Natuurjournaal 3 oktober 2026
Nature TodayKleine knoopjes met mooie patronen: de gekielde loofslak is een lust voor het oog. De wand van het huisje is zo dun dat het slakkenlijf doorschemert. Verder is de soort te herkennen aan een scherpe, vaak witte kiel over het midden van de windingen van het slakkenhuis. Van origine uit Zuid-Europa is de gekielde loofslak in Nederland en andere Noord-Europese landen inmiddels een ingeburgerde soort. Ook in Nieuw-Zeeland is het een nieuwkomer. Wat je vaak ziet bij exoten die zich handhaven, is dat ze niet bijzonder veel eisen stellen aan hun biotoop – ze kunnen op veel plekken aarden. Gelukkig brengt de slak (tot nu toe) geen meetbare vreetschade aan planten toe. Hij mag blijven.

Je ziet ze weer overal opvallen: fluweelmijten of geluksspinnetjes. De knalrode kussentjes met pootjes kruipen over bladeren, boomstammen en tegels. Ze houden het voorste pootpaar naar voren en gebruiken die als voelsprieten. Met de overige drie paar lopen ze. Dat brengt het totaal op vier paar poten. Het zijn dus spinachtigen. Met maximaal 4 millimeter lengte zijn het kleine beestjes, zeker, maar wat mijten betreft zijn het reuzen – de meeste soorten zijn niet met het blote oog te zien. Er zitten veel jagers tussen de mijten en dat geldt ook voor fluweelmijten. Ze overmeesteren alles wat ze de baas kunnen, vaak iets dat nog net iets kleiner is dan zij.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Tom Heijnen, Saxifraga; Luc Hoogenstein, Saxifraga
