Alken voor Den Helder

Veel dode alken langs de Noordzeekust

Sovon Vogelonderzoek Nederland
3-NOV-2023 - Er liggen nu veel dode alken langs de kust. Zo'n massale stranding van dode zeevogels komt eens in de paar jaar voor. Maar deze keer valt volgens zeevogelonderzoeker Kees Camphuysen op dat het vroeg in het najaar is en dat het vooral om volwassen alken gaat. Halverwege oktober piekte de sterfte, maar deze is zeker nog niet voorbij.

Zeevogelonderzoeker Kees Camphuysen van het NIOZ maakt melding van grote aantallen gestrande alken in oktober: "Op de Texelse vloedlijn lagen half oktober zo'n tien tot twaalf verse kadavers per kilometer. De laatste weken zijn dat er beduidend minder, maar er spoelen nog steeds vogels aan. Ze zijn omgekomen door verhongering (de Engelse term voor zo’n massastranding is een wreck). Bijzonder aan deze sterfte, afgezien van de aantallen dode vogels, is de aanwezigheid van volwassen alken in slagpenrui (vijf alken tegen vier zeekoeten is de verhouding). De alk is normaal pas veel later in de winter langs de Noordzeekust aanwezig en strandingen van alken kennen normaal hun hoogtepunt pas in januari en/of februari.

Vroeger waren dit soort strandingen aan stookolie gerelateerd, maar ongeveer sinds 2005 is de Noordzee zo goed als schoon wat betreft olie. Massastrandingen kwamen ook vroeger al regelmatig voor, dus nieuw is het fenomeen niet. Maar de verhongering van alkachtigen zo vroeg in de herfst, bij rustig weer, past wel in het beeld van een reeks aan afwijkende verschijnselen in de Noordzee die in elk geval deels samenhangen met de abnormaal hoge temperaturen van het zeewater."

Camphuysen constateert overigens dat niet alle alken voor de kust verhongeren. "Vanaf de Razende Bol, een zandplaat net ten zuiden van Texel, zagen we pas een grote groep alken op hele kleine haringen vissen. Er hingen veel stormmeeuwen boven, een teken dat er vis te halen viel. Die vogels zagen er gewoon fit uit." Ook op de Waddenzee worden ogenschijnlijk fitte dieren gezien.

Veel alken dit najaar

Trektellers die zeevogels langs de kust tellen, was het al opgevallen dat er dit najaar opvallend veel alken langsvliegen en op het water dobberen. De aantallen liggen zo'n veertien keer hoger dan gemiddeld (zie onderstaande figuur van Trektellen.nl). 

Uurgemiddelden van de alk langs telposten langs de Noordzee in 2023 (blauw) vergeleken met de tien jaren ervoor (rood)

2023 is overigens al het zesde jaar op rij dat er veel alken langs de kust worden gezien. De soort is vanaf de eeuwwisseling duidelijk toegenomen in de Nederlandse wateren. Tientallen alken op een dag zien was daarvoor echt uitzonderlijk, nu niet meer. Overigens lijken alken op afstand erg op zeekoeten en worden deze twee soorten daarom vaak als één combinatie genoteerd (alk/zeekoet), waarbij zeekoet bijna altijd veel talrijker (100 tot 150 keer) is. Die verhouding is echter aan het verschuiven. Meer over deze tendens is te lezen in de recente zeevogelnieuwsbrief (pdf: 417 KB) van Trektellen.nl, de Nederlandse Zeevogelgroep en Sovon.

Meldingen welkom

Een vers dode, volwassen alk bij Sint Maartenszee (NH) op 31 oktober 2023In totaal zijn er al honderden kadavers langs de kust gevonden, zo rekent Camphuysen. "Dat aantal zal nog wel oplopen in de komende weken." Hij beheert een database van zeker 120 jaar strandtellingen van dode zeevogels. Het gaat om gelopen trajecten waarbij vogels goed gedetermineerd en gefotografeerd worden en niet dubbel geteld worden omdat de eerste vinder een vleugelpunt afknipt. Mensen die mee willen doen aan zijn telproject kunnen zich bij Camphuysen melden. "Losse meldingen met een goede foto van de kop als het om een alk gaat of met een foto van de ondervleugel als het een zeekoet betreft, kun je op Waarneming.nl zetten. Daar kan ik ook wat mee. Maar laat ze alsjeblieft liggen."

Uitgesproken zeevogels

Doorgaans zijn alken uitgesproken zeevogels, die meestal ver op zee blijven. De vogels die in de Noordzee overwinteren komen uit broedkolonies langs de rotskusten van het Verenigd Koninkrijk. Het zijn viseters die tientallen meters onder water naar hun prooien duiken, waaronder sprot en haring. De Britse populatie is na de eeuwwisseling met 40 procent toegenomen, wat een verklaring voor de toename langs de Nederlandse kust zou kunnen zijn. Een andere reden zou een voedselprobleem in de centrale Noordzee kunnen zijn, waardoor de (voornamelijk adulte) vogels die daar veel overwinteren naar het zuiden verschuiven.

Tekst: Albert de Jong, Sovon Vogelonderzoek Nederland - op basis van gegevens van Kees Camphuyzen (NIOZ) en Trektellen.nl
Foto's: Walter Das (leadfoto: alken voor Den Helder); Ruud Costers, by-nc-nd-licentie
Figuur: Trektellen.nl