Klimaatbuffer Ooijse Graaf: een nieuw rietmoeras langs de Waal
ARK Rewilding NederlandDoor kleiwinning was de loop van een van de grote, oude slingers van de Waal al deels zichtbaar geworden en ingericht als natuurgebied, de Ooijse Graaf. Dat wordt nu flink uitgebreid, het verandert in een natuurrijke klimaatbuffer. Water kan in natte tijden worden vastgehouden voor tijden van langdurige droogte, terwijl rietmoerassoorten zich er thuis voelen.
ARK Rewilding Nederland heeft sinds 2019 geduldig natuur- en landbouwgrond gekocht en geruild tot een aaneengesloten gebied. Samen met Staatsbosbeheer is een gebiedsontwikkeling ingezet, met als belangrijke samenwerkingspartij K3, die na zandwinning de komende jaren nog 22 hectare rietmoeras aanlegt. ARK blijft betrokken bij de verdere inrichting en heeft aangrenzend nieuwe percelen kunnen verwerven om toe te voegen aan dit binnendijkse moeras in wording.
Bij de pas aangeplante rietpercelen in de Ooijse Graaf legde Theo Wijers uit waarom rietaanplant nodig is. Hij is als projectleider rivierengebied bij Staatsbosbeheer gepokt en gemazeld in het vak van rietaanleg in gebieden langs de grote rivieren. “Riet is sterk, dat klopt”, zegt hij. “Eenmaal op gang, gáát het maar door. Maar het luistert heel nauw om het weer op gang te krijgen.”
Want riet is kieskeurig als het gaat om het waterpeil: het wil nat staan, maar ook geregeld droogvallen. Wijers had er ruim tien jaar terug, bij de aanleg van rietmoeras in Erfkamerlingschap – een gebied vergelijkbaar met de Ooijse Graaf – slapeloze nachten van, bekent hij. Zou het echt lukken nieuw rietmoeras aan te leggen in het huidige rivierensysteem? “Kan je zelf aan de kraan draaien, dan regel je het waterpeil zodat riet kan groeien. Maar in Nederland hebben we overal een vast peilbesluit, hier in het rivierengebied een streefpeilbesluit.”
Laag-dynamisch gebied geeft beste kansen
De rietmoerassen in de Gelderse Poort ontstonden ooit langs een Rijn die vrij meanderde tussen de stuwwallen van Nijmegen en Montferland. Op plekken verder van het stroombed, waar het spel van water en land niet té dynamisch was en de grond later in het jaar regelmatig droogviel, kon riet goed gedijen.“Die lage dynamiek heb je nodig voor rietmoeras”, legt Wijers uit. “Dat zijn de natuurlijke omstandigheden. Als je riet wil krijgen, telt het juiste waterpeil: delen van het jaar hoger water en een deel droogval, want riet kiemt niet in water. Droge tijden zijn ook belangrijk om te zorgen dat alle rietstengels die afsterven verteren, zodat jong riet kan opkomen.” Voor uitbreiding van het rietmoeras is de Ooijse Graaf daarom een goeie plek. Hier ligt een voormalige rivierloop. Door de bedijking beweegt de waterstand op gedempte manier mee met de rivier.
Waterstand binnen- en buitendijks belangrijk
Toch is het een uitdaging om de juiste omstandigheden te creëren: de rivier morrelt steeds meer aan de omstandigheden in het hele rivierengebied, zowel de uiterwaarden als het binnendijkse gebied.“De stand van de rivier in de Gelderse Poort fluctueert enorm: bij Millingen is dat bijna 10 meter! Als het regent in de stroomopwaarts gelegen steden zoals Keulen, met alle steen en verharding, is het water zo hier, met grote snelheid en kracht. Eerder kwam het met veel meer vertraging”, zegt Wijers.
De rivier snijdt zich zo steeds dieper in en het rivierbed komt lager te liggen. Dat geeft problemen voor de scheepvaart, maar ook voor de waterhuishouding in de uiterwaarden en de polders langs de rivieren. De rivier trekt bij lagere waterstanden het water uit het land. ”Door de droogte kunnen wilgen harder groeien en het riet overnemen en dan verdwijnt het langzaamaan", zegt Wijers. ”In 2024 was het juist enorm nat, en viel de grond te weinig droog voor nieuwe rietgroei.” Het luistert nauw, wil hij maar zeggen.

Omvallen, stekken, planten
Hoe zorg je dat het riet zich weer vestigt of zich snel uitbreidt? "Dat is ook een uitdaging", weet Wijers. Het is goed om te weten dat riet zich op verschillende manieren vermeerdert. Hij pakt een rietstengel en buigt die naar de grond om de eerste manier te demonstreren: “Omvallende rietstengels schieten verderop wortel en zo komt het riet wel 10 tot 15 meter verderop terecht. De stengels krijgen zuurstof van hun mede-stengels die overeind staan. Riet verspreidt ook zaad. Maar dat valt in het water, en kan ter plaatse niet ontkiemen. Riet kan ten slotte ook worden gestekt en ingeplant. Zo is dat nu ook in de Ooijse Graaf gedaan.
“Planten was eerder een tijdrovende bezigheid.” Wijers houdt een kort rietstengeltje in de lucht: “Toen we 10 hectare gingen aanplanten, zakte de moed je al na de eerste halve hectare in de schoenen. Daarom bedachten we een methode om riet in emmers op te kweken. Die werkt goed. Eén pol op 20 vierkante meter, dus vijfhonderd per hectare, is genoeg. Het riet breidt zichzelf dan uit: eerst in de breedte, dan in de hoogte.”
Fladderlinten tegen ganzenvraat
Als het riet eenmaal is geplant op de plek met de juiste waterpeilen, dan steekt de natuur zélf soms nog een spaak in het wiel: grauwe ganzen zijn dol op de jonge scheuten van riet en grazen het dan ook met smaak op. Dat is een natuurlijk proces, het hoort erbij. Het maakt vossen, die óók in het gebied leven, opeens belangrijke bondgenoten: zij kunnen ervoor zorgen dat niet al het riet verdwijnt door de ganzen. Alleen is dit evenwicht verstoord door de enorme hoeveelheden ganzen in Nederland, in stand gehouden door de voedselrijke graslanden.

“Ganzen, maar ook zwanen en meerkoeten, zijn gek op de zoete wortels en net uitlopende stengels. Ook grote grazers lusten graag jong riet.” zegt Theo Wijers. “Het is noodzakelijk om tijdelijk linten over het gebied te spannen en rasters te plaatsen. Deze faunabescherming is nodig, wil riet de kans krijgen.” Om riet vervolgens ook op termijn te behouden, is het nodig om over dertig, veertig jaar het terrein weer af te graven en het riet dan opnieuw te laten groeien. “Dergelijk lang, cyclisch beheer is nu nodig, tot de rivier weer een natuurlijker regime heeft.”
“Uiteindelijk gaat het steeds om rietmoeras, hè”, zegt Wijers, met de nadruk op 'moeras'. “Niet alleen om de rietplant, maar om alles: de rietkragen, het open water daartussen en andere vegetatie, zoals zachthoutooibos, waar de blauwborst en buidelmees op afkomen. Het geheel maakt het ecologisch bijzonder waardevol.”In het rietmoerasgebied van Erfkamerlingschap broeden inmiddels grote karekiet, woudaap en roerdomp weer volop. “Hier doen we het voor! Voor alle rietlandsoorten die terug kunnen komen. Dat gaat in de Ooijse Graaf ook gebeuren. Misschien strijkt er ook weer een bruine kiekendief neer, ook die hoort hier thuis.”

Meer informatie
- Lees ook het natuurbericht Graven voor nieuw rietmoeras op Nature Today van 24 februari 2025, over een eerdere fase van het project.
- Zelf kijken in de Gelderse poort? Bestel de nieuwe struinkaart!
Tekst: Miranda Koffijberg, Communicatiebureau De Lynx en Iris Roggema, ARK Rewilding Nederland
Beeld: Mignon van den Wittenboer, ARK Rewilding Nederland (leadfoto: net uitgeslopen smaragdlibel (Cordulia aenea) in het jonge riet); Luna Bakker, ARK Rewilding Nederland; Staatsbosbeheer; ARK Rewilding Nederland; Jeroen Helmer, ARK Rewilding Nederland
