Natuurjournaal 23 augustus 2026
Nature TodayZomerfijnstraal bloeit nu volop. Het is een soort die je kan vinden op zonnige plekken langs ruige, voedselrijke terreinen, wegbermen, de uiterwaarden, akkerranden en ook in de stad. De plant komt van oorsprong uit Noord-Amerika en van daaruit is deze als sierplant in Europa ingevoerd. Al in de negentiende eeuw begon zomerfijnstraal te verwilderen. Ondertussen komt het in grote delen van Europa voor en is het ook in Nederland allang niet meer zeldzaam. De planten kunnen behoorlijk groot worden, soms wel tot een meter. Zomerfijnstraal is een composiet. De bloeiwijze, een tuil met hoofdjes, heeft smalle, dicht op elkaar staande witte lintbloemen en gele buisbloemen. Het is zeker het bekijken waard.

Je moet er vooral voor in natuurgebieden zijn, waar deze plant speciaal wordt ingezaaid op de armere gronden voor het verhogen van de biodiversiteit: boekweit. Het is herkenbaar aan de min of meer driehoekige bladeren en ook de zaden zijn driehoekig. De naam is een samentrekking van boek (oude vorm van het woord beuk) en weit (oude naam voor tarwe). De vorm van het boekweitzaad komt sterk overeen met dat van beukennootjes, al zijn ze veel kleiner. Boekweit is beslist geen graan, het is een pseudograan en behoort tot de duizendknoopfamilie. Je kan er glutenvrij boekweitmeel van maken. Brood ervan bakken wil niet, maar je schijnt er wel noedels van te kunnen maken, en boekweitbier. De grutten – gepelde zaden – worden gebruikt om er pap van te maken. Tegenwoordig worden de zaden wel in kussens, zoals meditatiekussens, gebruikt. De bloemen staan in langstelige pluimen bij elkaar, wit tot roze van kleur.
Teskt en beeld: Mike Hirschler, IVN Deventer
