Konikpaarden aan de graas EENMALIG GEBRUIK

Inzet grote grazers voor meer bloemen en bestuivers: inzichten uit 30 jaar ervaring

ARK Rewilding Nederland
19-OKT-2026 - Al ruim 30 jaar zet ARK Rewilding Nederland grote grazers – runderen, paarden en wisenten – in voor natuurherstel en natuurontwikkeling. Niet voor niets, want zo ontstaan er halfopen landschappen vol (bloeiende) kruiden die teruggaan op een oeroude situatie. Wat leren de ervaringen over hoe je met grote grazers de rijkdom aan bloemen herstelt?

Grote grazers hebben oerkracht: ze vormen het landschap waarin ze leven. Waar ze grazen kan weer het halfopen en enorm kruidenrijke landschap ontstaan dat we in Nederland miljoenen jaren kenden. Het vraagt wel om slimme keuzes bij de inzet van de grote grazers, want – en zo klinkt soms de kritiek – anders loop je de kruidenrijkdom mis.

Konikpaarden op Slikken van de Heen zorgen met grazen en snoeien voor structuur in de vegetatie

Grazers zo vroeg mogelijk aan het werk laten

Belangrijk is om grote grazers zo vroeg mogelijk in te brengen in een gebied waar nieuwe natuur ontwikkeld wordt. Komen ze er pas later in, dat lukt het ze niet meer om het bos weer open te breken. Ook niet na decennia. Goed voorbeeld is de praktijk in de Millingerwaard en langs de Grensmaas. De rivier sloeg het ooibos weg en liet een kale vlakte achter waar vaak al snel duizenden wilgen en populieren groeiden. Binnen twee tot drie jaar kan dat een gesloten, schaduwrijk bos zijn. Omdat grazers hier gelijk met die opslag aan de slag gingen, bleef het landschap halfopen.

Dat dichtgroeien met bos is ook het gevaar als voormalige landbouwgrond wordt losgelaten voor spontane bosontwikkeling, zoals op De Staart bij Oud-Beijerland in de Hoeksche Waard. Grote grazers zorgden ervoor dat hier op een akker binnen tien jaar een gevarieerd bos is ontstaan met vlier, meidoorn, sierappel, rode kornoelje, es, eik en esdoorn – deels aangevoerd vanuit tuinen en stadsparken in de omgeving. Zaak is wel om te zorgen voor een goede start. Een aangrenzend perceel, waar op hetzelfde moment grazers werden ingezet, bleef vrijwel kaal. Dat is vermoedelijk het gevolg van jarenlang gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Verschillende types grazers

Om tot een mooie kruidenrijkdom te komen werkt het het best om combinaties van soorten – rund en paard, wisent of waterbuffel – in te zetten. Dit is goed te zien op de Slikken van de Heen bij Steenbergen. Tien jaar geleden bestond de vegetatie hier vrijwel alleen uit vervilt duinriet, met nog een schaars restje koninginnenkruid. De koeien die er liepen, lieten het riet links liggen. Sinds er ook paarden in het gebied zijn gebracht, is het duinriet teruggedrongen en ontstond een bloemenrijkdom die er voorheen niet was.

Het is wel zaak dat dieren terreinkennis, en dus plantenkennis, kunnen opbouwen om weer door te geven aan hun jongen. Vervang ze dus niet te vaak, is de les. De verschillende types begrazers bestrijken samen ook een zo groot mogelijk gebied. GPS-halsbandzenders laten zien dat runderen vooral de open delen van een terrein opzoeken, terwijl wisenten juist bosranden en kapvlaktes prefereren. Een belangrijk inzicht uit de ecologie is dat meer verschillende ‘bekkies’ meer biodiversiteit opleveren. Dus niet ‘alleen’ runderen of paarden, maar juist de combinatie van – lagere dichtheden van – verschillende soorten grazers werkt biodiversiteit in de hand.

Inzet van een zo divers mogelijk palet aan soorten heeft de grootste impact. Wisenten en exmoorpony's op de Maashorst

Vooral grote grazers in het juiste aantal

Het zijn vooral de grote grazers, zoals rund en paard, die de bloei van kruiden bevorderen, want zij eten met name gras. Middelgrote grazers zoals reeën, herten en schapen eten juist de voedzame bloemhoofdjes en drukken zo de kruidenrijkdom. Ook de dichtheid van grote grazers is bepalend. Te veel dieren leidt tot overbegrazing, kale grond en verlies van structuur. Te weinig dieren leidt tot dichtgroeien en verlies van openheid. Uit de ervaring van ARK blijkt dat op voedselrijke kleigrond dichtheden tot één grazer per hectare mogelijk zijn, terwijl langs de grote rivieren één dier per twee à drie hectare al het maximum is. Op schrale heide en in de duinen ligt die dichtheid nog veel lager, tenzij grazers kunnen uitwijken naar voormalige landbouwgrond. Hier zorgt de bemeste bodem voor extra voedsel. Begrazing met schapen heeft cultuurhistorische waarde, maar is uit oogpunt van effectief natuurbeheer niet altijd een logische keuze omdat ze veel kruiden eten.

Een goede dynamiek tussen grazer en roofdier

Cruciaal voor de (her)opbouw van biodiversiteit is ook de dynamiek tussen roofdier en grazers. Een voorbeeld uit nationaal park Yellowstone in de Verenigde Staten laat dat zien. Na de herintroductie van wolven begon hier het aantal wapiti’s te dalen, terwijl de bizonpopulatie gelijk bleef – tot de bizons de vrijgekomen voedselruimte begonnen te benutten en fors in aantal toenamen. Predatie houdt dus de kleinere grazers in toom en schept ruimte voor de grotere soorten. Daarbij geldt: hoe kleiner het dier, hoe belangrijker predatie is voor de balans. Zo ontstonden er in Friesland muizenplagen door het afschieten van de vos om weidevogels meer kans te geven.

Ook gedrag is van invloed: kuilen maken en vachtvervoer 

Kruidenrijkdom is niet alleen te danken aan het grazen van paarden en runderen, met hun sociale en fysieke gedrag zorgen ze ook voor microhabitats. Mooi voorbeeld zijn de stierenkuilen – de kuilen waarin runderen elkaar imponeren – en stofbaden waar wisenten en paarden een stofbad nemen. Op de Hellegatsplaten laten talloze lichte vlekken op luchtfoto's zien waar die liggen. De kuilen wandelen als het ware door het landschap: waar ze niet meer actief in gebruik zijn, groeit rijke pioniersvegetatie. Grote grazers zijn ook actieve verspreiders van zaden. Zo heeft het kruid ‘gewone agrimonie’ haakjes aan het zaad die zich vasthechten in manen en vachten. Na een paar weken laten ze zich weer ergens anders vallen, en zo verspreidt de soort zich gelijkmatiger over het terrein. Dat is ook gunstig voor alle insecten die er gebruik van maken.

De stierenkuil en zijn sleutelrol in de natuur

Met grazers exoten onder controle houden

Grote grazers kunnen heel goed exoten onder controle houden, zoals de reuzenberenklauw. Paarden laten deze exoot met rust, maar herkauwers – rund, wisent, waterbuffel, schaap en geit – vreten de plant het liefst het hele jaar door tot op de grond af, ook bij lage dichtheden. Hetzelfde geldt voor de exotische watercrassula. Op de Pannenhoef in West-Brabant eten de paarden die vrijwel allemaal op, behalve in plassen die voor de dieren minder aantrekkelijk zijn om te bezoeken. Beide exoten verdwijnen niet volledig door begrazing, maar worden wel flink teruggedrongen. Dat is vaak effectiever en duurzamer dan met machinale bestrijding, die het probleem door verspreiding via de maaibalk juist kan verergeren. In de Maashorst ondervindt ook de invasieve Amerikaanse vogelkers tegenstand van grote grazers. Wisenten schillen de bast van de struik, waardoor kevers en houtrot vat krijgen op het kernhout.

Begrazing in de winter is essentieel

Tot slot is ook de periode van begrazing essentieel voor bloemenrijkdom. In de winterrust zijn kruiden veilig opgeborgen als wortel, knol of zaad, terwijl grazers dan vooral van gras leven. Dat houdt de zode kort en open genoeg voor eenjarige kruiden om in het voorjaar te kiemen. Bijvoeren in de winter ondermijnt dit: de dieren snoeien minder aan het struweel, en eten het jaar erop – door de te hoge dichtheid van dieren – alles kaal, inclusief bloemen. Een vergelijkbare les leert het beheer van berkenopslag in de Maashorst. Waar jaarlijks klepelen (machinaal maaien) steeds dichtere hergroei opleverde, zorgde het breken van berken door grazers in de winter voor minder hergroei en ontstond een open berkenbos. Direct daarop kwamen de doelsoorten terug.

Conclusie: oud verhaal, opnieuw succesvol in te zetten

De rode draad uit alle ervaringen met natuurlijke begrazing is duidelijk: grote grazers inzetten met hun sociale gedrag is geen wild experiment, maar te zien als de herintroductie van natuur en processen die miljoenen jaren teruggaan. Hun gedrag vormde, al ver voordat de mens zich liet zien, de basis van de rijke natuur die we nu proberen te herstellen.

Meer informatie

  • Beluister de lezing Natuurlijke begrazing door Leo Linnartz, expert natuurlijke begrazing, over de ervaringen met grote grazers als podcast (45 minuten).

Tekst: ARK Rewilding Nederland
Beeld: Leo Linnartz, ARK Rewilding Nederland; Esther Linnartz; Jeroen Helmer, ARK Rewilding Nederland