De vangst: serpeling, roofblei, winde en blankvoorn

Herstel van biodiversiteit riviervis vereist diverse habitats

Wageningen University
24-JUN-2022 - Om de biodiversiteit van riviervis te herstellen moeten uiterwaarden onder meer veel verschillende typen vishabitats bevatten. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek van Wageningen University & Research in samenwerking met Rijkswaterstaat. Daarnaast bepaalt de mate waarin de uiterwaarden zijn verbonden met de rivier het succes als kraamkamer.
Deel deze pagina

Tussen 2017 en 2020 heeft onderzoeker Twan Stoffers gekeken naar de soortenrijkdom en hoeveelheid van typische riviervissen in 46 herstelde uiterwaarden langs de Nederlandse grote rivieren. "Uiterwaarden zijn de paai- en opgroeiplekken voor riviervissen," zegt Stoffers. "Het optimaliseren van deze kraamkamers is dan ook van groot belang voor het herstel van de biodiversiteit in onze rivieren. Vooral de mate van verbinding met de rivier bepaalt of een uiterwaard succesvol is als kraamkamer. Wanneer een uiterwaard het hele jaar door is verbonden, zie je zowel een hoge biodiversiteit als veel vissen."

Vissen determineren, links in beeld Twan Stoffers

Habitatmozaïek

Een ander belangrijk kenmerk van herstelde uiterwaarden voor het herstel van biodiversiteit is de aanwezigheid van een breed scala aan verschillende vishabitats. Dit kan variëren van stilstaand water met veel waterplanten en overhangende wilgen, tot zuurstofrijk snelstromend water met veel stenen. Verschillende soorten riviervissen stellen andere eisen aan de plek waar ze opgroeien. De hoogste soortenrijkdom, tot wel tweeëntwintig verschillende soorten per uiterwaard, is aangetroffen op plekken met een mozaïek van habitats.

Winde en sneep

Een habitatmozaïek is juist weer minder gewenst door bepaalde soorten die het moeilijk hebben, zoals de sneep, serpeling en barbeel. Stoffers: "Deze soorten hebben een heel specifiek opgroeihabitat nodig, dat bestaat uit ondiep, stromend water met een grove bodem. Wanneer deze kenmerken aanwezig zijn, voelen zij zich thuis."

In deze grootschalige evaluatie hebben de onderzoekers gezien dat het natuurherstel langs de grote rivieren zeker positief uitpakt voor riviervissen, maar dat er ook nog aandachtspunten zijn. Met name bij lagere waterstanden later in het opgroeiseizoen merkten de onderzoekers dat veel uiterwaarden hun verbinding met de rivier verliezen. "Dit kan een bottleneck zijn voor het opgroeiproces," zegt universitair docent Leo Nagelkerke. "Juist wanneer de jonge vis groot en sterk genoeg is om naar de rivier te trekken, moet deze verbinding aanwezig zijn. Anders doe je al het goede werk daarvoor teniet."

De uiterwaard in Hurwenen

Herstellen van kraamkamers

Grote rivieren vormen onder natuurlijke omstandigheden zelf voortdurend een veelheid aan verschillende habitats, bijvoorbeeld door overstromingen. Na verloop van tijd verdwijnen ze ook weer doordat ze dichtslibben of droogvallen. Deze dynamische omgeving is ideaal voor het opgroeien van een grote diversiteit van jonge riviervis.

De natuurlijke dynamiek van onze rivieren wordt tegenwoordig beperkt vanwege veiligheid en scheepvaart. Dat kan verklaren waarom de populaties van met name deze soorten klein blijven. Om gespecialiseerde en zeldzame riviervissen een kans te geven te herstellen, is het belangrijk om de verschillende soorten habitats zelf te creëren en te onderhouden.

Meer informatie

  • Het artikel van Twan Stoffers is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science of the Total Environment (STOTEN)
  • Dit is een onderzoek van Wageningen University & Research in samenwerking met Rijkswaterstaat. 

Tekst: Twan Stoffers en Leo Nagelkerke, Wageningen University
Foto's: Twan Stoffers (leadfoto: serpeling, roofblei, winde en blankvoorn)