‘Starterswoningen’ ontwerpen voor de paardenmossel
ARK Rewilding NederlandJuste Motuzaite, ontwerper bij ARK Rewilding Nederland, ging aan het werk om samen met het team van de coalitie van natuurorganisaties een 'starterswoning' voor de paardenmosssel te ontwerpen. Dat begon uiteraard met de vraag: wat heeft de mossel nodig om een rif te kunnen bouwen, ver van de kust en op grote schaal? Samen met experts van paardenmosselen en oesterriffen maakte ze een eerste lijst van ontwerpcriteria. Bovenaan de lijst kwam de eis dat paardenmosselen dicht opeen willen zitten en zich in de zeebodem kunnen ingraven. De frames moeten dus stabiel op de bodem blijven liggen, bestand tegen zeestromingen en stormen. Op de lijst kwamen ook eisen aan het materiaal: het moet robuust zijn en weer op te vissen uit zee, en wat achterblijft in zee moet bio-afbreekbaar zijn.

Eerste modellen op klein formaat
Juste sloeg op papier en digitaal aan het schetsen en 3D-printte een serie modellen op klein formaat. Het ging om frames en zakken in verschillende vormen voor duizenden paardenmosselen tegelijkertijd. Met feedback van experts verfijnde ze de modellen. Vervolgens reisde het team af naar Noorwegen, de bron van de uit te zetten paardenmosselen. Het team wilde meer weten over het gedrag van de mossel, het uitzetten van de frames en het duurzaam oogsten en vervoer van de dieren. Juste: “Zorgen voor stabiliteit bleek cruciaal. Alleen dan hechten de mossellarfjes zich aan oudere schelpen en kan het rif groeien.” Ze ontdekten dat de paardenmossel, anders dan de stilzittende oester, op pad wil. "Dat vroeg om meer ruimte in de frames, en compartimenten om te voorkomen dat de mosselen te veel op een kluitje terechtkomen en geen water meer kunnen filteren.”

Hoe zetten we de mosselen veilig uit in zee?
In Noorwegen experimenteerden ze met de transportomstandigheden om de mosselen gezond van Noorwegen naar de Doggersbank te halen. De dieren bleken veertien dagen in ruststand te gaan, genoeg tijd om de reis te overleven. Juste: “We zochten steeds naar het optimum tussen bescherming van de mosselen en de opschaalbaarheid en afbreekbaarheid van het materiaal. Het team kwam uiteindelijk uit bij drie manieren om uit te testen op de zeebodem zelf: mosseltrossen in biologisch afbreekbare netten en twee typen stalen frames – rechthoekig en driehoekig – als uitvalsbasis voor vijftienduizend mosselen. Om te weten hoe de frames en netten veilig te water konden worden gelaten, volgde een proef in Scheveningen. De machinist van een kraan op de wal bootste de bewegingen na van het schip bij de tewaterlating. De test liet zien dat er nog aanpassingen nodig waren, anders zouden de schelpdieren te veel gaan schuiven of beschadigen bij het uitzetten. Er kwamen tussenschotten in de frames en extra ballast in de netten.



Naar de zeebodem voor de ultieme test
Na een jaar van intensief experimenteren was het eind september 2026 tijd voor de ultieme test. Juste en consortium-collega’s van ARK Rewilding, Stichting Doggerland, Atlantic Technological University en Blue Marine Foundation voeren met de kostbare lading van 20 frames en 35 katoenen netten met totaal 15.000 paardenmosselen naar volle zee. OAK consultants en Waardenburg Ecology waren bij de expeditie betrokken, zowel in de voorbereiding als de uitvoering. Op 4 locaties werden de paardenmosselen op de zeebodem uitgezet. De mosselen zullen tijd nodig hebben om te aarden op hun nieuwe plek. Juste: “We gaan ze nauwgezet volgen met onderwaterdrones en 'side scan sonars'. Over een half jaar hopen we de eerste resultaten te kunnen zien!” Het wordt een spannend moment voor het team en vooral voor de toekomst van nieuw zeeleven op de Doggersbank.
Het rifherstel op de Doggersbank is onderdeel van het Rewilding Dogger Bank Seascape Programme, geleid door Stichting Doggerland in samenwerking met ARK Rewilding Nederland, Ambassade van de Noordzee, Blue Marine Foundation, BUND, WWF Denemarken en Atlantic Technological University.

Tekst: ARK Rewilding Nederland
Beeld: Jose M. Fariñas-Franco (leadfoto: paardenmosselrif in Schotland); Stichting Doggerland; ARK Rewilding; Jeroen Helmer
