Een nieuw korstmos in de Biesbosch roept interessante vragen op

BLWG
22-JAN-2021 - In 2020 werd in de Biesbosch een voor de wetenschap nieuw korstmos ontdekt, Glimmend schaduwmos. Hoe kan zo’n nieuwe, redelijk opvallende soort hier plotseling verschijnen? Een van de verklaringen zou kunnen zijn, dat de soort er recentelijk is ‘ontstaan’. Glimmend schaduwmos is verwant aan Dun schaduwmos, een soort die de laatste jaren enorm is toegenomen in Nederland.
Deel deze pagina

Een afwijkend Schaduwmos

Nog maar kortgeleden was het korstmos Dun schaduwmos (Hyperphyscia adglutinata) nog zeldzaam in Nederland. Door een verbeterde luchtkwaliteit en zeker ook door de recente opwarming van het klimaat is deze soort, die ook in de tropen voorkomt, enorm toegenomen. De grijzige korsten zijn nu algemeen op bomen met een voedselrijke schors, zelfs in de bebouwde kom van dorpen en steden. Ook in de Biesbosch vind je het vaak aan de rand van oude wilgenbossen. In de winter van 2020 werden in dit gebied echter ook sterk afwijkende exemplaren aangetroffen. Deze vielen allereerst op door de iets wittere kleur en de wat bredere lobben. Op diverse wilgenstammen groeide het ook samen met het ‘normale’ Dun schaduwmos, waarbij geen tussenvormen werden gevonden. Het nieuwe korstmos onderscheidt zich op diverse kenmerken. Zo groeit het net als Dun schaduwmos (‘adglutinata’ betekent ‘vastgelijmd’) strak aangedrukt op de schors, maar is het bovendien omzoomd door een uitpuilend ‘lijmlaagje’.

Glimmend schaduwmos, links- en rechtsboven is ook Dun schaduwmos te zien

Een onbeschreven soort

Als je er met de Nederlandse flora niet uitkomt, pak je als lichenoloog (korstmossendeskundige) natuurlijk die van Engeland of Duitsland erbij. Dat schoot in dit geval echter ook niet op, want in heel Europa komt van het geslacht Hyperphyscia maar één soort voor. Wereldwijd zijn er ruim twintig soorten, en vooral (sub-)tropische gebieden van Zuid-Amerika, Zuid- en Oost-Afrika kennen een grote diversiteit. Na uitgebreid literatuuronderzoek bleek de kenmerkencombinatie van het Biesbosch-materiaal echter bij geen enkele tot dusver beschreven soort voor te komen. Dan kun je zelf een nieuwe naam toekennen. Inmiddels is het als Hyperphyscia lucida (Glimmend schaduwmos) gepubliceerd in het Engelstalige tijdschrift Lindbergia. Het achtervoegsel ‘lucida’ verwijst daarbij naar het glimmende oppervlak.

Hoe kan in de Biesbosch zomaar een nieuwe soort verschijnen?

Glimmend schaduwmos, langs de rand met een uitpuilend 'lijmlaagje'

Allereerst, is het een nieuwe soort? Dat zal de tijd leren. Het Biesboschmateriaal lijkt morfologisch uniek, maar het is bijvoorbeeld nog niet met DNA-technieken vergeleken met andere tropische soorten.

Is de soort hier dan al die tijd over het hoofd gezien? Dat lijkt onwaarschijnlijk. Europa kent een lange traditie van onderzoek naar korstmossen; Nederland en zijn buurlanden behoren tot de intensiefst doorzochte gebieden ter wereld. Het Glimmend schaduwmos is voor de geoefende waarnemer ook niet een moeilijke of minuscule soort.

Was het dan wellicht een nog onbeschreven soort uit een ver buitenland? Dat zou kunnen, maar ook in bijvoorbeeld tropische streken moet je tegenwoordig – in ieder geval op korstmosgebied – je stinkende best doen om nog iets nieuws te vinden, en er is al veel naar Hyperphyscia gekeken. En bovendien, hoe komt zo’n korstmos uit bijvoorbeeld Argentinië of Kenia dan terecht in een oud wilgenbos in Nederland?

Tenslotte, is de soort wellicht recentelijk ontstaan?! Dit is niet helemaal ondenkbaar. Soorten kunnen geleidelijk evolueren, maar het kan ook ‘ogenblikkelijk’ optreden. Dit is bijvoorbeeld vastgesteld bij sommige soorten hogere planten. Bij korstmossen is hier echter nog heel weinig van bekend en dit vraagt om verder onderzoek.

Meer informatie

  • A. van der Pluijm (2020) Hyperphyscia lucida (Physciaceae, lichenized Ascomycota), a new species from willow forests in the Biesbosch, the Netherlands. Lindbergia 2020: 1138.
  • A. van der Pluijm (2020) Hyperphyscia lucida in oude wilgenbossen in de Biesbosch, een nieuw ontstane korstmossoort? Buxbaumiella 120: 7-15.

Tekst en foto’s: Arno van der Pluijm, BLWG

 

 

 

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen