Nieuwe wetenschappelijke gedachten inzake het berkenzwamgebruik door de gletsjermummie Ötzi
Nederlandse Mycologische Vereniging, Paddenstoelenonderzoek NederlandKennis van het nuttig gebruik van paddenstoelen was in vroegere tijden dan ook cruciaal om te overleven. Het is daarom niet verrassend dat de gletsjermummie Ötzi, die meer dan 5000 jaar geleden leefde, paddenstoelen bij zich had. Bij zijn spullen werden twee soorten paddenstoelen gevonden, namelijk de echte tonderzwam, gebruikt om vuur te maken, en de berkenzwam. Het was niet duidelijk waarom Ötzi die stukjes berkenzwam, in een bewerkte vorm en met leertjes verbonden, bij zich had. Om vuur te maken had hij immers geprepareerd materiaal van de echte tonderzwam bij zich. Er is gedacht dat de Berkenzwam meegenomen werd vanwege zijn medicinale eigenschappen. Berichten in de wetenschappelijke literatuur dat in berkenzwammen de medicinale stof agaritine voorkomt, bleken echter te berusten op een verwisseling met de larikszwam, een soort waarvan de medicinale eigenschappen bekend zijn. Na de vuurhypothese moest ook de medicinale hypothese verworpen worden. Desondanks wordt deze medicinale verklaring nog steeds op internet veelvuldig aangetroffen.

Een nieuwe verklaring voor de berkenzwammen van Ötzi
Twintig jaar geleden constateerde de paddenstoelenonderzoeker Reinhold Pöder dat niemand wist waarom Ötzi deze bewerkte berkenzwammen bij zich had. Recent hebben de Nederlandse werktuigbouwkundige Hendrik Kuiken en mycoloog Thomas Kuyper een nieuwe hypothese geïntroduceerd die een eenvoudige verklaring biedt voor de functie die deze, in ringen gesneden en met leertjes verbonden, stukjes berkenzwam hadden, namelijk als deel van Ötzi’s kleding: als verbindingsstuk (een soort houtje-touwtjeconstructie) tussen zijn (losse) broekspijpen en zijn buikgordel. Deze verklaring toont eens te meer aan hoezeer Ötzi de kennis en vaardigheden had om natuurlijke producten te gebruiken om te overleven onder barre omstandigheden.

Tekst: Hendrik Kuiken; Thomas Kuyper
Beeld: Pixabay; Harald Wisthaler; South Tyrol Museum of Archaeology
