Werk van bevers cruciaal in strijd tegen natuurbranden
ARK Rewilding NederlandEen drooggelegd landschap met een verdichte bodem vergroot het risico op bosbranden. Gezonde bodems nemen regen op, vullen het grondwater aan, voeden beken tijdens droge maanden en houden planten in leven als er een tijd nauwelijks of geen regen valt. Aangetaste bodems doen het tegenovergestelde. Regen stroomt weg in plaats van in de grond te trekken, het grondwaterpeil daalt, de bodem droogt uit en vegetatie kwijnt of sterft af. Wat ooit levende biomassa was, wordt brandstof.
De megabranden in deze hete, droge zomer in onder andere de Ardennen, Frankrijk, Spanje, Kroatië en Schotland, die qua intensiteit, snelheid en impact ongekend zijn, laten zien dat het de hoogste tijd is om landschappen zo in te richten dat ze zichzelf weer reguleren. Dus ook hun waterhuishouding. Bevers kunnen daar een belangrijke bondgenoot in zijn. Zeker als we hun waterwerken respecteren.
Bevers bouwen al miljoenen jaren dammen van hout, plantenresten, steen en modder die waterlopen overspannen en zo de brede poelen en moeraslanden creëren waarin bevers gedijen. Vanuit die poelen graven bevers watergangen die het omliggende landschap vernatten. Deze vernatting vindt niet alleen oppervlakkig plaats, maar juist ook tot in de diepe ondergrond. De combinatie van het bouwen van dammen, het vasthouden van water in poelen en grondwater en het verspreiden van dat water in het landschap (kanalen) geeft bevers het unieke vermogen om weersextremen, zoals overstromingen en droogte, te beïnvloeden. Als het om water gaat, vertragen, verspreiden en bergen bevers het. En deze brede, natte sloten, poelen en zompige stukken grasland vormen natuurlijke barrières tegen vlammen.

Een kijkje in de keuken van Ardense bevers
Deze zomer nam Leo Linnartz (ARK), samen met Patrick Jansen (Universiteit Utrecht), Britt van Zelst (Wageningen University & Research en NIOO-KNAW), Jan den Ouden (Wageningen University & Research) en Raoul Beunen (Open Universiteit), in de Belgische Ardennen een kijkje in het landschap van deze belangrijke ecosysteemingenieurs. Hier leven bevers in een afwisselend plateau- en heuvellandschap. Hoewel de hoogteverschillen groter zijn dan in Nederland, zijn er ook veel parallellen.
Plateauveen en hellingveen
Boven op de plateaus glooit het landschap licht. Regenwater verzamelt zich in ondiepe valleien, waar van origine hoogvenen lagen, zoals de Fagne Poulon nabij Baraque Fraiture. Deze zijn in het verleden ontwaterd en het herstel daarvan gaat moeizaam. Echter, daar waar bevers voorkomen, blijken deze meesters te zijn in veenherstel, of preciezer gezegd: in herstel van een stagnerende waterhuishouding in deze voormalige hangvenen.









Hellingbeek
Nabij La Roche-en-Ardenne stromen diverse heuvellandbeken van het plateau naar beneden om in de dalvlakte in de Ourthe te stromen. De hoogteverschillen zijn aanzienlijk, maar op tal van plekken zitten bevers, die de inslijtende beekjes afdammen en de smalle beekdalen omvormen tot een terrassenlandschap vol bloemrijke weitjes, moerasjes en meertjes, zoals hier in Val du Pierreux.





Herstel van natuurlijke waterhuishouding belangrijker dan ooit
De zomer van 2026 is droog en heet. Mei, juni en juli braken in West-Europa records voor hitte en droogte. Zo’n extreme droogte kwam tot enkele decennia geleden hier één keer in de 25 jaar voor. Tegenwoordig is dat, door klimaatontwrichting, één keer in de vijf jaar en in de toekomst wellicht nóg frequenter.
De opwarming schept de warme, droge en licht ontvlambare condities die in hoge mate gunstig zijn voor natuurbranden. Half juli vestigden de branden een onheilspellend record: nooit werd zoveel Europees grondgebied aangetast door vuur als dit jaar. Zowel natuur als landbouw hebben in dit nieuwe klimaat belang bij het zo lang mogelijk vasthouden en vertragen van regenwater: ons watersysteem waarin regenwater zo snel mogelijk naar zee wordt afgevoerd, moet op de schop. Ons landschap moet én kan natter.
Europa’s grootste knaagdier levert hier een cruciale bijdrage aan. Knagend, etend en bouwend maken ze natte leefgebieden, en keren soorten en voedselketens die decennia geleden verdwenen, weer terug.
Wat hebben bevers in Nederland nodig om het bosbrandgevaar te verkleinen?
Britt van Zelst promoveert op de sociaal-ecologische effecten van bevers in door de mens gevormde landschappen. "In de Ardennen zijn bevers al jaren druk met het bouwen van dammen. Over de jaren heen ontstond zo een reeks bevermeertjes in verschillende successiestadia, die samen een dynamisch moerassysteem vormen met een landschapsbrede impact. In Nederland is dat op veel plekken niet mogelijk: door het hanteren van zomer- en winterpeilen spoelen dammen weg of worden ze verwijderd. Op die manier blijft het effect van bevers en hun dammen beperkt tot een kortdurende dam, in plaats van een blijvend, landschapsgroot bevercomplex.
Waterschappen hanteren zomer- en winterpeilen omdat zij moeten balanceren tussen verschillende, vaak tegenstrijdige maatschappelijke belangen. De landbouw vraagt bijvoorbeeld in het voorjaar om een lage grondwaterstand zodat zware machines het land op kunnen, terwijl de scheepvaart juist een voldoende hoge waterstand nodig heeft om bevaarbaarheid te garanderen. Een hoge waterstand is ook belangrijk voor de stabiliteit van dijken: dijken van klei mogen niet langdurig uitdrogen, omdat krimp en scheurvorming de veiligheid aantasten. Tegelijkertijd moet het waterpeil in de zomer voor landbouwgewassen niet te laag zijn, vanwege droogteschade, maar ook niet te hoog, omdat gewassen dan kunnen verdrinken.
Dit is slechts een fractie van de vele eisen die aan het watersysteem worden gesteld. De waterschappen moeten al deze belangen én de wettelijke veiligheidsnormen voor waterbeheer in samenhang bedienen. Dit leidt tot kunstmatige peilfluctuaties die ecologische structuren als beverdammen vaak niet kunnen verdragen." Linnartz: "Weg slib, weg al het leven dat in dat slib zit."
Van Zelst: "Voor het verkleinen van het bosbrandgevaar zou het goed zijn om de waterwerken van bevers te behouden. In de Ardennen zien we het effect van beveractiviteiten op grote schaal: in Amerika is het effect zelfs vanuit de ruimte te zien. Studies daar tonen aan dat bevercomplexen uitzonderlijk vuurbestendig zijn, zelfs tijdens megabosbranden. Bevermeren fungeren niet alleen als natuurlijke brandremmers, maar bieden ook cruciale plekken waar in het wild levende dieren de hitte en vlammen kunnen overleven."
Door water langer vast te houden, grondwaterstanden te verhogen en ruimte te maken voor natte natuur waarin natuurlijke processen worden hersteld, wordt Nederland weerbaarder tegen droogte, blijven beekprikken en waterinsecten behouden en kunnen (zeldzame) soorten als de zwarte ooievaar en kraanvogel terugkeren. We moeten landschappen creëren die beter tegen brand bestand zijn. De urgentie is groter dan ooit.
Tekst: Leo Linnartz, Anne-Marie Pronk en Lars Soerink, ARK Rewilding Nederland
Beeld: Fashi Marín; Emily Fairfax; Andrew Whittle; Leo Linnartz
