Hoe rijk-strooiselsoorten bijdragen aan een gezonde bosbodem

Bosgroepen
3-MRT-2020 - Een gezonde bosbodem is een vereiste voor een goed functionerend en weerbaar, oftewel veerkrachtig bos. Met een veranderend klimaat en daarmee extremere omstandigheden, is het verbeteren van de bodem op de veelal arme zandgronden meer dan ooit van cruciaal belang. Maar wat is dat eigenlijk, een gezonde bosbodem? En hoe kunnen rijk-strooiselsoorten bijdragen aan het ontstaan van een vitale bodem?
Deel deze pagina

De bodem is de basis

Om die vragen te beantwoorden moeten we eerst terug naar het begin. Oorspronkelijk waren er in Nederland gemengde bossen, met daarin de linde en eik dominant aanwezig. Maar ook soorten als de iep, de zoete kers en de hazelaar waren rijk vertegenwoordigd. Door menselijk gebruik is de bodemsamenstelling door de jaren heen echter ernstig verstoord. Mensen stuurden deze naar meer eik en beuk, vanwege de gebruikswaarden van deze houtsoorten en de eikels en beukennootjes die als voedselbron dienden voor de zwijnen. Daarna volgde overexploitatie doordat er meer geoogst werd dan er bijgroeide. Dit veranderde de bossen uiteindelijk tot heiden en stuifzand. Bosherstel kwam er met het massaal aanplanten van naaldbomen (productiebossen), die op hun beurt te maken kregen met depositie van zwavel en stikstof. Daardoor hebben we nu te maken met arme en verzuurde zandgronden die niet meer in staat zijn om voldoende vocht en voedingstoffen vast te houden. Dat maakt onze bossen kwetsbaar en die kwetsbaarheid wordt steeds vaker pijnlijk zichtbaar. Denk aan de eikensterfte, forse stormschade en zeker ook de gevolgen van de extreme droogte van de afgelopen zomers. Onze bossen kunnen zichzelf onvoldoende beschermen en zijn zichtbaar niet goed bestand tegen de veranderende omstandigheden.

Van arme, verzuurde bodems naar herstel

Het goede nieuws is dat we onze bossen kunnen helpen om weerbaarder te worden. Het gemiddelde Nederlandse bos bestaat nu veelal uit soorten die de bodem sterk verzuren; naaldbomen, zoals de lariks en de grove den. Maar ook de eik en de beuk doen een flinke zure duit in het zakje. Via ons reguliere beheer van bossen en de projecten die we realiseren in opdracht van provincies en de Europese Unie, beschikken we inmiddels over een flinke dosis kennis over de bosbodem. We werken veel samen met kennisinstellingen zoals Wageningen University & Research, Hogeschool van Hall Larenstein, HAS Hogeschool, de Katholieke Universiteit Leuven en partners zoals B-ware en stichting Bargerveen. Zo hebben we een goed beeld ontwikkeld van wat er nodig en mogelijk is om de bosbodem op arme zandgronden te helpen.

Wat is een gezonde bosbodem?

Daar waar een arme bodem grijs van kleur is, vaak een forse strooisellaag heeft en vocht en voedingstoffen niet goed kan vasthouden, laat een gezonde bosbodem een heel ander beeld zien. Die is juist bruin van kleur, heeft een dunne strooisellaag en houdt de bodemrijkdom in stand door vocht en voedingsstoffen op te slaan. De uitdaging is dus om het oorspronkelijke proces van de bodem te herstellen.

Verschil in bodemopbouw; bij winterlinde (links) een rijke bosflora en dunne strooisellaag en bij de zomereik (rechts) weinig bosflora en een dikke laag strooisel

Rijk-strooiselsoorten kunnen het verschil maken

Onderzoek laat zien dat het toevoegen van rijk-strooiselsoorten het verschil kan maken. Daar waar rijk-strooiselsoorten de afgelopen decennia zijn aangeplant, zien we duidelijk een minder dikke strooisellaag en juist meer organisch materiaal in de bovengrond. Dat maakt een betere vochtvoorziening en een adequate opslag van voedingsstoffen mogelijk. En dat is precies wat we willen! Achterover zitten is wat ons betreft dus geen optie, want beheerders en eigenaren kunnen absoluut iets doen om de bosbodems op arme zandgronden en daarmee de kwaliteit en weerbaarheid van onze bossen te verbeteren.

Het doel is de juiste balans verkrijgen

De kansen zitten hem voornamelijk in het toevoegen van boom- en struiksoorten die in staat zijn om de gedegradeerde bodem weer in de juiste balans te krijgen. Soorten die via hun rijk strooisel voedingsstoffen (nutriënten, zoals calcium en kalium) aan de bodem teruggeven. Dat noemen we ook wel de nutriëntenpomp en die moeten we weer op gang zien te krijgen. Hoe meer rijk-strooiselsoorten aanwezig zijn, hoe sneller het proces verloopt.
Vooropgesteld gaat het ons zéker niet om een volledige omvorming, het gaat om het realiseren van de juiste balans. We adviseren dus niet om het hele bos te vervangen. Integendeel. Het doel is om voldoende zaadbomen in te brengen zodat deze bij de volgende generatie verder uitzaaien. Dat zaad kiemt dan in een bosbodem die door de rijk-strooiselsoorten rijker is dan nu en een veel dunnere strooisellaag heeft. Op die manier werk je stapsgewijs toe naar een gezonde bosontwikkeling waarin bomen van verschillende soorten en leeftijden door elkaar heen staan.
De vuistregel die wij hanteren bij het inbrengen van zaadbomen is als volgt: zorg in elke kwart hectare voor minimaal een zaadboom van alle gewenste soorten. Dan verkrijg je voldoende zaailingen voor een volgende generatie waarin de rijk-strooiselsoorten het kronendak domineren.

Welke soorten zijn geschikt en hoe integreer je ze het beste?

Qua soorten zijn de linde, de esdoorn, de hazelaar, de fladderiep, de ratelpopulier, de zoete kers, de Europese vogelkers en de haagbeuk veelgebruikte rijk-strooiselsoorten. Bij de keuze kijken we altijd zorgvuldig naar de standplaatscondities van de betreffende soort. Op die manier is de kans dat de aanplant succesvol aanslaat het grootst.
Daarnaast zijn er natuurlijk ook nog de soorten die vaak al in de bossen aanwezig zijn en die ook een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan een gezonde bosbodem. Denk daarbij aan de berk en de Amerikaanse vogelkers. Het is de overweging waard om deze soorten, waar dit past in de beheerdoelstellingen, meer ruimte te geven in het bos dan nu gebruikelijk is. Rekening houdend met het belang van een gemengde opstand.
Wanneer houtproductie met naaldboomsoorten een rol speelt, weet dan dat de douglas het beste strooisel heeft.
Er zijn allerlei manieren om rijk-strooiselsoorten te planten. We zien doorgaans dat het planten onder scherm het meest succesvol is. De meeste rijk-strooiselsoorten zijn zeer schaduwtolerant en doen het ook bij minder ideale omstandigheden goed onder scherm. De droogte van de afgelopen jaren heeft die ervaring opnieuw bevestigd, zowel bij natuurlijke verjonging als bij aanplant.

Esdoorn is een van de rijk-strooiselsoorten die kan bijdragen aan een gezonde bosbodem

Waardevolle neveneffecten voor de biodiversiteit

Met de toevoeging van de rijk-strooiselsoorten in het bos bereiken we niet alleen een betere bosbodem en daardoor een gezonder, weerbaarder bos. We creëren ook kansen op gebied van de biodiversiteit. De aanplant van rijk-strooiselsoorten kan immers leiden tot een intensieve soortenontwikkeling en kleinschalige structuurontwikkeling, waar bijvoorbeeld vogels veel baat bij hebben. Twee onmisbare elementen die aan de basis liggen van de biodiversiteitsontwikkeling in het bos. Een win-win situatie dus.

Wat betekent dit voor het beheer?

Een aanvulling in soorten bomen betekent automatisch ook iets voor het beheer. In plaats van een opstandsgewijze aanpak, kies je bij een gemengd bos meer voor een pleksgewijze of boomsgewijze benadering. Als de focus verschuift van naaldhout naar de productie van hoogwaardige stammen loofhout, dan kies je dus voor toekomstbomen die de ruimte krijgen om een grote kroon te ontwikkelen en een mooie, rechte en dikke stam.
Daar waar de opbrengst van de exploitatie van naaldbomen doorgaans uit een groot aantal m3 komt, verkrijgen we die bij loofbomen meestal uit een hogere prijs voor het hout dat geschikt is voor een hoogwaardige duurzame toepassing. De resultaten van de jaarlijkse rondhoutveiling bevestigden dat ook afgelopen weekend weer. 

Concluderend

Kortom, de toevoeging van rijk-strooiselsoorten in bossen op arme zandgronden is op meerdere vlakken en om verscheidene redenen interessant. Het kan de cruciale stap zijn die mede kan bepalen of een bos in staat zal zijn om toekomstige uitdagingen te trotseren en zich op de lange termijn gezond en weerbaar te kunnen handhaven. In het dagelijks beheer en in de uiteenlopende projecten die we samen met onze leden en natuurpartners realiseren, is het toevoegen van rijk-strooiselsoorten dan ook een belangrijke beheer- en/of herstelmaatregel. 

Tekst: Bosgroepen
Foto's: Bosgroepen; P. Voorn; W. Buys

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen