Wulp verdwijnt op steeds meer plaatsen

Sovon Vogelonderzoek Nederland, Vogelbescherming Nederland
14-FEB-2020 - Voor Sovon Vogelonderzoek en Vogelbescherming Nederland was 2019 het Jaar van de Wulp. De extra aandacht voor de grootste steltloper van Europa leidde vooral tot extra zorgen: de soort verdween uit de meeste natuurgebieden en heeft het ook op het boerenland en de Waddeneilanden moeilijk.
Deel deze pagina

De Wulp kende zijn hoogtijdagen gedurende de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, maar laat sindsdien een verontrustende neerwaartse trend zien. Op basis van de Vogelatlas spreken we nog van 3.900 tot 4.800 broedparen in Nederland, maar als de huidige trend zich voortzet zullen er over tien jaar nog geen 3.000 meer over zijn.

Verdwenen uit de Hollandse duinen

Meer dan andere steltlopers was de Wulp in het verleden te zien in diverse landschapstypen: duinen, hoogvenen, heide, laagveenmoerassen en weiland. Tot halverwege de jaren 80 was de wulp nog een weliswaar schaarse maar wijd verspreide broedvogel in de Hollandse duinen. Dat landschap veranderde echter drastisch: de vos vestigde zich er eind jaren 60, de recreatiedruk nam toe en mede door de grote hoeveelheid stikstof in onze leefomgeving groeiden onze duingebieden dicht. Daarmee verdween de Wulp voorgoed als broedvogel van de Hollandse duinen.

Wulp in de duinen. Een verdwijnend beeld

Wadden bolwerk in verval

De wadden gelden nog altijd als bolwerk voor de soort, maar ook op de eilanden groeien duinvalleien door stikstofdepositie dicht en vormen de kwelders er een laatste toevluchtsoord. In de laagveenmoerassen en op de heide – van oudsher de gebieden met de hoogste dichtheden aan wulpenparen – is met name landschapsverandering eveneens aanleiding voor forse achteruitgang en het verdwijnen van broedende Wulpen.

Niet genoeg tijd op het boerenland

Blijft over het boerenland, waar de Wulp zijn toevlucht zocht en dezelfde problemen kent als de Grutto: door schaalvergroting en mechanisatie is de ruimte voor natuur op het boerenland tegenwoordig beperkt. De Wulp heeft maar liefst twee maanden nodig vanaf het eerste ei totdat het laatste jong uitvliegt en zoveel rust is de Wulp in het boerenland niet gegund. Gelukkig zijn er in de provincies waar de Wulp standhoudt – Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Drenthe – ook boeren te vinden die er alles aan doen om de soort op hun land te behouden.

Kwetsbaar voor predatie

Ook al worden op boerenland nesten beschermd, Wulpen blijken kwetsbaar voor nestpredatie: eieren en jongen vallen vaak ten prooi aan roofdieren als de vos. Jonge vogels moeten vaak zonder beschutting flinke afstanden afleggen om voldoende voedsel te vinden en zolang ze niet kunnen vliegen zijn ze kwetsbaar voor bijvoorbeeld predatoren.

Meer problemen dan de vos alleen

2019 was het Jaar van de Wulp

Toch is er meer aan de hand: er komen geen vossen voor op de Waddeneilanden, maar ook daar is het broedsucces te laag. Meer onderzoek is op dat punt gewenst. En daar is ook enige haast bij: het Nederlandse wulpenbestand vergrijst en daarmee wordt de kans op broedsucces kleiner. Om de Wulp als broedvogel te behouden voor ons land zal zodoende de aandacht gericht moeten worden op de laatste leefgebieden waar ze nog broeden; het boerenland en de Waddeneilanden.

Frankrijk sloot de jacht

Nederland is geen uitzondering als het gaat om de Wulp. In heel Europa nemen de aantallen broedparen af, waarbij het ineen storten van de Britse en Ierse broedpopulaties zorgwekkend is. Toch is er toch nog een klein lichtpuntje te melden: de Franse Raad van State verbood kort voor aanvang van het jachtseizoen de jacht op Wulpen. Voor de Nederlandse broedpopulatie is dat goed nieuws: die overwintert voor een deel langs de Franse westkust.

Tekst: Romke Kleefstra, Sovon Vogelonderzoek Nederland en Thijs den Otter, Vogelbescherming Nederland
Foto's: Jan Lok; Jelle de Jong; Sovon Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen