Grote zwermen kleine mestkevertjes in de lucht en op gevels

Hellingman Onderzoek en Advies, Wageningen University
3-OKT-2019 - In delen van Nederland en België worden meldingen gedaan van vliegenzwermen en/of grote aantallen insecten die over de gevels lopen. Het blijkt om kleine mestkevers van het geslacht Aphodius te gaan. Deze mestkevers houden vooral van paardenmest. Het is nog onduidelijk waarom er dit jaar zoveel van deze mestkevertjes rondvliegen. Mogelijk spelen de bijzondere weersomstandigheden een rol.
Deel deze pagina

Vorig jaar kon je in oktober vrijwel niet fietsen zonder in botsing te komen met ontelbare bladluizen. De afgelopen dagen vlogen er tijdens een fietstocht ook allerlei insecten tegen je aan, maar dat waren duidelijk geen bladluizen. De insecten waren groter en veel harder dan bladluizen. Het ging om diverse exemplaren van een klein mestkevertje/bladsprietkevertje: de Aphodius contaminatus (geen Nederlandse naam). Er zijn verschillende Aphodius soorten die in het gras aangetroffen kunnen worden, zoals Aphodius fimetarius en Aphodius fossor, maar die vliegen normaal gesproken eerder in het jaar. Momenteel wordt ook de zwervende mestkever (Aphodius prodromus) aangetroffen. Op Waarneming.nl wordt vooral Aphodius contaminatus gemeld, met een zwaartepunt in de oostelijke helft van het land. Ook in België zijn er veel meldingen van mestkevers.

Oorzaak grote aantallen mestkevertjes onduidelijk

De dichtheden blijken dit jaar lokaal enorm op te kunnen lopen. Er zijn diverse meldingen dat er zeer grote aantallen op gevels van huizen worden aangetroffen (zie onderstaande foto), maar ook huizen binnenkomen. Het is onduidelijk waarom er momenteel zoveel mestkevertjes rondvliegen. Wellicht spelen de bijzondere klimatologische omstandigheden van de afgelopen jaren een rol. Een andere oorzaak kan de omschakeling zijn van kunstmest naar organische mest. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat dit de grote aantallen kan verklaren.

Mestflatsen worden door allerlei insecten gekoloniseerd. De geur die uit verse mest komt, speelt hierin een belangrijke rol. In de eerste drie uur na de uitscheiding ervan, zijn het vooral vliegen die de mest koloniseren. De kevers vormen de tweede golf van kolonisatie. De tunnels die ze in de mest graven, zorgen voor een betere doorluchting van de mest. Dit is gunstig voor het uitkomen van eitjes van andere insecten. In de eerste twee dagen van kolonisatie treedt er een stevige concurrentie op van verschillende keversoorten. Van Aphodius contaminatus is bekend dat hij kan gaan overheersen. Het lijkt erop dat deze soort de concurrentie dit jaar ook gewonnen heeft.

Zeer grote aantallen Aphodius Contaminatus op een gevel

Engerlingen: voedsel voor vogels

De kevers die nu vliegen, zetten eitjes af. Uit deze eitjes komen engerlingen. De engerlingen zijn vrij klein als ze volgroeid zijn: maximaal een centimeter. De eerste generatie mestkevers zal in het late voorjaar uitvliegen; de tweede generatie meestal in september en oktober.

De meeste engerlingen ontwikkelen zich in paarden- of konijnenmest, maar sommige soorten voeden zich met organisch materiaal. Bij gebrek aan mest of organisch materiaal kunnen ze overschakelen op plantaardig voedsel. Deze engerlingen veroorzaken nauwelijks schade. Ze worden graag gegeten door vogels, die daarbij het gras kunnen beschadigen op zoek naar voedsel. Doordat de engerlingen net als de emelten (larven van langpootmuggen) in de winter actief zijn, is er voldoende voedsel voor vogels. Beide soorten blijven hoog aan de oppervlakte. Ze gaan niet in diapauze zoals de engerlingen van andere bladsprietkevers, waaronder meikevers en rozenkevers.

Engerlingen van Aphodius contaminatus (wit, links en boven) samen met emelten (rechts in beeld)

Aphodius contaminatus

Aphodius fimetarius

Tekst: Silvia Hellingman, Hellingman Onderzoek en Advies en Arnold van Vliet, Wageningen University
Foto’s: Silvia Hellingman; Frank Köhler; Erica Schoo

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen