Het Oostervoortsche Diep

Het resultaat van tien jaar verschralingsbeheer langs het Oostervoortsche Diep

Kennisnetwerk OBN
25-JAN-2022 - In het beekdal van het Drentse Oostervoortsche Diep zijn de afgelopen tien jaar verschillende methoden onderzocht om de hoeveelheid fosfor in de bodem te verminderen. Als er teveel fosfor in de bodem zit, is het namelijk lastig om een soortenrijke vegetatie te ontwikkelen. Er is in die tijd veel fosfor uit de bodem verwijderd, maar de ontwikkeling van een soortenrijke vegetatie kost meer tijd.

Het Oostervoortsche Diep is een beek die door het noorden van Drenthe stroomt. Van oudsher was het beekdal in gebruik als hooiland. In de jaren zestig van de vorige eeuw is de waterloop rechtgetrokken ten behoeve van de landbouw. De grond werd toen intensief bemest. Omdat de beek onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland, is de natuurlijke waterloop in 2008 hersteld. Het is de bedoeling dat zich hier nat schraalland ontwikkelt, naast vochtig hooiland en flora- en faunarijk grasland. Door de decennialange bemesting was de bodemkwaliteit niet geschikt voor de gewenste natuurontwikkeling. Vooral de grote hoeveelheid fosfor was problematisch.

Verschillende vormen van verschralingsbeheer

Er zijn verschillende methoden bekend om de hoeveelheid fosfor in de bodem te verlagen. Bij verschralen wordt de vegetatie gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Planten nemen fosfor op uit de bodem om te kunnen groeien. Met de afgemaaide planten verdwijnt dus ook de fosfor die ze hebben opgenomen.
Uitmijnen is een intensievere vorm van verschralen. In dit geval worden er landbouwgewassen geteeld die veel fosfor opnemen. Bovendien wordt de grond bemest met stikstof en kalium, zodat de planten harder groeien en dus nog meer fosfor uit de bodem opnemen. Ook hier worden de planten gemaaid en afgevoerd.
Tot slot is het ook nog mogelijk om de fosforrijke grond af te graven en met een schone lei te beginnen. Deze drie methoden zijn op verschillende proefvelden in het beekdal uitgevoerd. Ondertussen zijn de bodemchemie, de vegetatie en de grondwaterstand gemonitord.

Proefveldjes langs het Oostervoortsche Diep

Nog weinig effect op de vegetatie, wel veel fosfor afgevoerd

De gevlekte orchis is een kenmerkende soort van vochtig hooiland

Uit het onderzoek blijkt vooral dat de ontwikkeling van een soortenrijke schrale vegetatie veel tijd kost. Tijdens het tienjarige onderzoek is de soortenrijkdom nauwelijks toegenomen. Alleen op de plekken waar de fosforrijke grond was afgegraven verschenen direct zeldzame plantensoorten. In de proefvelden waar was verschraald en uitgemijnd is wel veel fosfor via het maaisel afgevoerd. Uitmijnen was daarbij bijna twee keer zo effectief als verschralen. De afname van de beschikbaarheid van fosfor in de bodem loopt echter niet gelijk op met de hoeveelheid fosfor die met het maaisel wordt afgevoerd. Er zit zoveel fosfor in de grond dat de opgenomen fosfor gelijk weer wordt aangevuld met fosfor uit diepere lagen van de bodem. Op droge zandgrond speelt dit probleem minder, omdat de fosfaatvoorraden kleiner zijn en minder in de diepere lagen blijven hangen.

Langetermijnvisie

Uitmijnen blijkt dus vooral op droge zandgrond een effectieve maatregel om de hoeveelheid fosfor in de bodem te verlagen. Deze vorm van natuurontwikkeling vraagt wel om een langetermijnvisie. Het beheer moet minstens vijf jaar worden volgehouden voordat er conclusies kunnen worden getrokken over de effectiviteit. Omdat het zo lang duurt voordat er effect is op de vegetatie, is het aan te bevelen om binnen een gebied te variëren met verschillende maatregelen, zoals afgraven, kleinschalig plaggen, uitmijnen en verschralen. Op die manier ontstaat een gevarieerd landschap met meer diversiteit voor natuur en recreant.

Deze studie is uitgevoerd door het Nutriënten Management Instituut NMI, en mogelijk gemaakt door Staatsbosbeheer, provincie Drenthe, Waterschap Noorderzijlvest, Kennisnetwerk OBN en melkveehouder Hendrik Smeenge.

Download hier het volledige onderzoeksrapport (pdf; 2,7 MB).

Tekst: Sofia Opfer, Kennisnetwerk OBN
Foto's: Dirk Thijssen; Hans Dekker, Saxifraga