Gezocht: een thuis voor de gierzwaluw
Vogelbescherming NederlandGierzwaluwen zijn supersnelle vliegers. Van het voorjaar tot in de zomer kunnen we genieten van hun acrobatische vluchten boven de stad, op jacht naar insecten. Op de grond zul je ze niet vaak zien: eten, paren, slapen, alles gebeurt in de lucht. Landen doen ze alleen om te broeden. Als holenbroeder maken ze dan een nest in gaten en spleten in huizen, kantoren, kerken en andere gebouwen. Je ziet ze bijvoorbeeld onder een dakgoot, in een gat in de muur of in een neststeen.
Steeds minder nestplekken
Het liefst nemen ze hun intrek in hetzelfde nest als vorig jaar, want ze zijn opvallend nesttrouw, blijkt ook weer uit nieuw onderzoek van onze Britse partnerorganisatie RSPB. Ruim negen van de tien gierzwaluwen komen terug naar hun oude plek, maar die nestplekken staan onder druk. Door isolatie en moderne bouwmethoden hebben gebouwen steeds minder kieren en gaten waarin de gierzwaluw een plekje kan vinden. In het Verenigd Koninkrijk is mede daardoor al zeventig procent van de gierzwaluwen verdwenen in de afgelopen dertig jaar. Voor Nederland is dat cijfer niet bekend, maar duidelijk is dat de aantallen afnemen in wijken en gebouwen die ingrijpend zijn gerenoveerd.
Gelukkig is de gierzwaluw in Nederland, zoals alle inheemse vogels, wettelijk beschermd. Maar dat niet alleen, hun nesten zijn ook jaarrond beschermd: ze mogen niet worden verwijderd. Veel gemeenten hebben de nesten op een aparte digitale kaart ingetekend staan, dan weten huiseigenaren waar ze aan toe zijn.
Bij (grootschalige) renovatie mogen soms buiten het broedseizoen wel nesten worden verwijderd als daar een vergunning voor is gegeven. Dan moeten ze worden vervangen door nieuwe nestplekken. Daar zijn kant-en-klare oplossingen voor, zoals neststenen die worden ingemetseld of daksystemen waarin nestkasten standaard zijn opgenomen.

Pleidooi voor meer nestplekken
Maar Vogelbescherming Nederland wil graag meer doen. Wij pleiten ervoor om bij elke nieuwbouw of renovatie standaard nestvoorzieningen in te bouwen voor gierzwaluwen en andere holenbroeders. Niet alleen ter vervanging van de oude, maar ook als extra nestplekken om de soort te ondersteunen.
Ook als particulier kun je de gierzwaluw een handje helpen door nestkasten op te hangen onder de goot of aan de gevel van jouw huis. Het liefst zo hoog mogelijk, met de opening op het noorden of oosten, anders wordt het te warm, en een vrije invliegroute.
Gierzwaluwen doen er soms lang over om een nieuwe nestplek te ontdekken, maar hoe meer mogelijkheden er zijn, hoe beter. Het kan dan zomaar zijn dat er volgend voorjaar in jouw nestkast een gierzwaluwpaartje landt dat – na duizenden kilometers vliegen – op zoek is naar een plekje om jongen groot te brengen.
Nog heel even live op Beleef de Lente
De jonge gierzwaluwen op Beleef de Lente zijn nog niet uitgevlogen, maar ze lijken er bijna klaar voor te zijn: met ‘push-ups’ trainen ze hun vleugels voor de lange vlucht naar Afrika die ze binnenkort gaan maken. Waarschijnlijk zullen ze de komende jaren in april of mei terugkomen. Als ze drie of vier jaar oud zijn, gaan ze op zoek naar hun eigen plek om te nestelen. Tot die tijd zijn ze continu in de lucht.
Tekst: Mariël Verburg, Vogelbescherming Nederland
Beeld: Jan Lok; Jochem Kuhnen
