winter - primair

Ouderwetse winters goed voor vlinders?

De Vlinderstichting
4-JAN-2021 - Vlinderliefhebbers gaan er altijd vanuit dat koude winters goed zijn voor vlinders. Kwakkelwinters, zoals we de afgelopen jaren zoveel hebben, zouden niet goed zijn en een van de vele oorzaken zijn voor de achteruitgang van vlinders. Maar is dat ook zo? Gelukkig hebben we hier in Nederland, en ook in Groot-Brittannië, meetnetten die daar informatie over geven.
Deel deze pagina

Warme winters zijn niet goed voor de grote parelmoervlinderDoordat in die meetnetten op een gestandaardiseerde manier wordt geteld en omdat de routes al jarenlang (in Groot-Brittannië vanaf 1976 en in ons land vanaf 1990) op diezelfde manier worden geteld, kunnen we de resultaten vergelijken met de weersgegevens die ook op vastgestelde manier worden verzameld. Een aantal verbanden zijn evident, zoals dat warm zomerweer zorgt voor veel vlinders, maar ook de wintertemperaturen blijken van invloed. Warme winters bleken in een Brits onderzoek negatief te zijn voor meer dan de helft van de onderzochte soorten. Dat ging zowel om gewone vlinders die weinig speciale eisen stellen (de zogenaamde kroeglopers) als om de habitatspecialisten. Ook bleek het effect op te treden in alle vier overwinteringsstadia. Zo vertoonden alle vier de vlinderoverwinteraars - citroenvlinder, kleine vos, dagpauwoog en gehakkelde aurelia - een negatieve relatie met extreme winterwarmte. Dat was ook het geval bij sommige soorten die de winter doorbrengen als ei, zoals de eikenpage, als rups (bijv. bruin dikkopje, grote parelmoervlinder, kleine ijsvogelvlinder en icarusblauwtje), en ook bij popoverwinteraars als klein geaderd witje, oranjetipje en groentje.

Koevinkje profiteert van koude wintersBehalve dat negatieve effect van warme winterdagen bleek dat er voor dertien soorten een positieve correlatie was met juist koude winterdagen. Dat was bijvoorbeeld het geval bij groot dikkopje, groot koolwitje en koevinkje, terwijl slechts twee soorten (argusvlinder en heideblauwtje) een negatief verband vertoonden. Dus terwijl koude periodes in de winter de neiging hebben neutraal of gunstig te zijn in hun impact op vlinderpopulaties, waren ongebruikelijk warme periodes in de winter over het algemeen schadelijk. De reden hiervoor is niet echt bekend, maar het zou goed kunnen zijn dat sterfte veroorzaakt door ziekteverwekkers kan toenemen in mildere winters en dat warme temperaturen de winterrust kunnen verstoren, waardoor uitputting van reserves optreedt en vlinders gevoeliger zijn voor kou als het dan wel even koud wordt. En wat betreft het voorjaar: het is zeker zo dat vlinders in het voorjaar eerder verschijnen bij hogere temperaturen, maar uit een andere studie met de monitoringgegevens bleek ook dat bijvoorbeeld oranjetipje en klein geaderd witje eerder vlogen na koude winters, iets dat je niet direct zou verwachten.

Hoewel het natuurlijk boeiend is om de effecten van het weer op vlinders te bestuderen, zeker nu we te maken hebben met klimaatverandering, moeten we ons wel realiseren dat het weer vaak de rimpelingen veroorzaakt in de trends van vlinders. De kwaliteit van het leefgebied bepaalt echt of het goed of slecht gaat met een vlinder.

Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting