Onderzoek gestrande bruinvis (eenmalig gebruik WUR)

Dodelijke bacterie aangetroffen in grote groep gestrande bruinvissen

Universiteit Utrecht, Wageningen Marine Research
26-NOV-2021 - Onderzoekers van de Universiteit Utrecht en WUR hebben in opdracht van het ministerie van LNV onderzoek gedaan naar de mogelijke doodsoorzaak van de zo’n 190 aangespoelde dode bruinvissen op de Waddeneilanden afgelopen zomer. De meest opmerkelijke vondst is de aanwezigheid van Erysipelothrix rhusiopathiae: een bacterie die tot bloedvergiftiging kan leiden bij walvisachtigen.
Deel deze pagina

Het aantal dode bruinvissen was opmerkelijk hoog, gezien het jaarlijkse gemiddelde van ongeveer 600 gestrande bruinvissen aan de Nederlandse kust. Zestien van de 22 onderzochte bruinvissen bleken volwassen vrouwtjes. “Alle bruinvissen verkeerden in vergelijkbare staat van ontbinding en zijn dus waarschijnlijk rond dezelfde tijd overleden”, legt bioloog Lonneke IJsseldijk van de Universiteit Utrecht uit.

Een plotselinge dood ligt voor de hand

De bruinvissen zijn onder meer onderzocht op hun lichamelijke conditie, de aanwezigheid van parasieten en er werden bloedmonsters afgenomen. Daarna volgde labonderzoek naar de inhoud van de magen en de aanwezigheid van algen-toxines en mogelijk dodelijke micro-organismen. Daaruit blijkt dat de bruinvissen voor hun dood over het algemeen in een redelijke tot goede gezondheid verkeerden. IJsseldijk: “Ze beschikten over een gezonde vetlaag, er werden relatief weinig parasieten ontdekt en veel van de volwassen vrouwtjes waren kortgeleden zwanger geraakt. Een plotselinge dood lag op basis daarvan voor de hand.”

Lege magen

Ondanks de relatief goede gezondheid werden bij elf bruinvissen géén prooiresten aangetroffen in de magen. Bij de rest van de bruinvissen zaten slechts kleine hoeveelheden voedsel in de magen. “De dieren die betrokken waren bij deze massastranding hadden dus enige tijd gehongerd voordat ze stierven”, aldus marien bioloog Mardik Leopold van Wageningen University & Research. “Dit past bij een hevig en acuut ziekteverloop.”

Bloedvergiftiging

In ruim driekwart van de onderzochte bruinvissen werd dezelfde bacterie aangetroffen: Erysipelothrix rhusiopathiae. Dit is een bacterie die bij vrijwel alle diersoorten voorkomt en die vlekziekte (Erysipeloïd) kan veroorzaken: een infectie vooral bekend bij varkens en kalkoenen. De ziekte kan ook voorkomen bij reptielen, vissen en mensen. Bij de bruinvissen bleek de bacterie in allerlei organen voor te komen, het ging hier om een bloedvergiftiging.

De bruinvissen kunnen geïnfecteerd zijn met Erysipelothrix via geïnfecteerd water, geïnfecteerde vis, of onderlinge overdracht. Of en hoe dit in grootschalige sterfte heeft kunnen resulteren is onduidelijk, die interpretatie is volgens IJsseldijk lastig: “In de literatuur zijn geen beschrijvingen van grootschalige sterfte als gevolg van Erysipelothrix-infectie te vinden, alleen enkele geïsoleerde individuele gevallen. Ook weten we niet of deze bacterie normaalgesproken bij bruinvissen voorkomt. Maar het feit dat we deze bacterie niet eerder in bruinvissen vonden tijdens een sectie, is zeker opvallend.”

Opties uitsluiten

Bioloog Lonneke IJsseldijk en sectiezaalmedewerker Darryl Leydekkers van Universiteit Utrecht onderzoeken een van de gestrande bruinvissen“Al met al hebben we een hoop mogelijke doodsoorzaken kunnen afstrepen door dit onderzoek”, aldus Leopold. “Zo kunnen we plotselinge massasterfte door een onderwaterontploffing, windmolenparken, klimaatverandering of overbevissing uitsluiten. Wel waren bijzondere weersomstandigheden wellicht mede verantwoordelijk voor het massaal aanspoelen van de dieren, die ver op zee moeten zijn gestorven.”

Toch staan er ook nog mogelijkheden open. Zo wordt er door onderzoekers van de Erasmus Universiteit nog gekeken naar de eventuele aanwezigheid van virussen. En er is een lage hoeveelheid saxitoxine (STX) in de bruinvissen gevonden: een krachtige gifstof geproduceerd door algen die de werking van het zenuwstelsel aantast. Vanwege de slechte staat van de gestrande bruinvissen is het nog onduidelijk wat de STX-concentratie is geweest vlak voor overlijden en of de concentratie hoog genoeg was om een mogelijke rol te hebben gespeeld in de massale sterfte.

Meer informatie

Tekst: Universiteit Utrecht & Wageningen Marine Research
Foto: Bas Niemans, Universiteit Utrecht