Beukennootjes

14de jaar op rij beukennootjes, en het zijn er veel

Vereniging Wildbeheer Veluwe, Wageningen University
13-OKT-2026 - De beuk blijft verrassen door nu voor het veertiende jaar op rij beukennootjes te produceren. En het blijken er veel te zijn al hadden het er, zonder de extreme droogte, nog meer kunnen zijn. Het totaal aan beukennootjes en eikels samen op de Veluwe ligt door het lage aantal eikels met 2,8 miljoen kilo ruim onder het gemiddelde van 4,7 miljoen kilo.

Het groeiseizoen voor de beuk begon gunstig. Vrijwel alle beuken bloeiden goed en de vruchtzetting verliep uitstekend, evenals de groei van de nootjes. We koersten aan op een extreme volmast. Bij een extreme volmast hangt er naar schatting zo’n 2,1 miljoen kilo beukennootjes aan de beuken op de Veluwe. Dat blijkt uit de jaarlijkse inventarisatie van het aantal beukennootjes en eikels op de Veluwe van de Faunabeheereenheid Gelderland.

Beuken hangen vol met beukennootjes in het voorjaar van 2026

Dit jaar gaat de boeken in als een zeer droog jaar. De zomer was recordwarm en zeer zonnig. Vooral beuken zijn hier gevoelig voor. Een aantal beuken is door de zonintensiteit verbrand. De beukennootjes van deze beuken zijn bijna allemaal loos, wat betekent dat er geen vruchtvlees in de bolstertjes zit. Van de groene beuken zijn in september verspreid over de Veluwe bolstertjes geplukt. Deze komen op een score van 85 procent vol en 15 procent loos. Daarmee is de verwachting voor de beuk nog steeds dat het een bovengemiddelde mast is en dat het totaal op 1,3 miljoen kilo beukennootjes op de Veluwe komt (zie figuur hieronder).

Jaarlijkse hoeveelheid eikels (in kilo's) van de Amerikaanse eik, inlandse eik en beuk

14 opeenvolgende jaren beukennootjes

Uit een analyse blijkt dat de hoeveelheid beukennootjes bepaald wordt door de hoeveelheid beukennootjes dat er vorig jaar aan de bomen hing. Hoe meer het jaar ervoor, hoe minder het jaar erna. Dat heeft mogelijk te maken met de hoeveelheid energie die gaat zitten in de beukennootjesproductie. Verder lijkt een hoge temperatuur in de zomer van het voorgaande jaar en een hoge temperatuur in de voorgaande winter tot meer beukennootjes in het daaropvolgende groeiseizoen te leiden. Op basis van het relatief lage aantal beukennootjes in 2025 in combinatie met de op drie na warmste zomer van 2025 en een zachte winter 2025-2026, was een hoog aantal beukennootjes te verwachten.

Veel beukennootjes op de grond

Weinig eikels

De inlandse eiken (zomer- en wintereik) hebben dit jaar maar weinig eikels geproduceerd. Het grote aantal beukennootjes komt voor veel dieren dan ook als geroepen. Er viel naar schatting maar 620 duizend kilo eikels naar beneden op de Veluwe. Vorig jaar was dat nog 4,7 miljoen kilo. Het hoge aantal vorig jaar verklaart ook het lage aantal dit jaar. De bomen moesten herstellen van het jaar ervoor. De Amerikaanse eiken hadden een redelijke mast met in totaal 850 duizend kilo eikels. Samen kwam de hoeveelheid eikels en beukennootjes op de Veluwe uit op 2,8 miljoen kilo. In een gemiddeld jaar valt 4,7 miljoen kilo. Het hoogste aantal kilo's is behaald in 2020. Toen viel er naar schatting 10 miljoen kilo aan beukennootjes en eikels van de bomen.

Verdroogde vruchten

Alle vrucht- en fruitdragende struiken en bomen hebben goed gebloeid. Medio juni waren er overal blauwe bosbessen in grote hoeveelheden. Door de droogte zijn vanaf medio juli echter alle bosbessen verdroogd. De zomervossenbessen (rode bosbes) waren er volop. De combinatie van droogte en hitte heeft ook dwergstruiken zoals bosbes, vossenbes en struikheide laten verbranden. De bosbessen en de vossenbessen lijken zich goed te herstellen. Ze hebben nieuwe blad gezet en zijn weer gaan bloeien. De hoeveelheid vossenbessen valt door de omstandigheden tegen. Er is wel een bijzondere situatie ontstaan. De vossenbessen dragen momenteel bessen en bloeien tegelijk.

Vossenbessen met bessen en bloemen

Er zijn ook positieve veranderingen te melden. Het aandeel bloeiende bramen lijkt Veluwebreed toe te nemen. En op de Zuidoost-Veluwe is melding gemaakt van de exponentiële groei van framboos in het bos van Landgoed Hof te Dieren. De framboos koloniseert daar het boslandschap in rap tempo. Deze potentie heeft de rest van de Veluwe ook, mits beheerders van de bomen en de beesten de juiste randvoorwaarden scheppen. Dit is goed voor de insecten, de bodem, de wilde zwijnen, de edelherten, de damherten, de reeën en de framboosetende vogels, zwijnen en mensen.

Als de eikels en de beukennoten op zijn, moeten zwijnen wortels eten

In complete samenhangende boslandschappen hebben zwijnen droge zandbossen met mastbomen en natte zandbossen waar het altijd vochtig is en waar planten groeien met meterslange voedingsrijke wortels tot hun beschikking. Dan kunnen ze het riet, de lisdodde en de pitrus een beetje in bedwang houden. In de mastloze perioden vinden ze hier beter voedsel dan in het droge bos en als het te droog en te heet is in het droge zandbos vinden ze water en koelte in de elzenbroekboslandschappen in het natte zandlandschap rond de Veluwe. Het droge bos van de Veluwe heeft dan tijdelijk heel weinig zwijnen en de plantenwereld in het droge zand krijgt rust. Dan worden de jonge eikjes, beukjes, hazelaars, boswilgjes, wilgenroosjes, frambozen, bramen, allerlei kruiden zoals look-zonder-look, veelbloemige salomonszegel, bosanemonen en lievevrouwenbedstro niet continu gerooid omdat de wilde zwijnen in de overlevingsstand staan. Helaas is deze wilde-zwijnenwens nog geen realiteit.

Door zwijnen omgewoelde grond

Zonder mast is de droge Veluwe een energiearm landschap voor zwijnen. Afgelopen zomer gingen de zwijnen, op de plekken waar de extreme eikelmast van afgelopen herfst al langer op was, door gebrek aan voedsel de bodem openbreken om wortels te vinden. Hierbij breken ze ook de wortelzone van de planten open. In dit geval de wortels van Amerikaanse vogelkers. Bij deze activiteit werden ook de aanwezige struikheide- en bosbesplanten gerooid. Dit is misschien wel de belangrijkste reden om bij het beheer balans te zoeken tussen de aantallen zwijnen en de actuele mastsituatie. Zolang er genoeg voedsel is in de vorm van boomvruchten hoeven ze niet gebiedsdekkend bodems open te breken.

Tekst: Arnold van Vliet, Earth Systems and Global Change Group, Wageningen University & Research en Gerrit Jan Spek, Faunabeheereenheid (FBE) Gelderland
Beeld: Arnold van Vliet; Vereniging Wildbeheer Veluwe / FBE Gelderland.