Blauwe breedscheenjuffer - primair

Meer blauwe breedscheenjuffers door warmte

De Vlinderstichting
20-AUG-2026 - Van oudsher was de blauwe breedscheenjuffer een soort die voornamelijk voorkwam in de oostelijke helft van ons land. De afgelopen tientallen jaren zien we deze soort sterk uitbreiden en ook in grote delen van het midden van het land is dit juffertje nu algemeen. De hogere temperatuur is een belangrijke factor.

Vrouwtje blauwe breedscheenjufferDe blauwe breedscheenjuffer is een buitenbeentje onder de Nederlandse libellen. Er is in ons land maar één soort uit dit genus (Platycnemis). Dat maakt herkenning gemakkelijk. Met zijn bleekblauwe kleur en brede schenen is deze soort goed te onderscheiden van al die andere 'blauwe juffertjes'. In het buitenland (Frankrijk/Spanje) moet je overigens beter opletten: daar kunnen meerdere soorten breedscheenjuffers door elkaar vliegen die allemaal op elkaar lijken. Het typische leefgebied van de blauwe breedscheenjuffer bestaat uit beekjes en kanalen en andere (zwak) stromende wateren. De larven van de blauwe breedscheenjuffer hebben namelijk water met relatief veel zuurstof nodig, en stromende wateren zijn doorgaans zuurstofrijker dan stilstaande wateren.

Tijdens het afzetten van de eitjes blijft het mannetje het vrouwtje vasthouden

Verspreidingstrend (boven) en populatietrend (onder) van de blauwe breedscheenjuffer. De soort neemt zowel in verspreiding als in aantal individuen toe

Toename

In de afgelopen dertig jaar heeft de soort zich enorm uitgebreid en worden ook in het westen van het land steeds meer blauwe breedscheenjuffers gezien. In de drie westelijke provincies is de soort nog steeds erg zeldzaam, maar elders is het inmiddels een normale verschijning geworden. Ook in aantal individuen neemt de blauwe breedscheenjuffer flink toe. De aantallen zijn sinds 1998 maar liefst vervijftienvoudigd!

Van ei tot imago

Blauwe breedscheenjuffers vliegen graag een eindje bij het water vandaan tussen de vegetatie. Daar jagen, overnachten en paren ze. Wanneer de eitjes bevrucht zijn, vliegt het paartje naar de waterkant. De eitjes worden afgezet op waterplanten of in het water liggende takken. Het liefst gebruikt het vrouwtje daarbij de zachte, ondergedoken delen van levende waterplanten, zoals gele plomp. Tijdens het leggen van de eitjes kruipt ze daarvoor gerust helemaal onder water. Het mannetje blijft haar ondertussen vasthouden om haar te beschermen tegen andere mannetjes, maar ook om er zeker van te zijn dat ze er niet met een ander vandoor gaat.

De ontwikkeling van de eitjes is sterk afhankelijk van de watertemperatuur: hoe warmer het water, hoe sneller het gaat. Datzelfde geldt voor de larven. Vroeger overwinterden de meeste larven twee keer, maar met de zachte winters en warme zomers van tegenwoordig vermoeden we dat de ontwikkeling nu meestal maar één jaar duurt.

De ontwikkeling van de larven gaat sneller door de hogere temperaturen

Warm water

In de Libellentuintelling van juni dit jaar viel op dat er relatief veel blauwe breedscheenjuffers werden gezien. Ook in het Landelijk Meetprogramma Libellen worden dit jaar extreem veel van deze juffertjes gezien. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de relatief hoge watertemperaturen. Het voorjaar van 2026 kwam, volgens de metingen van het KNMI, in de top 5 van warmste lentes sinds 1901. Ook de afgelopen winter was gemiddeld zacht, ondanks de koude januarimaand. Door de hoge temperaturen is de ontwikkelingstijd veel sneller dan normaal, en daardoor de kans op overleving hoger.

Een eitje dat twee maanden op een plant zit, heeft meer kans om opgegeten of aangetast te worden dan een eitje dat in twee weken al uitkomt. Hetzelfde geldt voor de larven: het maakt nogal uit of je één winter moet zien te overleven of twee. De blauwe breedscheenjuffer profiteert dus als geen ander van klimaatverandering. Vooral recent zien we dat heel sterk. In bovenstaande grafiek met de populatietrend zien we dat in de jaren 2024 en 2025 ongeveer twee keer zoveel individuen werden geteld als in de jaren daarvoor. En in 2026 zal het stipje waarschijnlijk nog weer hoger liggen, maar dat weten we pas echt zeker als volgend jaar de Vlinderbalans verschijnt.

Het verloop van de vliegtijd van de blauwe breedscheenjuffer in 2026 ten opzichte van het gemiddelde van de perioden 1998-2015 en 2016-2025

Dit bericht is eerder verschenen in het tijdschrift ‘Vlinders’, het kwartaalmagazine van De Vlinderstichting.

Tekst: Gerdien Bos, De Vlinderstichting; Bram Borkent, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
Beeld: Kars Veling; Annika Vermaat; Henk Baptist, SaxifragaNetwerk Ecologische Monitoring (NEM); Christophe Brochard