Werk van bevers cruciaal in strijd tegen natuurbranden

ARK Rewilding Nederland
21-AUG-2026 - De megabranden in deze hete, droge zomer laten zien dat het de hoogste tijd is om landschappen zo in te richten dat ze zichzelf weer reguleren. Dus ook de waterhuishouding. Bevers kunnen daar een belangrijke bondgenoot in zijn. Zeker als we hun waterwerken respecteren.

Een drooggelegd landschap met een verdichte bodem vergroot het risico op bosbranden. Gezonde bodems nemen regen op, vullen het grondwater aan, voeden beken tijdens droge maanden en houden planten in leven als er een tijd nauwelijks of geen regen valt. Aangetaste bodems doen het tegenovergestelde. Regen stroomt weg in plaats van in de grond te trekken, het grondwaterpeil daalt, de bodem droogt uit en vegetatie kwijnt of sterft af. Wat ooit levende biomassa was, wordt brandstof.

De megabranden in deze hete, droge zomer in onder andere de Ardennen, Frankrijk, Spanje, Kroatië en Schotland, die qua intensiteit, snelheid en impact ongekend zijn, laten zien dat het de hoogste tijd is om landschappen zo in te richten dat ze zichzelf weer reguleren. Dus ook hun waterhuishouding. Bevers kunnen daar een belangrijke bondgenoot in zijn. Zeker als we hun waterwerken respecteren. 

Bevers bouwen al miljoenen jaren dammen van hout, plantenresten, steen en modder die waterlopen overspannen en zo de brede poelen en moeraslanden creëren waarin bevers gedijen. Vanuit die poelen graven bevers watergangen die het omliggende landschap vernatten. Deze vernatting vindt niet alleen oppervlakkig plaats, maar juist ook tot in de diepe ondergrond. De combinatie van het bouwen van dammen, het vasthouden van water in poelen en grondwater en het verspreiden van dat water in het landschap (kanalen) geeft bevers het unieke vermogen om weersextremen, zoals overstromingen en droogte, te beïnvloeden. Als het om water gaat, vertragen, verspreiden en bergen bevers het. En deze brede, natte sloten, poelen en zompige stukken grasland vormen natuurlijke barrières tegen vlammen.   

Door bevers aangelegde oevercorridors bleven tijdens bosbranden in het westen van de Verenigde Staten groen

Een kijkje in de keuken van Ardense bevers  

Deze zomer nam Leo Linnartz (ARK), samen met Patrick Jansen (Universiteit Utrecht), Britt van Zelst (Wageningen University & Research en NIOO-KNAW), Jan den Ouden (Wageningen University & Research) en Raoul Beunen (Open Universiteit), in de Belgische Ardennen een kijkje in het landschap van deze belangrijke ecosysteemingenieurs. Hier leven bevers in een afwisselend plateau- en heuvellandschap. Hoewel de hoogteverschillen groter zijn dan in Nederland, zijn er ook veel parallellen.

Plateauveen en hellingveen 

Boven op de plateaus glooit het landschap licht. Regenwater verzamelt zich in ondiepe valleien, waar van origine hoogvenen lagen, zoals de Fagne Poulon nabij Baraque Fraiture. Deze zijn in het verleden ontwaterd en het herstel daarvan gaat moeizaam. Echter, daar waar bevers voorkomen, blijken deze meesters te zijn in veenherstel, of preciezer gezegd: in herstel van een stagnerende waterhuishouding in deze voormalige hangvenen.  

Dit hellingveen, de Fagne Poulon, hoog in de Ardennen, vormt de bron van de Aisne en is onderdeel van het complex van hoogvenen en hellingvenen waar ook de Hautes Fagnes bij horen. De fijnsparbossen op de achtergrond staan op rabatten in veraard veen. De Aisne zelf is tot diep in het veen verlengd met gegraven sloten, waardoor het veen nog steeds verdroogt

Om verdroging van het veen tegen te gaan zijn regenwatermeertjes gemaakt, die in deze droge zomer droogvallen

Er zijn greppels gegraven om de meertjes extra regenwater te geven, wat tijdens droogte vermoedelijk averechts werkt

Bevers pakken dit anders aan en bouwen een keten van dammen en bevermeertjes in de ontwateringssloten en de Aisne zelf

 Britt van Zelst loopt op zo’n beverdam, die hier het water meer dan anderhalve meter opstuwt

Al dat vastgehouden water zorgt voor moerasjes en kletsnat veen aan de oevers

De beverdammen raken weelderig begroeid met kruiden, russen en (geoorde) wilgen, wat de dam extra stevig maakt

Bevers hebben ook de ruim één meter diepe ontwateringssloot langs de weg afgedamd. Ze gebruiken het water dat anders weg zou stromen, om een naastgelegen bevermeer te vullen

Door bevers vernat voormalig hoogveen

Hellingbeek 

Nabij La Roche-en-Ardenne stromen diverse heuvellandbeken van het plateau naar beneden om in de dalvlakte in de Ourthe te stromen. De hoogteverschillen zijn aanzienlijk, maar op tal van plekken zitten bevers, die de inslijtende beekjes afdammen en de smalle beekdalen omvormen tot een terrassenlandschap vol bloemrijke weitjes, moerasjes en meertjes, zoals hier in Val du Pierreux.  

Een bevermeer met dam en burcht. Aan de dode fijnsparren in het water is te zien dat het beekje hier voorheen door een donker fijnsparrenbos stroomde

Bevers hebben het smalle beekdal omgevormd tot een bredere dalvlakte, waar veel sediment wordt ingevangen en waar beverdammen, -meertjes en -moerassen de dalvlakte als rijstterrassen vullen. De bevermoerassen staan vol met bloeiende moeraskruiden, zoals koninginnekruid, moerasspirea en grote wederik

Door bevers keert zonlicht weer terug op de bodem van het beekdal

Tal van kleine stroompjes gaan door, over en langs de beverdam naar het volgende bevermeer en -moeras

Lichte en donkere stukken wisselen elkaar af

Herstel van natuurlijke waterhuishouding belangrijker dan ooit 

De zomer van 2026 is droog en heet. Mei, juni en juli braken in West-Europa records voor hitte en droogte. Zo’n extreme droogte kwam tot enkele decennia geleden hier één keer in de 25 jaar voor. Tegenwoordig is dat, door klimaatontwrichting, één keer in de vijf jaar en in de toekomst wellicht nóg frequenter. 

De opwarming schept de warme, droge en licht ontvlambare condities die in hoge mate gunstig zijn voor natuurbranden. Half juli vestigden de branden een onheilspellend record: nooit werd zoveel Europees grondgebied aangetast door vuur als dit jaar. Zowel natuur als landbouw hebben in dit nieuwe klimaat belang bij het zo lang mogelijk vasthouden en vertragen van regenwater: ons watersysteem waarin regenwater zo snel mogelijk naar zee wordt afgevoerd, moet op de schop. Ons landschap moet én kan natter. 

Europa’s grootste knaagdier levert hier een cruciale bijdrage aan. Knagend, etend en bouwend maken ze natte leefgebieden, en keren soorten en voedselketens die decennia geleden verdwenen, weer terug. 

Wat hebben bevers in Nederland nodig om het bosbrandgevaar te verkleinen?  

Britt van Zelst promoveert op de sociaal-ecologische effecten van bevers in door de mens gevormde landschappen. "In de Ardennen zijn bevers al jaren druk met het bouwen van dammen. Over de jaren heen ontstond zo een reeks bevermeertjes in verschillende successiestadia, die samen een dynamisch moerassysteem vormen met een landschapsbrede impact. In Nederland is dat op veel plekken niet mogelijk: door het hanteren van zomer- en winterpeilen spoelen dammen weg of worden ze verwijderd. Op die manier blijft het effect van bevers en hun dammen beperkt tot een kortdurende dam, in plaats van een blijvend, landschapsgroot bevercomplex. 

Waterschappen hanteren zomer- en winterpeilen omdat zij moeten balanceren tussen verschillende, vaak tegenstrijdige maatschappelijke belangen. De landbouw vraagt bijvoorbeeld in het voorjaar om een lage grondwaterstand zodat zware machines het land op kunnen, terwijl de scheepvaart juist een voldoende hoge waterstand nodig heeft om bevaarbaarheid te garanderen. Een hoge waterstand is ook belangrijk voor de stabiliteit van dijken: dijken van klei mogen niet langdurig uitdrogen, omdat krimp en scheurvorming de veiligheid aantasten. Tegelijkertijd moet het waterpeil in de zomer voor landbouwgewassen niet te laag zijn, vanwege droogteschade, maar ook niet te hoog, omdat gewassen dan kunnen verdrinken. 

Dit is slechts een fractie van de vele eisen die aan het watersysteem worden gesteld. De waterschappen moeten al deze belangen én de wettelijke veiligheidsnormen voor waterbeheer in samenhang bedienen. Dit leidt tot kunstmatige peilfluctuaties die ecologische structuren als beverdammen vaak niet kunnen verdragen." Linnartz: "Weg slib, weg al het leven dat in dat slib zit."

Van Zelst: "Voor het verkleinen van het bosbrandgevaar zou het goed zijn om de waterwerken van bevers te behouden. In de Ardennen zien we het effect van beveractiviteiten op grote schaal: in Amerika is het effect zelfs vanuit de ruimte te zien. Studies daar tonen aan dat bevercomplexen uitzonderlijk vuurbestendig zijn, zelfs tijdens megabosbranden. Bevermeren fungeren niet alleen als natuurlijke brandremmers, maar bieden ook cruciale plekken waar in het wild levende dieren de hitte en vlammen kunnen overleven." 

Door water langer vast te houden, grondwaterstanden te verhogen en ruimte te maken voor natte natuur waarin natuurlijke processen worden hersteld, wordt Nederland weerbaarder tegen droogte, blijven beekprikken en waterinsecten behouden en kunnen (zeldzame) soorten als de zwarte ooievaar en kraanvogel terugkeren. We moeten landschappen creëren die beter tegen brand bestand zijn. De urgentie is groter dan ooit.

Een soms gehoorde misvatting is dat beverdammen vissen zouden verhinderen zich door een beek te verplaatsen. Dat klopt niet. Beverdammen stuwen wel water op, maar zijn niet zó dicht dat vissen er niet meer langs kunnen. Sterker nog, voor vissoorten als de beekprik ontstaan in de luwte achter een beverdam vaak juist de omstandigheden waar vissen paaien en hun eitjes afzetten. In de evolutie van beekbewonende vissen hebben bevers miljoenen jaren een rol gespeeld: beekvissen en bevers zijn met elkaar geëvolueerd. Stuwen met staal en beton zijn natuurlijk een ander verhaal. Daar zijn speciale vismigratie-inrichtingen nodig, anders zijn deze barrières wél onneembaar.

Tekst: Leo Linnartz, Anne-Marie Pronk en Lars Soerink, ARK Rewilding Nederland
Beeld: Fashi Marín; Emily Fairfax; Andrew Whittle; Leo Linnartz