Amfibieën in botanische tuin gebaat bij aparte vijvers
Hortus botanicus LeidenIn het kader van Expeditie Stadsnatuur werd afgelopen zaterdag een amfibieëntuintelling georganiseerd in de Leidse Hortus botanicus. Onder leiding van de Leidse onderzoeker Ben Wielstra werden 19 fuikjes geplaatst in 2 verschillende vijvers op de avond voor de telling. De ochtend erop werden die geleegd om de gevangen dieren op naam te brengen en te tellen. Het doel van deze nationale telling is om inzicht te krijgen in het effect van renovaties op lokale amfibieënpopulaties en hun herkomst te achterhalen.

Renovatie van varentuin amfibievriendelijk uitgevoerd
De Leidse Hortus deed voor de tweede keer mee met deze nationale tuintelling. Tussen de eerste en de tweede telling werd de beek tussen de amfibieënvijvers verdiept en van een nieuwe bodem voorzien. Daarnaast is een nieuwe pomp geïnstalleerd, waardoor water door de beek stroomt. Bij de werkzaamheden moest grond verplaatst worden met risico op verstoring van lokale kikker-, padden- en salamanderpopulaties. De getelde aantallen waren echter vergelijkbaar met die van vorig jaar. Dat was goed nieuws, want amfibieën jagen in de Leidse Hortus op kevers, kleine slakken, muggenlarven en pissebedden en zijn daardoor belangrijke biologische bestrijders van herbivoren.

Meeste larven geteld in visvrije amfibieënvijvers
Net als vorig jaar werden adulten van kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) en alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris), en kikkervisjes van bruine kikker (Rana temporaria), gewone pad (Bufo bufo) en vroedmeesterpad (Alytes obstetricans) gevangen in de 2 amfibieënvijvers van de Leidse Hortus. Deze vijvers worden bewust visvrij gehouden. Als volwassen dieren overdag eieren afzetten in een visvijver worden deze overgebracht naar een amfibieënvijver om predatie door vissen en vogels te voorkomen. In totaal werden 76 watersalamanders geteld.
DNA-barcoding van uitgezette salamanders
Beide aangetroffen salamandersoorten zijn inheems, maar de alpenwatersalamander is minder wijdverspreid dan de kleine watersalamander in Nederland. Het verschil is niet alleen te zien, maar ook te ruiken: de geur van alpenwatersalamander lijkt sterk op die van komkommer. Het zwaartepunt van de verspreiding van de alpenwatersalamander ligt in Noord-Brabant en Limburg. Door uitzettingen is deze soort inmiddels door heel Nederland verspreid, inclusief stedelijk gebied. Wie de alpenwatersalamander ooit in Leiden heeft losgelaten, is onbekend. Dankzij DNA-barcoding van mitochondriaal DNA, uitgevoerd door Wielstra, weten we dat deze salamanders afkomstig zijn uit Centraal- of West-Europa, terwijl elders in Nederland ook alpenwatersalamanders uit Italië en de Balkan zijn uitgezet.

Herkomst van uitgezette vroedmeesterpadden onderzocht
Ook vroedmeesterpad (Alytes obstetricans) komt van nature alleen voor in Zuid-Limburg, maar wordt in andere delen van ons land, met name in stedelijk gebied, steeds vaker aangetroffen. Volwassen dieren zijn kort na zonsondergang tijdens zomeravonden duidelijk hoorbaar dankzij de korte, melodieuze fluitroep. Mannelijke vroedmeesterpadden wikkelen na de paring eisnoeren rond hun achterpoten en dragen deze enkele weken op het land met zich mee. Als de eieren op het punt staan uit te komen, gaat de mannelijke pad ermee naar het water, waar de larven uit het ei kruipen. Deze speciale vorm van broedzorg verkleint het risico op predatie van de eieren.

Late larven overwinteren
Vroedmeesterpad kan meerdere keren per seizoen eieren afzetten. Larven die pas laat in het seizoen uit het ei kruipen, overwinteren als zodanig. Deze larven lopen in het voorjaar voor in hun metamorfose van aquatische naar terrestrische levensvorm op de larven van bruine kikker en gewone pad. De gevangen exemplaren waren groter en sommige individuen hadden al achterpoten. Wederom is onbekend wie deze soort in Leiden heeft uitgezet. DNA uit afgenomen huidslijm van gevangen kikkervisjes zal het komende jaar door Wielstra afgelezen worden, om de herkomst van de populatie in de Leidse Hortus te achterhalen.

Telling volgens strikt protocol
Alle gevangen dieren zijn uitsluitend vastgepakt door onderzoekers met steriele handschoenen. Na afloop van de telling is het veldwerkmateriaal grondig schoongemaakt met het desinfectiemiddel Vircon S, om overdracht van sporen van dodelijke schimmels tussen verschillende leefgebieden van amfibieën te voorkomen.
Tekst: Barbara Gravendeel en Ben Wielstra, Hortus botanicus Leiden, Naturalis Biodiversity Center en Instituut Biologie Leiden
Beeld: Notis Theodoropoulos (leadfoto: alpenwatersalamander); Barbara Gravendeel; Rogier van Vugt
