Voor dit verhaal spreken we met Eline Barendregt, die voor haar afstudeeronderzoek binnen het project Pad uit de Put onderzocht waar amfibieën in straatkolken terechtkomen. Zij deed dit met Roek Vermeulen, werkzaam bij RAVON en projectleider voor Almere bij Pad uit de Put, en met Marie Bekker, analist bij de Nationale Databank Flora & Fauna (NDFF). Hun kennis en ervaringen laten zien hoe data uit de NDFF worden gebruikt in onderzoek, hoe knelpunten in het veld worden opgespoord en hoe die kennis kan worden vertaald naar concrete maatregelen voor soortenbescherming.
Het kilometerhok 149-491 in Almere
In dit kilometerhok zijn meerdere amfibieënsoorten geregistreerd, waarbij de gewone pad het meest wordt waargenomen. Opvallend is dat veel meldingen afkomstig zijn uit het voorjaar van 2026, toen hier gericht onderzoek werd uitgevoerd door Pad uit de Put. Waar eerdere jaren vooral losse meldingen laten zien, verschijnen er in 2026 tientallen waarnemingen van dode, levende en paartjes padden die tijdens de voortplanting zijn waargenomen op vrijwel dezelfde locatie. De gegevens laten zien dat gewone padden hier ook in de jaren vóór 2026 werden geregistreerd. Het aantal geregistreerde waarnemingen ligt in 2026 duidelijk hoger dan in voorgaande jaren, wat samenvalt met de periode waarin er gericht onderzoek plaatsvond.
Volgens Marie Bekker bevatten waarnemingen vaak meer informatie dan alleen welke soort is gezien: "Afhankelijk van de invoer kun je ook iets te weten komen over aantallen, levensstadium of gedrag. In dit geval maakten de waarnemingen bijvoorbeeld onderscheid tussen levende dieren, verkeersslachtoffers en padden die tijdens de voortplanting werden gezien."
Van heatmap naar hotspot

Voor haar afstudeeronderzoek Toegepaste Biologie werkte Eline Barendregt mee aan het project Pad uit de Put. Haar eerste vraag was hoe je in een grote stad als Almere locaties kunt vinden waar amfibieën vast komen te zitten in straatkolken.
Daarvoor begon ze met data. In eerste instantie maakte ze via de Flora & Fauna Verkenner op basis van waarnemingen van amfibieën uit de NDFF een heatmap van Almere. Vervolgens legde ze deze informatie over een kaart met straatkolken van de gemeente. Almere neemt deel aan het project Pad uit de Put en stelde hiervoor onder meer gegevens over straatkolken beschikbaar. Zo ontstond een eerste selectie van locaties waar amfibieën mogelijk in de problemen komen. "Zonder die data had ik in een grote stad als Almere niet geweten waar ik moest beginnen", vertelt Eline.
De combinatie van data uit de NDFF en gemeentelijke gegevens – ook over de groene en blauwe structuren in de stad – hielp om het zoekgebied gericht af te bakenen. Waar aanvankelijk slechts enkele onderzoeklocaties in beeld waren, groeide dat uit tot tien tot twaalf kansrijke plekken verspreid door de stad. Daarna volgde het veldwerk. Samen met medestudenten en andere betrokkenen bezocht Eline de locaties om te kijken wat er in de praktijk gebeurde.
Een van de locaties die op basis van de beschikbare waarnemingen niet direct als hotspot naar voren kwam, bleek tijdens het onderzoek een belangrijk knelpunt voor amfibieën. Rond de Tolhuisstraat en het Diadeempad werden veel gewone padden geregistreerd, waaronder levende dieren, verkeersslachtoffers en paartjes die tijdens de voortplanting zijn waargenomen. Ook buurtbewoners gaven aan dat hier jaarlijks veel padden oversteken.
Van analyse naar veldonderzoek

Volgens Roek Vermeulen laat Almere goed zien waarom natuurdata en veldonderzoek elkaar nodig hebben. Het project begint met een analyse van historische waarnemingen uit de NDFF. Daarmee worden heatmaps gemaakt en mogelijke hotspots geselecteerd. Daarna volgt de controle in het veld.
"Je zit altijd met een waarnemingsbias", vertelt Roek. "Soms zijn er weinig waarnemingen omdat niemand daar kijkt. En soms zijn er juist veel waarnemingen omdat er toevallig een actieve waarnemer woont." Dat bleek ook in Almere. De locatie bij de wegversmalling aan de Tolhuisstraat kwam niet direct als grootste hotspot uit de data naar voren, maar bleek in de praktijk een belangrijke oversteekplaats voor padden.
Van data naar nieuwe inzichten
Bestaande waarnemingen uit de NDFF vormden het vertrekpunt voor dit onderzoek. De nieuwe waarnemingen uit het veldwerk worden weer toegevoegd aan de database. Zo versterken onderzoek en data elkaar.
Van data naar maatregelen
Het verhaal eindigt niet bij het in kaart brengen van een probleem. Het project heeft juist als doel om gemeenten te helpen met oplossingen, zo ook in Almere. Roek: "Voor de hotspot tussen de Hanzeweg en de Vergulde Draakstraat, waar ook de omgeving van de Tolhuisstraat onder valt, worden op basis van onderzoek in kilometerhok 149-491 en het aangrenzende kilometerhok 148-491 onder meer kolktrapjes, aangepaste stoepranden, aanpassingen aan beschoeiingen en het afschermen van een drainagebuis met fijnmazig gaas aanbevolen. Dat zijn relatief kleine ingrepen, maar voor padden kunnen ze een groot verschil maken. Straatkolken kunnen tijdens de voorjaarstrek namelijk een onverwachte val vormen waar dieren niet meer uit komen."
Het onderzoek is nog niet helemaal afgerond. "We zijn de laatste bevindingen nog aan het verwerken", geeft Roek aan. "Daarna bieden we het rapport met aanbevelingen aan de gemeente Almere aan. Daarmee geven we concreet inzicht in de maatregelen die op deze locaties het meeste effect kunnen hebben voor amfibieën."

Pad uit de Put
Ieder jaar verdwijnen er naar schatting een half tot één miljoen volwassen amfibieën in straatputten, aldus een onderzoek van RAVON uit 2012. Deze dieren verdrinken, verhongeren of worden via het rioolsysteem afgevoerd. Tegelijk staat de gewone pad onder druk, ook door andere oorzaken. Het aantal gewone padden in Nederland is sinds 2008 – het begin van de monitoring met Padden.nu – met ruim 40 procent afgenomen.
Om die achteruitgang tegen te gaan werken RAVON, IVN Natuureducatie en de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC) samen in het project Pad uit de Put. Het project brengt met behulp van natuurdata, lokale kennis en veldonderzoek in kaart waar amfibieën in de problemen komen en welke maatregelen gemeenten kunnen nemen. Daarbij gaat het om relatief eenvoudige ingrepen, zoals paddentrapjes in straatkolken, het aanpassen van stoepranden, het verbeteren van oevers en het herstellen van verbindingen tussen leefgebieden.
Voor het komende seizoen hebben de projectpartners dertien gemeenten in beeld om samen te werken aan een amfibievriendelijkere openbare ruimte. Eerder deden onder meer Almere, Den Haag, Apeldoorn, Wageningen, Nijmegen en Maastricht al ervaring op met maatregelen tegen amfibieënsterfte.
Zelf aan de slag met natuurdata?
Ben je benieuwd welke soorten in jouw omgeving zijn waargenomen? Met de Flora & Fauna Verkenner kun je zelf de natuurdata uit de NDFF verkennen, soorten zoeken en waarnemingen bekijken op kaartniveau.
Meer informatie
- Benieuwd naar meer verhalen achter de data? Lees ook de eerdere afleveringen van Nederland op 1×1 kilometer over het kilometerhok in de Coepelduynen en een kilometerhok in Bakel.
Tekst: Elske Hijlkema, NDFF, onderdeel van IPO/BIJ12
Beeld: Hans Dekker, Saxifraga; NDFF; Eline Barendregt; Roek Vermeulen
