Met de rubriek Nederland op 1×1 kilometer onderzoeken we hoe NDFF-data, landschap en lokale kennis elkaar aanvullen. In kilometerhok 178-390 bij Bakel spreken we een data-analist, een lokale waarnemer, de gemeente en een IVN-vrijwilliger. Samen laten zij zien hoeveel er schuilgaat achter een hok dat je zo voorbij zou lopen.

Een ogenschijnlijk stil hok
Op de kaart oogt dit hok rustig: akkers, zandwegen en een paar bosjes. Een typisch agrarisch gebied waar je op het eerste gezicht denkt dat er weinig wordt ingevoerd. Maar wie de waarnemingen opent, ziet een ander beeld. In de afgelopen jaren zijn er honderden soorten geregistreerd: van akkerplanten en pioniersvegetatie tot vogels, vlinders, wantsen, kevers, korstmossen en paddenstoelen. Tussen de ‘gewone’ soorten duiken bovendien Rode Lijstsoorten op, zoals de kleine parelmoervlinder en het oranje zandoogje.
Martijn van Sluijs, data-analist bij de NDFF: “In dit soort kilometerhokken worden vaak minder soorten gemeld dan er werkelijk voorkomen. Voor sommige soortgroepen is dat effect sterker dan voor andere.” Veel leven blijft onzichtbaar omdat er minder wordt gezocht. Wat we wél weten, komt vooral van mensen die onderweg iets zien en het doorgeven.
De 250 miljoenste waarneming: een klein viooltje met een groot verhaal
Op 1 maart werd in dit hok de 250 miljoenste waarneming in de NDFF ingevoerd: een akkerviooltje, gevonden door Anton Sijbers (82) uit Bakel. Anton wandelt al zijn hele leven door de natuur. “Ik ben een generalist”, zegt hij. “Vroeger vooral vogels, nu eigenlijk alles. Je ziet altijd wel iets.”

Langs een zandweg tussen twee weilanden – waar asperges en rabarber net opkwamen – viel hem een klein wit-geel bloemetje op. “Het bloeide opvallend vroeg.” Thuis bekeek hij de foto’s kritisch. “Ik voer alleen in wat ik bijna zeker weet.”
Pas later bleek dat zijn waarneming een nationale mijlpaal was. Eén plantje, één foto, één inwoner – en toch de 250 miljoenste waarneming in de NDFF. Het toont hoe een ogenschijnlijk bescheiden waarneming een groter verhaal zichtbaar maakt over wat er in zo’n kilometerhok gebeurt.
Natuurgegevens als kompas voor beheer – ook in landelijke hokken
Voor de gemeente Gemert-Bakel zijn natuurgegevens onmisbaar, ook in landelijke hokken zoals 178-390. “Dit soort gebieden lijkt misschien rustig, maar ze vertellen veel over de biodiversiteit buiten onze natuurgebieden”, zegt Martijn de Greef, vakspecialist groen, natuur en landschap. “In kilometerhokken waar geen gerichte monitoring plaatsvindt, zoals NEM-routes, vormen door vrijwilligers ingevoerde waarnemingen een belangrijk deel van de NDFF-databank. Samen verfijnen ze het ecologische beeld van zo’n gebied.”

Hoewel de gemeente in dit specifieke hok weinig eigen terrein beheert, zijn de ingevoerde soorten wél betekenisvol. “Akkerplanten, pionierssoorten en zelfs Rode Lijstvlinders geven ons inzicht in hoe het agrarisch gebied ervoor staat”, zegt Martijn. “Dat is belangrijk voor het grotere plaatje, want biodiversiteit stopt niet bij de grens van een natuurgebied.”
De gemeente gebruikt natuurgegevens – waaronder NDFF-gegevens – vooral om beheer te onderbouwen en af te stemmen. Een belangrijk voorbeeld is het ecologisch maaibeheer, waarbij IVN-vrijwilligers de nectarindex monitoren. De nectarindex is een eenvoudige methode om te meten hoeveel nectarrijke planten in een gebied voorkomen, zodat je kunt inschatten hoe aantrekkelijk het is voor insecten, zoals bijen, vlinders en zweefvliegen. “Op basis daarvan kunnen we heel gericht sturen”, vertelt Martijn. “Soms betekent dat later maaien, de maaifrequentie aanpassen of bepaalde delen laten staan.”
Een ander concreet voorbeeld komt uit de poelenmonitoring. Vrijwilligers monitoren amfibieën in onze poelen en geven ook aandachtspunten voor het beheer door. Soms moet een poel eerder of juist later dan gepland worden geschoond, soms moeten bepaalde hoeken met hout of ruigte juist blijven staan, omdat daar amfibieën of andere dieren schuilen. “Dat soort aanwijzingen neem ik direct mee in het beheer”, zegt Martijn. “Dat kun je niet uit een kaart halen, dat komt uit lokale kennis.”
Daarnaast werkt Gemert-Bakel aan een vierjaarlijks rapport Natuurmonitoring, waarbij onder andere NDFF-gegevens worden gebruikt. Het doel hiervan is een vollediger beeld te krijgen van wat er leeft, trends in soorten te ontdekken, beleid te maken of bij te sturen en het werk van vrijwilligers zichtbaar te maken.
IVN Gemert-Bakel: ogen en oren in het landschap
In een gebied waar niet overal evenveel wordt gezocht, spelen lokale vrijwilligers een grote rol. De vereniging is al decennialang aanwezig in het landschap. Vrijwilliger Lenie van Hal vertelt hoe breed de activiteiten zijn: jeugdgroepen, plantenwerkgroep, vissen- en amfibieënwerkgroep, vlindergroep, vogelwerkgroep, schoolgidsen en natuurgidsen.

“Het gaat ons om natuurbeleving”, zegt ze. “Als mensen zelf ontdekken wat er groeit en leeft, gaan ze anders kijken. Zelfs tussen de akkers vind je verrassend veel.” De plantenwerkgroep monitort onder andere de nectarindex voor de gemeente. “We doen dat met tien mensen, verspreid over de hele gemeente. Vrijwilligers vinden het leuk om ‘hun’ veldje elk jaar te volgen.”
Naar aanleiding van de 250 miljoenste waarneming gaat IVN nu ook dit specifieke kilometerhok inventariseren. “Een paar mensen hebben al gezegd dat ze willen helpen. We zijn er eigenlijk al aan begonnen”, vertelt Lenie. Ze wil in dit hok ook insecten gaan monitoren. Het laat zien hoe één kleine waarneming een beweging op gang kan brengen en hoe onmisbaar vrijwilligers zijn om zulke gebieden zichtbaar te maken.
Volgende maand zoomen we in op een nieuw hok, in een nieuw landschap, met nieuwe verhalen.
Zelf aan de slag?
Ga naar de Flora & Fauna Verkenner en ontdek wat er leeft in de kilometerhokken in jouw buurt. Hier vind je ook de uitgebreide informatiepagina met onder andere vragen & antwoorden.
Tekst: NDFF
Beeld: Peter Meininger, Saxifraga (leadfoto: akkerviooltje (Viola arvensis); NDFF; Elske Hijlkema; Anton Sijbers; Martijn de Greef; Lenie van Hal
