Paapje

Paapje heeft veel noten op zijn zang

Vogelbescherming Nederland
26-APR-2022 - Het paapje! Zo’n vogel waar je gelijk voor valt; maar met nog maar heel weinig broedpaartjes in Nederland. Om te voorkomen dat we ook die nog kwijtraken, gaan we onderzoeken waarom de soort het zo slecht doet. Het mysterie moet ontrafeld worden in het laatste bolwerk van het paapje: Drenthe.
Deel deze pagina

Het is ochtendschemer en de wereld kleurt nog donkerblauw. Een paar honderd meter lopen nog, en dan betreed ik het beroemde Poolse oerbos Białowieża. In dat kathedrale bos zingen de withalsvliegenvangers als koolmezen zo talrijk, en huizen hazelhoen en witrugspecht, vogels om van te watertanden. Het hooiland voor me ligt onder de koeienmist. Het is nog koud, windstil en het belooft een prachtige meidag te worden. Kwartelkoningen roepen van wel drie, vier kanten, hoe arcadisch is dat. Dan klinkt een opvallend luide, mooie zang. Korte strofen, met heldere fluittonen en knarsende geluiden. Ik hoor zelfs wat imitaties van andere vogels, zoals van een grauwe gors. Mijn hart gaat open. Ik hoor ze maar zelden tegenwoordig, maar dit is onmiskenbaar een zingend paapje!

Paapjes laten zich altijd goed bewonderen. Hun voedsel bestaat uit allerlei insecten

Goed te bewonderen

Met een pittig zwartwit koppatroon, een warmoranje borst – niet eens zoveel anders van kleur dan die van de ijsvogel – en opvallend grote, donkere ogen is het paapje een innemend vogeltje. Ik ben een liefhebber van de veelal prachtige Duitse vogelnamen, maar met ‘Braunkehlchen’ slaan de Duitsers de plank toch wel mis… Bij het opvliegen zie je witte vlakken aan de staartbasis. Zeker, hij is verwant aan de veel algemenere roodborsttapuit, maar het paapje is zó anders!

Paapjes laten zich altijd goed bewonderen. Ze houden van open land, dat scheelt. Ze houden ook van een ruim aanbod aan lage uitkijkposten: een hoge schermbloem, een uitstekende tak, een hekpaaltje. Het is een genot om een tijd naar een voedsel zoekend paapje te kijken. Regelmatig vliegt hij van de ene naar de andere post. Daar zit hij te speuren naar een prooi. Ziet hij wat, dan vliegt hij er razendsnel heen en pikt hij het lekkers van de vegetatie, van de grond, of niet zelden ook uit de lucht, als een vliegenvanger. Het voedsel bestaat uit allerlei insecten, maar ook spinnen en andere geleedpotigen als pissebedden. Kevers en vlinders zijn echter favoriet.

Insectenarmoede

Maar waar vind je nu nog een dergelijke bonanza aan insecten? Vroeger nog volop, de landbouw was extensief en kleinschalig. Hoewel nooit een algemene vogel, was het paapje daarom op veel plaatsen in Nederland te vinden. Ook in Brabant, Limburg en Zeeland, waar ze nu helemaal zijn verdwenen. Bloemrijke hooilanden langs beekdalen en in laagten, uiterwaarden van rivieren: daar vond je ze vooral. Maar ook in en rond natuurgebieden, zoals in hoogvenen, natte heiden en in vochtige, open duinvalleien langs de hele kust. In het droge deel van de Oostvaardersplassen broedden in de daar spontaan ontstane ruigtes wel tientallen paapjes; dat was vóór de forse begrazing die het paapje er de das heeft omgedaan.

Van de ongeveer 1500 broedpaartjes in de jaren zeventig – die toen nog in alle provincies broedden – zijn er nu maar zo’n 300 over. De meeste daarvan broeden in Drenthe, maar ook in Groningen en Noordwest-Overijssel zijn ze hier en daar te vinden. Het paapje is nagenoeg teruggedrongen in natuurgebieden, zoals het Fochteloërveen. In boerenland is hij met een lantaarntje te zoeken. Koolzaadakkers en akkers met faunastroken in Groningen weten zo hier en daar nog paapjes te verleiden tot broeden.

Het paapje is verwant aan de algemenere roodborsttapuit

Wat wil het paapje?

Wel heel sneu is dat ook in natuurgebieden paapjes het niet best doen. Dus wat wil het paapje nou eigenlijk? Dat is de hamvraag bij het onderzoek dat nu loopt. Want als je het paapje wil beschermen, moet je wel weten hóe. En dus proberen onderzoekers van onder meer Sovon Vogelonderzoek Nederland het mysterie te ontrafelen: wat eten paapjes? Hoe is hun broedsucces en overleving? Hoe verspreiden ze zich? Heel interessant hierbij is om deze gegevens te vergelijken met die van de nauw verwante roodborsttapuit, die het wel goed doet in Nederland. Eén ding is zeker: de roodborsttapuit heeft het voordeel dat hij wel drie keer per jaar broedt en het paapje maar één keer. Het paapje moet dan ook van ver komen (tropisch Afrika) en broedt pas laat in het voorjaar.

Met de antwoorden op de onderzoeksvragen kunnen we bepalen hoe het beheer en de inrichting van een optimaal leefgebied van het paapje eruitzien. We kunnen er de huidige broedgebieden beter mee beschermen, zien wat er loos is in door paapjes verlaten gebieden en nieuwe leefgebieden ontwikkelen. Met als ultiem doel: zorgen dat er weer een gezonde broedpopulatie ontstaat. De paapjes in de Oostvaardersplassen hebben laten zien dat ze ook nieuw land kunnen ontdekken. En dus is er hoop, voor het paapje en voor ons, liefhebbers van het paapje. En wie is dat niet?

Tekst: Ruud van Beusekom, Vogelbescherming Nederland
Foto's: Shutterstock; Anton de Koning, Vogelfotogalerij