Roodbont-heideuiltje

Twee keer zoveel Jakobskruiskruid in Nederland sinds 1975

FLORON
4-JUL-2023 - Onderzoek naar de verspreiding van Jakobskruiskruid in Nederland laat zien dat de soort sinds 1975 op bijna twee keer zoveel plekken voorkomt. Onder specifieke omstandigheden kan Jakobskruiskruid massaal voorkomen. Dit heeft gevolgen voor onder andere het oogsten van hooi als veevoer, omdat Jakobskruiskruid giftig is voor vee. Tot welke hoogte vinden we deze massagroei acceptabel?

De discussie rondom Jakobskruiskruid in een notendop

  • Jakobskruiskruid is een waardevolle inheemse plant voor de biodiversiteit. Van bijna 200 insectensoorten is bekend dat zij gebruik maken van deze plant voor voeding en/of voortplanting. De plant komt van nature in bijna heel Nederland voor.
  • De pyrrolizidine alkaloïden (PA’s) in Jakobskruiskruid zijn giftig voor vee. In te grote hoeveelheden veroorzaakt het gif leverschade en kan het zelfs dodelijk zijn. Met name paarden en koeien zijn hier gevoelig voor. De meeste grazers eten in de wei geen Jakobskruiskruid, maar gedroogd in hooi kunnen zij de soort niet herkennen. Hooi met Jakobskruiskruid kan niet gebruikt worden als veevoer en moet worden gecomposteerd. Met het toenemen van Jakobskruiskruid wordt het moeilijk om het hooi vrij te houden van deze plant.
  • De giftigheid van Jakobskruiskruid wordt in emotionele discussies geregeld overschat. In hooi – behalve dat van een monotone grasakker – zitten meerdere soorten planten of schimmels die giftig kunnen zijn voor vee. Giftigheid komt pas tot uiting bij een bepaalde dosis en blootstellingsduur. We weten eigenlijk niet goed hoeveel gif er in hooi mag zitten, wil het niet schadelijk zijn voor vee. Als dat duidelijker zou kunnen worden, hoeven we misschien ook niet bang te zijn voor een kleine hoeveelheid giftige planten in hooi.

Mogelijke oorzaken van de toename van Jakobskruiskruid in Nederland

Onderzoek naar de verspreiding van Jakobskruiskruid in Nederland laat zien dat de soort sinds 1975 bijna verdubbeld is qua verspreiding. De uitbreiding van Jakobskruiskruid kent verschillende oorzaken, waarvan sommigen elkaar versterken.

 1. Nederland heeft een hoog dynamisch landschap

Jakobskruiskruid is een pioniersplant pur sang en profiteert van open en verstoorde zandige bodems. In Nederland worden deze ideale kiembedden continue gecreëerd door het steeds openwerken van de bodem. In dichte vegetaties heeft Jakobskruiskruid nauwelijks kans om te kiemen.

Veel bermen in Nederland worden beheerd met een klepelmaaier. Hierbij wordt de vegetatie - soms inclusief stukken bodem - verhakseld en ontstaat er open bodem. Voor het aanleggen en onderhouden aan kabels en leidingen worden honderden meters berm open gegraven en weer dichtgegooid. Braakliggende gronden in havens en industrieterreinen en voormalig intensief beheerde akkers zijn ook beruchte plekken met veel groei van Jakobskruiskruid.

Ook wilde en gedomesticeerde dieren hebben grote invloed op het voorkomen van Jakobskruiskruid. In weiden met een te hoge grazingsdruk – te veel dieren voor de beschikbare ruimte – graast het vee de grasmat kort af en trappen zij met hun hoeven de bodem open. Wilde zwijnen graven en wroeten graag in graslanden. Op de Veluwe houden zij zo de populatie Jakobskruiskruid op extensief beheerde grasweiden in stand.

2. Veel zandige infrastructuur in verder ongeschikte gebieden

Door het aanbrengen van zand bij het bouwen van wegen en gebouwen, creëren we geschikte habitats in gebieden waar Jakobskruiskruid van nature nauwelijks voorkomt zoals in veen- en kleigronden.

3. Zaadbank

Verse zaden kunnen via de wind op geschikte bodems aanwaaien, maar veelal zitten er ook nog zaden in de zaadbank. Deze zaden verliezen na vijf tot tien jaar hun kiemkracht. Zolang de zandige bodem in gebieden steeds verstoord wordt, is de kans groot dat nieuwe planten ontkiemen en (massa)populaties in stand worden gehouden.

Jakobskruiskruid houdt prima stand in de verder verdroogde vegetatie in Meinerswijk (Arnhem)

4. Droge zomers door klimaatverandering

De zomers in Nederland worden als gevolg van klimaatverandering steeds warmer en droger. Veel grassen en kruiden zijn hier niet op aangepast en kwijnen weg. Jakobskruiskruid is een opportunist die met zijn lange penwortel veel beter is opgewassen tegen langdurige droogte en neemt een deel van de vrijgekomen plekken in. De mediterranisering komt Jakobskruiskruid zeker ten goede! 

5. Verpaarding van het landschap

Het Nederlands landschap is steeds meer aan het verpaarden. Steeds meer paardenliefhebbers gaan in het buitengebied wonen en laten paarden in de weide grazen. Voor het Jakobskruiskruidvrij houden van de grasmat, is het van belang dat paarden voldoende ruimte hebben om te grazen en te rennen. Zo niet, dan wordt de grasmat te kort begraasd en kapot getrapt door de hoeven. Ook de eerdergenoemde droge zomers helpen niet bij het in stand houden van een gezonde, dichte grasmat. Immers, hogere vegetaties zijn veel beter bestand tegen langdurige droogte dan kort gegraasde grasmatten.

6. Zaadmengsels met Jakobskruiskruid

In het verre verleden zijn bermen ingezaaid met mengsels waarin ook Jakobskruiskruid zat. Dit heeft met name in het noordoosten van Nederland, waar de soort van oorsprong minder algemeen voorkwam, geleid tot een toename in de verspreiding. Inmiddels lijkt Jakobskruiskruid niet meer in de zaadmengels te zitten; FLORON heeft hier afgelopen jaren geen meldingen meer over ontvangen.  

 Deze vertrapte paardenweide is een open uitnodiging voor nog meer Jakobskruiskruid.

Wanneer is Jakobskruiskruid een probleem?

Jakobskruiskruid wordt een probleem als er teveel planten in de wei of in de directe omgeving van de wei staan, of als vee via hooi te grote hoeveelheden binnenkrijgt. Het is dus van belang te voorkomen dat vee te veel in aanraking komt met Jakobskruiskruid. Daarnaast kan hooi met Jakobskruiskruid niet worden verkocht als veevoer, maar moet het gecomposteerd worden. Dit is een financieel verlies voor de hooiproducent. Onder andere de twee volgende ontwikkelingen vormen een uitdaging waar we als natuurbeheerders en agrariërs nog een weg in moeten vinden.

Nieuwe natuur in voormalige akkers

Rondom het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden steeds meer akkers omgezet naar extensief beheerde graslanden. Deze voormalig intensief beheerde en bemeste gronden komen – al dan niet na verwijdering van de toplaag - braak te liggen en worden vervolgens één of twee keer per jaar gemaaid of begraasd: dé ideale bodem voor Jakobskruiskruid! Op deze plekken kan Jakobskruiskruid massaal groeien. Voor zowel natuurbeheerders als agrariërs is deze situatie ongewenst. Voor de natuurbeheerder omdat het hooi ongeschikt is om als veevoer te verkopen en voor agrariërs die vrezen dat de zaden van het kruid overwaaien naar hun eigen percelen. Ook doet de massale aanwezigheid van Jakobskruiskruid in een voormalige akker het draagvlak voor natuurbeheer of natuurinclusieve landbouw geen goed.

Ongelukkig bermbeheer

Bermbeheer met klepelmaaiers, waarbij zowel de vegetatie als – veelal – een deel van de bodem wordt verhakseld, kan op zandige bodems leiden tot massagroei van Jakobskruiskruid. Ook dit wordt door veel vee- en paardenhouders als ongewenst en bedreigend ervaren, vooral als deze bermen in of nabij agrarisch gebied liggen.

De oplossing?

Over de mate waarin de toename en verspreiding van Jakobskruiskruid een probleem is, én hoe we hiermee om moeten gaan, verschillen de meningen. De een roept dat dit de nieuwe realiteit is en er vanzelf een natuurlijke balans komt, de ander vindt dat de soort bestreden moet worden. Vanzelfsprekend zijn er ook vele nuances te bedenken tussen deze twee uitersten. Het interessante is dat we in deze discussie ook naar onze buren kunnen kijken, omdat de toename Jakobskruiskruid onder andere in Duitsland tot discussies leidt en zij in geval is van ongewenste dominanties een actieplan hebben om de soort minder dominant te maken. Ze zijn hierin verder dan in Nederland.

Natuurlijke bodemmoeheid

Onderzoekers hebben afgelopen decennia meerdere voormalige akkers gemonitord. Zij zagen de hoeveelheid Jakobskruiskruid enorm toenemen met de piek op vijf jaar na de uit productiename van de akker. Daarna neemt Jakobskruiskruid weer af en na 15 jaar ontstaat een gevarieerdere vegetatie waarin de soort niet meer domineert.

Dit proces wordt bodemmoeheid genoemd. Hierbij wordt de bodem ongeschikt gemaakt voor specifieke plantensoorten. Planten voeren een voortdurende strijd om de beschikbare ruimte. Dit doen zij niet alleen door bovengronds de grootste en sterkste te zijn, maar vooral ondergronds door bodemprocessen te beïnvloeden met schimmels en bacteriën. Via deze manier worden sommige plantensoorten bevoordeeld, en anderen genadeloos weggeconcurreerd. In het geval van Jakobskruiskruid blijkt dat binnen deze biochemische strijd niet alleen andere soorten Jakobskruiskruid wegconcurreren, maar dat ook Jakobskruiskruid de bodem ongeschikt maakt voor zichzelf.

Let wel, nieuwe verstoringen in de bodem kunnen Jakobskruiskruid nieuwe kansen geven waardoor de soort in korte tijd weer een opleving kan krijgen. Dit is onder andere het geval op voormalige akkerpercelen waar wilde zwijnen wroeten of waar de vegetatie geklepeld wordt.

Advies nummer 1: Voorkom verstoring van de bodem.

Andere maatregelen

Als wachten op natuurlijke bodemmoeheid geen gewenste of mogelijke optie is, kunnen andere maatregelen worden overwogen. De mogelijkheden op een rij:

  • Jakobskruiskruid groeit niet in dichte vegetatie, dus voorkom schade en verstoringen aan de bodem en vegetatie waardoor er open bodem ontstaat. Dit kan onder andere door andere maaimethoden dan klepelmaaiers te gebruiken en paarden en vee voldoende ruimte in de weide te geven.
  • Maai vegetaties met hoge dichtheden Jakobskruiskruid voordat er zaad ontstaat. Op deze manier wordt de zaadbank niet aangevuld en kunnen er geen zaden wegwaaien naar omliggende percelen. Planten uittrekken wordt niet aanbevolen, omdat hiermee de bodem beschadigt raakt en zaden uit de bodem in een gunstige kiempositie komen.
  • In het geval van braakliggende akkers, kan worden overwogen deze preventief in te zaaien (pdf: 390 KB) met soorten waarvan bekend is dat zij de groei van Jakobskruiskruid remmen. Indien dit overwogen wordt, kies dan wel soorten die van nature in de streek voorkomen en biologisch geteelde zaden. FLORON zelf is zeer terughoudend met inzaai, zie ook het standpunt FLORON (pdf: 1,2 MB) en achtergrondinformatie over inzaaien (pdf: 3,1 MB).

Verklaring van Göttingen en Verklaring van Nederland?

In Duitsland heeft men in 2017 de zogenaamde Göttinger Erklärung (Verklaring van Göttingen) (pdf: 5 MB) opgesteld. Hierin wordt de situatie en de ervaren problematiek beschreven vanuit verschillende invalshoeken én zijn afspraken gemaakt in beheer danwel bestrijding in bepaalde situaties. Nederland heeft zo’n verklaring met afspraken over hoe we omgaan met Jakobskruiskruid nog niet. Wel wordt er veel onderzoek gedaan naar deze soort en gaan er stemmen op om met partijen uit verschillende sectoren een verklaring op te stellen waarin staat in welke situaties Jakobskruiskruid een probleem is en wanneer welke beheers- of bestrijdingsmaatregelen te rechtvaardigen zijn. Wordt vervolgd…

Tekst: Leonie Tijsma & Baudewijn Odé, FLORON
Foto's: Stef van Walsum (roodbont-heideuiltje); Leonie Tijsma; Laurens Sparrius