De zuringstruik en de paardenbloemboom: soortvorming op eilanden

Naturalis Biodiversity Center, Rijksuniversiteit Groningen
17-OKT-2026 - Waarom veranderen kleine, zachte kruiden op afgelegen eilanden soms in reusachtige bomen, terwijl andere plantengroepen nauwelijks nieuwe soorten vormen? Twee promovendi combineerden de genetische code van duizenden planten met een slim, nieuw rekenmodel, en leerden meer over hoe biodiversiteit op eilanden werkt.

Op dinsdag 13 oktober 2026 promoveerden twee onderzoekers van Naturalis – Ornela Dehayem Nanwou en Ryan Brewer – aan de Rijksuniversiteit Groningen. Samen werkten ze aan een mysterie dat eilandbiologen al tijden bezighoudt: waarom evolueren sommige plantengroepen op eilanden tot tientallen unieke soorten, terwijl andere zich nauwelijks verder ontwikkelen?

Houtigheid

Als planten zich op afgelegen eilanden vestigen, gebeurt er vaak iets bijzonders. Over generaties heen veranderen zachte, kleine kruiden in houtige struiken en bomen. Dit fenomeen staat bekend als insular woodiness (eiland-houtigheid). Je ziet deze houtachtigheid vooral bij plantengroepen die enorm veel verschillende soorten voortbrengen. Op de Canarische Eilanden – dé plek waar dit veel voorkomt – vind je bijvoorbeeld struikachtige madeliefjes, paardenbloembomen en houtige brandnetels. Al decennia vragen evolutiebiologen zich af of het ontwikkelen van een houten stam planten echt helpt om sneller nieuwe soorten te vormen en uitsterven te voorkomen. Of veranderen planten op eilanden simpelweg heel vaak in houtige soorten?

Rumex lunaria, een houtige variant van zuring

“Om deze hypothese te testen, hadden we uitgebreide datasets van DNA en planteigenschappen nodig”, leggen de promovendi uit. “Maar we hadden ook een model nodig. De data alleen vertellen je namelijk niet of die vele houtige soorten komen door snellere soortvorming of minder uitsterven, of doordat de stap naar houtachtigheid simpelweg heel vaak wordt gemaakt.”

Dat onderzoek kon alleen als team. Ryan stelde de datasets samen met behulp van natuurhistorische collecties en vers materiaal uit het veld, waarvoor hij de faciliteiten van Naturalis gebruikte. Hij bepaalde het DNA (353 genen) van zo'n 2.000 soorten, waaronder ongeveer 800 soorten van de Canarische Eilanden en hun nauwste verwanten op het vasteland. Zo kon hij inschatten wanneer elke plantengroep op de Canarische Eilanden arriveerde.

Best onderzochte eilandengroep

Ryan: “Evolutie is niet zo simpel dat slechts één eigenschap alles bepaalt. Daarom maakten we een dataset met meerdere eigenschappen waarvan uit de literatuur bekend is dat ze invloed hebben op het ontstaan van nieuwe soorten. We kozen de Canarische Eilanden als onderzoeksgebied omdat het een van de best onderzochte eilandengroepen ter wereld is. De planten daar zijn tot in detail bestudeerd, waardoor we ook bestaande gegevens over hun eigenschappen konden gebruiken.”

“Daarnaast hebben de Canarische Eilanden een van de rijkste plantengemeenschappen van alle eilandengroepen. Je vindt er zowel groepen met enorm veel soorten – en dus radiaties – als groepen die na hun komst nauwelijks zijn veranderd. We voerden onze DNA-data, samen met een deel van de gegevens over eigenschappen, in bij ons model”, vertelt Ornela.

De tabaiba is een wolfsmelksoort van twee meter hoog. Op Tenerife groeit deze soort in het wild

Leeftijd is niet alles

Ornela ontwikkelde het wiskundige rekenmodel, een digitaal simulatiemodel genaamd TRAISIE. Door Ryans reusachtige DNA-dataset te combineren met Ornela's model, ontdekte het duo een belangrijk inzicht in de biodiversiteit op eilanden: eigenschappen bepalen in grote mate de snelheid van evolutie. Houtige en meerjarige (langlevende) planten vormen sneller nieuwe soorten en sterven minder snel uit dan kortlevende, niet-houtige kruiden. Uit verdere analyses bleek bovendien dat leeftijd niet alles zegt: oudere plantenfamilies hebben niet automatisch meer soorten.

Meer informatie

Tekst: Naturalis Biodiversity Center
Beeld: Frederic Lens, Naturalis Biodiversity Center