Licht uit, leven aan: aan de slag met een Nachttuin
Atlas LeefomgevingJarenlang ontwierp Siegrid Siderius verlichting voor gebouwen en tuinen. Daarbij raakte ze steeds meer gefascineerd door het donker. “Licht en donker zijn eigenlijk als yin en yang”, vertelt Siegrid. “Zonder schaduw geen spannend lichtbeeld. Eerst vond ik het donker vooral belangrijk omdat je alleen in het donker de sterren kunt zien. Maar tijdens mijn opleiding tot ecologisch hovenier ontdekte ik pas hoeveel leven er 's nachts is en hoe kunstlicht dat leven kan verstoren. Dieren hebben het donker nodig.” Sindsdien kijkt ze anders naar haar werk. “Ik was als lichtontwerper vooral bezig met mooi licht. Nu ik weet hoe belangrijk duisternis is, word ik bijna een soort zendeling: iedereen moet dit weten.”

Waar heeft verlichting echt toegevoegde waarde?
Toen Siegrid werd gevraagd de verlichting te ontwerpen voor een nieuwe weg door het Friese natuurgebied Noardlike Fryske Wâlden – de N356 die in 2016 werd geopend – besloot ze het anders aan te pakken. Bij de eerste bijeenkomst presenteerde ze zich als ‘donkerte-ontwerper’. “Ik kom hier niet het licht ontwerpen, ik kom zorgen dat we het donker behouden.” Ze stelde de gebruikelijke aanpak ter discussie. “Waar heeft verlichting echt toegevoegde waarde? Waar is ze noodzakelijk? En waar doen we het alleen omdat we het altijd zo gedaan hebben?” Het resultaat: zo min mogelijk verlichting langs de weg. Dankzij reflectoren en wegmarkeringen konden automobilisten hun weg vinden. Alleen waar het echt nodig was, kwamen lampen.
Grote opdrachtgevers overtuigen hun verlichtingsplannen aan te passen, is niet eenvoudig. Daarom besloot Siegrid het dichter bij huis te zoeken. Nederland telt miljoenen tuinen die samen een belangrijk leefgebied voor nachtdieren vormen, maar ook daar kan kunstlicht het nachtleven verstoren. Insecten raken gedesoriënteerd en worden sneller opgegeten. Sommige vleermuissoorten mijden verlichte plekken, terwijl andere juist op insecten rond lampen jagen.
Samen met Tuinschool online ontwikkelde Siegrid de cursus Nachttuin, die op 24 oktober, tijdens de Nacht van de Nacht, online gaat. Deelnemers ontdekken hoe ze hun tuin aantrekkelijk maken voor nachtdieren en hoe ze met natuurlijk licht ook in het donker een mooie tuin creëren.
Je tuin is ’s nachts drukker dan je denkt
Alleen adviseren om de tuinverlichting uit te doen, vond Siegrid te makkelijk. “Mensen willen hun tuin ook gebruiken en er leuke dingen kunnen doen.” Daarom gaat Nachttuin over veel meer dan verlichting. Ook de inrichting van je tuin bepaalt hoeveel ruimte nachtdieren er vinden. “Het gaat erom hoe je je tuin zo inclusief mogelijk maakt voor al het leven, ook het nachtleven.”
Volgens Siegrid is meer dan 70 procent van alle dieren in de schemer en nacht actief. Toch kijken we vooral vanuit onszelf naar de natuur, merkt ze op. “Wij leven overdag, houden van licht en denken daarom dat al het leven licht prettig vindt. Maar voor een groot deel van het leven op aarde is dat helemaal niet zo. En wij kunnen bij licht buiten de gordijnen sluiten, maar dat kunnen nachtdieren natuurlijk niet.”
Want bij een nachtvogel denk je misschien aan de uil, maar wist je dat ook veel trekvogels juist ’s nachts vliegen? Zo trekken zanglijsters in het najaar naar het zuiden. En hoewel de meeste Nederlandse merels het hele jaar hier blijven, trekken merels uit Noord-Europa ’s nachts door ons land. Siegrid hoort zelf regelmatig ganzen overvliegen. “Als ik ’s avonds buiten luister, hoor ik ze roepen: ‘wak, wak, wak’.”
Dichter bij de grond scharrelen egels tussen de planten, op jacht naar kevers en wormen. Onder stenen en takken ruimen pissebedden dode bladeren en plantenresten op. En spinnen weven hun web om insecten te vangen. “Als je ’s ochtends buiten komt, hangen er overal spinnenwebben”, vertelt Siegrid. “Tegen de tijd dat wij aan onze dag beginnen, hebben veel nachtdieren er al een hele werkdag op zitten.”
Hoe maak je zelf een nachttuin?
Voor een nachttuin hoef je niet meteen je hele tuin op de schop te nemen. Begin met de verlichting, adviseert Siegrid. Moeten die lampen eigenlijk wel de hele avond branden? En die gezellige solarlampjes die iedere avond vanzelf aangaan? Ook die verspreiden kunstlicht waar nachtdieren last van kunnen hebben. Zorg daarom voor plekken waar het echt donker blijft.
Laat ook bladeren liggen, maak rommelhoekjes en zorg voor struiken en takken waaronder egels en andere dieren kunnen schuilen. Haal waar mogelijk tegels weg. “Laat de bodem ademen”, zegt Siegrid. “Wormen, pissebedden en andere kleine dieren moeten ook kunnen leven. Dat zijn óók mijn nachtdieren.”
Kies inheemse planten die op verschillende momenten bloeien en voedsel bieden aan nachtdieren. Zo vinden insecten de hele zomer en tot ver in het najaar voedsel. Denk aan wilde kamperfoelie, die in de zomer bloeit, ’s avonds heerlijk geurt en nachtvlinders aantrekt. Of klimop, waarvan de bloemen in het najaar nectar bieden aan insecten.
Ook in een donkere tuin is veiligheid belangrijk. Maar daarvoor hoeft je hele tuin niet in de schijnwerpers te staan. Een hobbelig tuinpad kun je beter repareren dan de hele nacht verlichten. “Als iets overdag onveilig is, maak je het niet veilig door er ’s nachts een lamp op te zetten.” Ook een traptrede kun je met een duidelijk contrast beter zichtbaar maken. Is verlichting toch nodig? Kies dan voor gericht licht dat alleen brandt wanneer je het gebruikt.
Een tuin bij maanlicht
Ook zonder kunstlicht kun je een tuin mooi maken. In haar cursus laat Siegrid zien hoe je daarvoor het maanlicht kunt gebruiken. “Een gazon ziet er in maanlicht anders uit dan een border of een boom. Sommige dingen worden donkerder, andere lichter.” Door te spelen met die verschillen, maar ook met kleuren, vormen en materialen, kun je een tuin ontwerpen die ook in het donker mooi is. Staat je tuin vol bomen? Dan kan een open plek helpen om het maanlicht binnen te laten.
Een vijver kan daarbij een bijzondere rol spelen. “Water is prachtig, omdat het licht weerkaatst. Je ziet die weerspiegeling bewegen. De aarde is altijd donkerder dan de hemel. Met een vijver kun je de hemel naar de aarde halen.”
Ontdek je tuin in de schemering
Siegrid raadt mensen aan om ook eens in de schemering hun tuin in te gaan. Laatst liep ze met een bezoeker door haar tuin toen de avond viel. “De lucht en de kleuren veranderden. Het zonlicht kreeg een andere tint, de geluiden werden zachter en ineens begonnen allerlei vogels te zingen.” Ook de temperatuur veranderde. “Normaal zit je op zo’n moment misschien binnen televisie te kijken en merk je er niets van. Maar buiten kun je die hele overgang meemaken. Het was magisch.”
Ook planten hebben hun eigen nachtritme. Sommige bloemen openen zich pas als de zon ondergaat en verspreiden dan een geur die nachtvlinders lokt. “Neem de nachtsilene. Overdag lijkt die weinig bijzonder: wat ineengerolde, verschrompelde bloemblaadjes. Maar wacht tot de avond valt. Dan ontvouwen zich ineens allemaal witte sterretjes.” Ook de teunisbloem trakteert je volgens Siegrid op een kleine voorstelling. “Die moet je echt eens in de schemering bekijken. Binnen een paar minuten vouwen de gele bloemblaadjes zich open. Je staat er met je neus bovenop en ziet het gewoon gebeuren!”
Volgens Siegrid heb je overdag een tuin, maar wordt het ’s nachts een heel andere tuin. "Het is alsof er een nieuwe wereld opengaat en je de deur hebt gevonden.”

De nacht is niet van ons
Ook als de buren hun tuin volop verlichten, heeft het volgens Siegrid zin om in je eigen tuin een donker hoekje te maken. Zelf hoeft ze niet alle nachtdieren te zien. Alleen al de gedachte dat het buiten wemelt van het leven, vindt ze mooi. “Ik probeer voorwaarden te scheppen voor de nachtdieren. En daarna mag ik zelf lekker gaan slapen en kunnen de dieren het verder uitzoeken.”
Meer informatie
- Lees meer over de cursus Nachttuin van Siegrid Siderius.
- Bezoek de website van Nacht van de Nacht.
- Interview met Nachtwachter Janna Loot: “Elk lichtje dat uitgaat, is er eentje”.
Tekst: Jeannine Brand, Atlas Leefomgeving
Beeld: Tom Heijnen, Saxifraga; Siegrid Siderius; Atlas Leefomgeving; Ab H Baas, Saxifraga; Rudolphous, Wikimedia Commons; Benjamin Zwittnig, Wikimedia Commons; Lord Toran, Wikimedia Commons
