Koekoek, koekoek! Twee nieuwe wespbijen vliegen ons land binnen

EIS Kenniscentrum Insecten
19-OKT-2020 - De bloemrijke graslanden van Zuid-Limburg herbergen een gigantische diversiteit aan planten en dieren. Dit werd weer eens benadrukt door de vondst van twee nieuwe bijensoorten voor Nederland in 2019 en 2020: de composietwespbij en de klokjeswespbij. Het zijn koekoeksbijen, die hun eieren leggen in de nesten van andere bijensoorten. Ze worden nergens veel gezien en zijn zeldzaam in heel Europa.
Deel deze pagina

Twee keer raak in één jaar

Jaarlijks gaat de eerstejaarscursus Biodiversiteit en Ecologie van de Universiteit van Amsterdam op veldwerkweek naar de kalkgraslanden bij Eys, om daar kennis te maken met de overweldigende variatie aan planten en dieren die Nederland te bieden heeft. Bij het begeleiden van deze cursus, in juni 2019, ving Flor Rhebergen een mannetje wespbij die duidelijk tot een van de ‘spannende’ soorten met een geheel rood achterlijf behoorde. In het veld zijn deze soorten niet goed van elkaar te onderscheiden, maar onder de binoculair bleek het te gaan om de composietwespbij (Nomada facilis). Een nieuwe soort voor Nederland! De volgende dag werd het verhaal nog mooier: tijdens een rondje wandelen op de Sint Pietersberg bij Maastricht vingen Flor Rhebergen en Tjomme Fernhout een vrouwtje ‘spannende’ wespbij, die eveneens een composietwespbij bleek te zijn. Zo dook een nieuwe soort voor Nederland op twee plekken tegelijkertijd op.

Kalkgrasland De Piepert bij Eys in Zuid-Limburg, vindplaats van de composietwespbij

Weer raak in 2020

Een jaar later, in juni 2020, was Tjomme Fernhout een weekend op zoek naar de variatie aan soorten die Zuid-Limburg te bieden heeft, in de kalkgraslanden bij Eys. De velden waren minder bloemrijk dan voorheen en er was niet veel te vangen. Gelukkig was er in een hoek van de Piepert nog mooie bloemrijke vegetatie te vinden. Na daar een paar keer gesleept te hebben, vond Tjomme daar plotseling een opvallend mannetje wespbij in het net. Thuis, achter de binoculair, rees het vermoeden dat het een klokjeswespbij (Nomada braunsiana) kon zijn. Na bevestiging door wespbijen-expert Jan Smit heeft Nederland twee nieuwe wespbijen twee jaar achter elkaar.
Een dag later was Tjomme in de Meertensgroeve: een zeer mooie groeve met een hoge steile wand, die erg goed is voor in de bodem nestelende bijen. Naast vele andere mooie soorten bijen werd daar ook een wespbij gevangen van de integra-groep. Dat is altijd spannend, en dit bleek bij nader onderzoek opnieuw Nomada facilis te zijn. Dit was weer een nieuwe locatie voor de soort, en het tweede jaar op rij dat de soort is waargenomen.

De composietwespbij: portret van een koekoeksbij

De composietwespbij is, net als alle andere wespbijen, een koekoeksbij. Dat wil zeggen dat deze soort niet zelf nestjes bouwt en stuifmeel verzamelt, maar een eitje legt in een nest dat door een zogeheten gastvrouwsoort wordt gemaakt. De larve van de wespbij doodt vervolgens de larve van de gastvrouw, en leeft van de door de gastvrouw verzamelde stuifmeelvoorraad. Wespbijen zijn vaak afhankelijk van een specifieke gastvrouwsoort. In het geval van de composietwespbij is dat de Texelse zandbij (Andrena fulvago), die zeldzaam voorkomt in de bloemrijke graslanden van Zuid-Limburg, en daar uitsluitend stuifmeel van lintbloemige composieten verzamelt. Deze zandbij werd in 2019 en in 2020 inderdaad op de vindplaatsen van de composietwespbij aangetroffen.

Wespbijen zijn vaak een uitdaging om te determineren, en de composietwespbij vormt geen uitzondering. Ze lijkt als twee druppels water op de tweekleurige wespbij (Nomada integra), waarvan bekend is dat ze in de Limburgse graslanden voorkomt. Er zijn wat kleine verschillen, die je eigenlijk alleen onder de binoculair kan zien. Als soortgroep is de integra-groep (waaronder ook de zeer zeldzame neushoornwespbij (Nomada pleurosticta) en de inmiddels minder zeldzame borstelwespbij (Nomada stigma) wel aardig te herkennen aan het geheel rode achterlijf zonder geel, en de ongespleten kaakpunt.

De klokjeswespbij: ook een koekoeksbij

Ook de klokjeswespbij is een koekoeksbij, met als gastvrouw de donkere klokjeszandbij (Andrena pandellei). Deze zandbij stond vroeger bekend als zeer zeldzaam, maar wordt sinds ongeveer vijftien jaar steeds vaker in Zuid-Limburg gezien. De donkere klokjeszandbij verzamelt stuifmeel uitsluitend op klokjes, en dat zijn dan ook de planten waar de klokjeswespbij vaak te zien is. De soort is ook gevonden op de locatie van de klokjeswespbij. Hopelijk kunnen de eventuele populaties hier standhouden.

Klokjeswespbij, vrouwtje

De klokjeswespbij heeft een wat opvallender uiterlijk dan de composietwespbij. Een combinatie van kenmerken maakt de soort aardig herkenbaar, hoewel sommige van deze kenmerken ook onder de binoculair bekeken moeten worden. Het achterlijf is hoofdzakelijk rood, met een patroon van gele vlekken. Een opvallend kenmerk van het mannetje is dat de antenne aan de onderkant kleine verdikkingen in de antennesegmenten heeft, die de antenne een ‘bobbelig’ uiterlijk geven. Beide geslachten hebben een forse tand op het labrum (de bovenlip van een bij), die gelijkende soorten niet hebben.

Zeldzame soorten

De klokjeswespbij en de composietwespbij worden nergens veel gezien, en zijn afhankelijk van een habitattype dat steeds schaarser wordt: schrale bloemrijke graslanden. De composietwespbij wordt af en toe in Duitsland waargenomen, en onlangs zijn de eerste waarnemingen van de soort in België gerapporteerd. Ook in Engeland is de composietwespbij recent vastgesteld, maar daar bleek de soort bij collectie-onderzoek al veel langer voor te komen in bekende populaties van de Texelse zandbij. Het zou dus kunnen dat de de composietwespbij simpelweg over het hoofd wordt gezien, hoewel Nederlands collectieonderzoek heeft laten zien dat ze hier niet eerder is verzameld.

De klokjeswespbij staat als zeer zeldzaam te boek in Duitsland. In België en Luxemburg zijn er nog geen waarnemingen. Dat de klokjeswespbij nu in Nederland is gezien, is daarom misschien wat onverwacht. De meest dichtbijzijnde locatie sinds 1990 in Duitsland ligt ongeveer 160 kilometer van de Nederlandse vindplaats. Haar gastheersoort laat echter een duidelijke toename zien, wat hopelijk betekent dat de klokjeswespbij zich kan handhaven in de Limburgse heuvels.

De tijd zal leren of populaties van de Texelse zandbij en de donkere klokjeszandbij stabiel genoeg zijn om populaties van de composietwespbij en de klokjeswespbij te onderhouden. Het zal cruciaal blijken of de kwaliteit en het areaal van de Limburgse biodiverse graslanden goed genoeg blijft om deze vier bijensoorten een thuis te bieden.

Tekst: Tjomme Fernhout & Flor Rhebergen
Foto's: Steven Falk (leadfoto: composietwespbij); Flor Rhebergen; Tjomme Fernhout

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen