Natuurjournaal 1 januari 2026
Nature TodayRuig haarmos behoort tot de bladmossen en is herkenbaar aan de reflecterende glasharen aan de bladtoppen. Tegen het einde van de winter zal het gaan bloeien met oranjerode sporenkapsels. Het is een pionier, bestand tegen extreme omstandigheden: komt er ergens een stukje kale, voedselarme zandbodem beschikbaar, dan kan je er donder op zeggen dat ruig haarmos er snel een plekje weet te bemachtigen. Simpelweg door er te groeien en zich vast te zetten in de zandbodem, helpt ruig haarmos stuifzanden vast te leggen. Zo wordt de directe omgeving minder extreem en biedt het bezette plekje de mogelijkheid aan andere dier- en plantensoorten – die dat anders niet hadden gekund – om zich te vestigen. Goed voorbeeld doet goed volgen. Succes(sie) met de goede voornemens!

Geelgorzen zijn herkenbaar aan de citroengele borst (alleen de mannetjes), de lange staart met witte zomen, een kastanjebruine stuit en een metalige roep. In de zang van de mannetjes zou je opening van de vijfde symfonie van Beethoven kunnen herkennen. Aan hun korte, robuuste snavel lees je af dat het hoofdzakelijk zaadeters zijn. Geelgorzen zwerven in de winter in groepen rond in open gebieden met op korte afstand genoeg dekking, zoals kleinschalig akkerland met heggen en houtwallen, bosranden en licht beboste heide. In voedselrijke gebieden, zoals voor de hamster ingerichte plekken in Zuid-Limburg, kunnen de aantallen binnen die wintergroepen in de vele honderden lopen. Vroeger waren geelgorzen veel talrijker in ons land, ook in West-Nederland, getuige de vele volksnamen, zoals gielegorre, geleskreeuwrd, geelborstje en gierstvink.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Tom Heijnen, Saxifraga; Mart Herreberg, Waarneming.nl
