"Een plant lijkt wel soort alchemist", zei botanisch filosoof Norbert Peeters bij zijn lezing ter gelegenheid van de opening. Planten maken allerlei stoffen aan: nicotine, cafeïne en veel meer, op basis van zonlicht, water, koolstofdioxide en mineralen. Alsof je een paar stoffen in een smeltkroes gooit om daar miljoenen nieuwe stoffen uit te halen.
De vergelijking gaat niet helemaal op. De plant bouwt complexe moleculen op, maar verandert een stof niet in een andere. Dat wilden alchemisten wel. Tussen ongeveer het jaar 1200 en 1600 probeerden alchemisten natuurlijke materialen te begrijpen, om te zetten en te zuiveren. Alchemisten in Europa en het Arabische cultuurgebied zochten onder meer de Steen der Wijzen, waarmee ze metalen in goud konden veranderen, ziektes konden genezen en langer konden leven. Hun inspiratiebron was Aristoteles, die meende dat elk van de vier elementen in een ander kon worden omgezet.
Ook in het Oude Egypte, het China van Lao Tzu, het hellenistische Griekenland van Alexander de Grote en in het vroegmiddeleeuwse Midden-Oosten werd door onderzoekers gepoogd het ene element in het andere om te zetten. Alchemie is als wetenschap een voorloper van de scheikunde en andere natuurwetenschappen. We weten nu dat het niet mogelijk is om langs de chemische weg metalen om te zetten in goud, maar ook dat de alchemisten waardevol onderzoekswerk deden.

Processen en technieken
Voor een alchemist was een plant een levend laboratorium en drager van werkzame stoffen. Alchemisten deden allerlei metingen aan planten en zetten chemische experimenten op. Ze ontwikkelden daarbij processen en technieken die hen steeds meer leerden over planten, ook over de geneeskracht van planten. Ze verbeterden bijvoorbeeld de techniek van het destilleren (planten verhitten, de damp opvangen en afkoelen tot vloeistof – de etherische olie). Ze vonden uit dat je met behulp van alcohol stoffen uit de plant kunt halen die niet in water oplossen. Ze konden heel goed poeders maken: vloeistoffen langzaam laten verdampen om er kristallen van te maken, nodig voor medicijnen in poedervorm.
Basis voor de moderne wetenschap
Hiermee vormden hun voor-wetenschappelijke onderzoeken de basis voor de moderne natuurkundigen, chemici en medici. De Alchemistentuin in de Hortus Alkmaar is een presentatie van planten die de ontwikkeling in de Westerse wereld van de onderzoekende mens laat zien.
Trotse gemeente
Wethouder Robert te Beest benadrukte tijdens de opening het belang van de botanische tuin voor de stad. "Als gemeente Alkmaar zijn we trots op deze erkende botanische tuin binnen onze stadsgrenzen. Hortus Alkmaar herbergt de grootste collectie geneeskrachtige planten van heel Nederland. Een unieke, groene schatkamer. De nieuwe Alchemistentuin is daar een prachtige aanvulling op."

Meer informatie
Tekst: Hanneke Jelles; Hortus Alkmaar
Beeld: Mischa den Drijver; Franz Eugen Köhler, Köhler’s Medizinal-Pflanzen, 1887
