In 2014 plaatst de malacoloog Anders Warén de volgende oproep in het Zweedse tijdschrift Flora & Fauna: "Har någon träffat på den här lilla snäckan?" Het antwoord op dezelfde oproep in het Engels (Has anybody encountered this little gastropod?) komt uit ons eigen land. Onderzoekers vinden het mini-slakje in het Krammer-Volkerak en het Haringvliet. Wat volgt is een jarenlange speurtocht naar de identiteit van dit raadselachtige dier.
Lang een vreemdeling zonder naam
De eerste in Nederland ontdekte exemplaren van het onbekende speldvormige slakje komen uit macrofaunamonsters die op 16 oktober 2014 worden opgedregd uit het Noordergat in het Krammer-Volkerak. Meldingen van andere locaties volgen al snel: Haringvliet, Visserijgriend en Ruigeplaatbos (Hoogvliet). Daarna komen er van diverse andere plaatsen waarnemingen. De nieuweling blijkt met een uitbreiding bezig die tot op de dag van vandaag doorgaat. Toch duurt het lang voordat dit dier als nieuw voor de wetenschap kan worden beschreven. Begin vorige maand (juni 2026) is het dan zo ver: in volume 90(1) van het tijdschrift Basteria van de Nederlandse Malacologische Vereniging wordt het dier ten doop gehouden. Voortaan heeft de slak de volgende wetenschappelijke naam: Koloonella peregrina Bakker, Renda, Steger, Van Haaren & Vanozzi, 2026.

Heel uniek: uit ons eigen land
"Dit is echt heel bijzonder", zegt Hannco Bakker van Naturalis Biodiversity Center en een van de auteurs. Hij vertelt hoe zeldzaam het is dat een nieuwe soort voor de wetenschap uit ons eigen land wordt beschreven. "In Nederland leven zo goed als geen endemische soorten. Wordt er toch een nieuwe soort ontdekt en beschreven, dan mogen we daar zeker trots op zijn!" Minstens zo trots zijn wetenschappers dat de soort is beschreven aan de hand van binnen onze eigen landgrenzen verzameld materiaal. Het 'holotype' – het ene exemplaar waaraan de hele soort is opgehangen, het ijk-exemplaar – komt uit het zuidelijke deel van het Steurgat in de Brabantse Biesbosch en is voortaan voor eeuwig te vinden in de Naturalis-collectie onder nummer RMNH.MOL.653488.
Minder vreemde pelgrim: andere Nederlandse naam
Nu de soort eindelijk een wetenschappelijke naam heeft, en daarmee een stuk minder 'vreemd' is, gaan stemmen op de aanvankelijk voorgestelde Nederlandse naam Vreemde speldhoren te veranderen. Het ligt voor de hand het dier voortaan Pelgrimspeldhoren te noemen, afgeleid van het Latijnse peregrinus dat in de middeleeuwen naast voor vreemdeling ook in gebruik was in de betekenis van pelgrim. Toepasselijk, omdat deze soort oorspronkelijk niet uit Noord-Europa afkomstig is en vermoedelijk een lange reis heeft afgelegd om de Europese kusten te bereiken.
Beschrijving
Het huisje van dit slakje is zeer slank en zou je kunnen vergelijken met een hele kleine speld. Het is witachtig, doorzichtig en zeer breekbaar. Bij vergroting vallen mooie, fijne, spiraalvormige dwarsribbels op. De minieme eerste winding heeft een deels gekantelde (heterostrofe) top. Dat is een heel opvallend kenmerk.

Habitat
De Pelgrimspeldhoren is een buitenbeentje, vrijwel alle soorten uit dezelfde familie zijn mariene (zee)soorten. De eerste in Finland gevonden dieren komen uit licht brak water. Ook in Nederland is dit het geval, maar inmiddels kennen we ook diverse meldingen uit puur zoete wateren. In Finland leeft het slakje voornamelijk op hard substraat met driehoeksmosselen en brakwaterpokken. In het Krammer-Volkerak gaat het om zandige locaties. Elders in ons land kruipt deze nieuweling ook op modderige en slibhoudende bodems rond.
Impact
"We weten eigenlijk nog zo goed als niets over de impact van deze soort", vertelt onderzoeker Ton van Haaren van Eurofins, die de soort hielp beschrijven. "Je blijkt er per vierkante meter honderden van te kunnen vinden, bijvoorbeeld in het Krammer-Volkerak". Hij geeft aan dat er in Finland zelfs vierduizend per vierkante meter zijn aangetroffen. "Hoewel het heel kleine dieren zijn, mag je bij zulke dichtheden verwachten dat ze plaatselijk een grote invloed hebben op hun omgeving."
Uitkijken
Door hun slanke vorm kunnen deze dunne 'naaldjes' door een gemiddelde zeef heen. Het is daarom raadzaam hier bij onderzoek speciaal op te letten. Waarnemingen kunnen worden doorgegeven via platforms als Waarneming.nl, de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) of via een mail naar Stichting ANEMOON. Dat je de Pelgrimspeldhoren inmiddels op veel plaatsen kunt tegenkomen beamen alle drie de schrijvers van dit natuurbericht: "Jazeker: we vonden ze zelfs vlak bij huis!"
Tekst: Hannco Bakker, Naturalis Biodiversity Center; Ton van Haaren, Eurofins AquaSense; Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON
Beeld: Ton van Haaren (leadfoto: levende Pelgrimspeldhorens uit de Kagerplassen, juni 2026); Jan Steger, Alida Gupta & Laura Kraniotis, Senckenberg Ocean Species Alliance (SOSA); Stichting ANEMOON
