtig bodemarchief als basis voor begrip van het landschap en kennis van de vroegere vegetatie. Het aanvullende eDNA onderzoek, via bodemmonsters uit de verschillende lagen, kan nog meer informatie geven over welke planten en bomen hier de afgelopen duizenden jaren voorkwamen.

Onderzoek en herstel flora in Drentse bossen

Onderzoek, onder andere naar de pH-waarden, met de 'humushapper'Ook voor herstel van bijvoorbeeld zeldzame bosflora zijn LESA’s zeer nuttig. Waarom groeien bepaalde bijzondere plantensoorten wel in het ene bos, en niet in het andere bos? Wat kunnen we doen om een populatie te herstellen? De analyses bestaan uit verschillende onderdelen en stappen. Zoals bij recent onderzoek in het Gasterse Holt in Drenthe, een bos dat opvallend rijk is aan bosflora.
Als eerste bieden flora-inventarisatiegegevens uit de vorige eeuw inzicht in verschuivingen. Over een langere periode geven paleo-ecologische gegevens (stuifmeelonderzoek) uit begraven bodems (onder wallen) of oude humuslagen veel inzicht in de ecologische veranderingen. Ten derde is inzicht nodig in omgevingseffecten van bijvoorbeeld veranderingen in de hydrologische situatie (zuurbuffering vanuit het grondwater) of historisch landgebruik (verandering van beheer). Tenslotte biedt bodemchemisch onderzoek inzicht in de mate van verzuring en de weerstand daartegen vanuit het landschapsecologische systeem. Op basis hiervan wordt vastgesteld of een bos verzuurd en ecologisch verarmd is, want dat is lang niet altijd het geval. Vervolgens kunnen we een herstelstrategie (een haalbaar doel dat past bij het type bos) opstellen. Dit kan bestaan uit hydrologische herstelmaatregelen, of bijvoorbeeld vrijstelling van bepaalde boomsoorten of de aanplant van verdwenen soorten die kunnen bijdragen aan een goed functionerend bosecosysteem.
Teruggaan naar de bron, door middel van een LESA, geeft daarmee goede handvaten voor realistische en duurzame (herstel)strategieën.

Tijdens de aankomende Beheerdersdag op 27 september, de kennisdag voor bos- en natuurbeheerders, gaan de Bosgroepen (Harm Smeenge) dieper in op de landschapsgeschiedenis van het Wisselse Veen, aan de hand van de uitgebreide Landschapsecologische systeemanalyse van het gebied.

Tekst en foto's: Bosgroepen
Figuren: Klaver & Smeenge, 2011; Explanation Design

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen