Natuurinclusieve landbouw: van nice-to-have naar must-have
BoerenNatuurWaar natuur lange tijd vooral werd gezien als iets extra’s, een mooie aanvulling op het boerenbedrijf, ontstaat nu een fundamenteel andere kijk. Natuur is geen nice-to-have meer, maar een must-have. BoerenNatuur wil dat iedere boer in Nederland een boterham kan verdienen met natuurinclusieve landbouw. Het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is daarin een belangrijk instrument, maar niet het enige. Ook Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s), biodiversiteitsmonitoren en regionale samenwerkingen spelen een steeds grotere rol. Maar wat ze gemeen hebben is dat agrarische collectieven samen met boeren werken aan gebiedsspecifieke beheermaatregelen, die bijdragen aan natuur, landschap en biodiversiteit.
Die verbreding komt niet uit de lucht vallen. Toen BoerenNatuur ruim tien jaar geleden vooral bezig was met de inrichting van het collectieve stelsel rond het ANLb, lag de nadruk op het organiseren van netwerken, dienstverlening en uitvoering van beheermaatregelen. Het opbouwen van een goed functionerend systeem had prioriteit. Tegelijkertijd was vanaf het begin eigenlijk al duidelijk dat het ANLb alleen niet voldoende zou zijn om biodiversiteitsherstel en herstel van doelsoorten te realiseren.
In 2022 is de missie van BoerenNatuur herzien. De organisatie ging nadrukkelijker kijken naar de balans tussen ecologie en economie. Want natuurinclusieve landbouw kan alleen succesvol zijn als boeren er ook economisch perspectief aan overhouden. Hoeveel mag natuurbeheer een boer kosten? Wat moet het opleveren? En hoe organiseer je een systeem waarin natuur onderdeel wordt van de dagelijkse bedrijfsvoering?

Natuur steeds meer onderdeel van landbouwsysteem
Het zijn allemaal vragen die raken aan een bredere ontwikkeling binnen de landbouw. Waar BoerenNatuur en de collectieven aanvankelijk vaak werden gezien als uitvoerders van het ANLb-stelsel, vervullen zij tegenwoordig een veel bredere rol. Ze ondersteunen boeren bij het integreren van natuur in hun bedrijfsvoering en helpen tegelijkertijd publieke én private partijen om biodiversiteitsdoelen concreet te maken.
Dagelijks bestuurder BoerenNatuur Henk Smith ziet een duidelijke verandering de afgelopen jaren. “Bij de start van het collectieve stelsel ging het in het begin vooral om de boer die maatregelen wilde uitvoeren, omdat daar een vergoeding tegenover stond”, vertelt hij. “We keken toen nog minder naar het ecologische stuk van natuurbeheer. Je zag ook weinig afstemming tussen ANLb-maatregelen en de omgeving. De collectieven hebben het voor elkaar gekregen om steeds integraler en gebiedsgerichter te werken.”
Volgens Smith is ook de manier waarop veel boeren naar natuur in de bedrijfsvoering kijken veranderd. “Boeren werken steeds vaker vanuit een ander perspectief. Ze stemmen gewassen beter af op de omgeving en denken meer na over agrobiodiversiteit. Door kruidenrijke stroken te laten staan, bieden ze bijvoorbeeld een thuis voor natuurlijke vijanden van plaaginsecten. Je ziet dat natuur steeds meer geïncorporeerd wordt in het landbouwsysteem.” Dat betekent niet dat de landbouw ineens volledig verandert, maar wel dat boeren steeds vaker natuur meenemen in hun keuzes. Van de eco-regeling tot duurzaam bodembeheer en landschapselementen – natuur wordt onderdeel van toekomstbestendige bedrijfsvoering.
Smith ziet daarin twee verschillende modellen van landbouw. “Je hebt het controlemodel, waarin je voortdurend probeert bij te sturen en alles beheersbaar te houden, en je hebt het adaptieve model, waarbij het systeem zichzelf corrigeert. Mijn idee is dat de agrarische sector steeds meer richting dat tweede model beweegt. We bewegen meer mee met de natuur en de elementen.” Dat zie je volgens hem terug in de praktijk. “Boeren hebben vaker bomen, struiken en een variatie aan planten op hun bedrijf aanwezig. Ze kijken meer naar het totale systeem. Het mooist is wanneer je kijkt naar de ruimtelijke mogelijkheden die een gebied biedt. In een kleinschalig coulisselandschap heb je bijvoorbeeld weinig aan weidevogelbeheer, terwijl je een open landschap juist niet vol moet zetten met bomen. We zorgen steeds vaker voor de goede dingen op de goede plek.”

Gebiedsgerichte aanpak
Die gebiedsgerichte aanpak vormt de kern van de collectieve werkwijze. Met 39 agrarische collectieven beschikt BoerenNatuur over een landelijk netwerk waarin lokale kennis centraal staat. Collectieven kennen de bodem, het landschap, de ecologische kansen en de boeren in hun gebied. Daardoor kunnen beheermaatregelen beter worden afgestemd op wat lokaal nodig en haalbaar is. De uitvoering van dat beheer wordt vastgelegd in het SCAN-ICT-systeem van BoerenNatuur en de collectieven. Landelijk werkt BoerenNatuur momenteel met twee typen beheerpakketten: ANLb-pakketten en BBM-pakketten. Beide vormen bouwstenen voor verschillende KPI-systemen waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke bijdrage boeren leveren aan biodiversiteit en landschap. Zowel publieke als private partijen gebruiken deze systemen om biodiversiteitsdoelen meetbaar te maken in verschillende programma’s, zoals de Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij, de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw, On the Way to PlanetProof Zuivel en het project Agrarisch Natuurlijk.
Het toepassen van verschillende instrumenten is belangrijk volgens BoerenNatuur. Het ANLb is namelijk gebonden aan specifieke leefgebieden en budgetten. Daardoor zijn er nog altijd delen van Nederland waar boeren beperkte ANLb-mogelijkheden hebben, terwijl zij wel degelijk natuurbeheer zouden willen uitvoeren. Zeker hier bieden KPI’s en BBM-pakketten nieuwe mogelijkheden. Ze maken zichtbaar welke prestaties boeren leveren op het gebied van natuurbeheer en kunnen helpen om daar ook een financiële waardering tegenover te zetten.
BoerenNatuur werkt daarom actief mee aan de verdere ontwikkeling van KPI-systematiek en de onderliggende beheerpakketten. Dat gebeurt onder meer via het landelijke KPI-K-traject en de ondersteuning van de BBM-pakkettencommissie. Het uiteindelijke doel is om met die KPI-systematiek een landelijke werkwijze op te zetten, die breder toepasbaar wordt voor boeren die aan biodiversiteit willen werken. Daarbij blijft het uitgangspunt hetzelfde als bij het ANLb: goed geborgd beheer dat leefgebieden creëert voor doelsoorten en bijdraagt aan biodiversiteit, natuur en landschap.
Programma Meer boerennatuur
Volgens Smith groeit ondertussen ook de interesse vanuit het bedrijfsleven om hieraan financieel bij te dragen. Om die ontwikkeling verder vorm te geven is BoerenNatuur in 2026 gestart met het verenigingsprogramma Meer boerennatuur. Aanleiding daarvoor was een verkenning in 2025 naar manieren om kennis, diensten en instrumenten beter te bundelen tot een landelijk aanbod voor boeren en collectieven. “Met het verenigingsprogramma Meer boerennatuur kijken we nu nadrukkelijk naar de financiële stromen”, zegt hij. “We merken dat de behoefte bij bedrijven en private partijen groter wordt om financieel bij te dragen aan duurzame landbouw en biodiversiteit, ook buiten het ANLb-stelsel om.” Die ontwikkeling past bij een bredere maatschappelijke trend waarin bedrijven steeds vaker verantwoordelijkheid nemen voor hun impact op natuur en klimaat. Sommige bedrijven willen bijdragen aan biodiversiteit om hun ecologische voetafdruk te verkleinen, andere zoeken naar manieren om natuurherstel een zichtbaar onderdeel te maken van hun duurzaamheidsbeleid.
“Wij onderzoeken nu welke eenheden en maatregelen privaat gefinancierd kunnen worden”, aldus Smith. “Je ziet dat bepaalde bedrijven behoefte hebben om iets te doen voor vogels of landschapselementen. We zien een systeem voor ons waarbij naast ANLb ook andere maatregelen privaat kunnen worden gefinancierd.” Dat vraagt wel om nieuwe manieren van samenwerken. Want waar publieke financiering vaak gekoppeld is aan vaste regelingen en leefgebieden, vraagt private financiering om flexibiliteit en maatwerk. Collectieven kunnen daarin volgens BoerenNatuur een sleutelrol spelen, juist omdat zij de verbinding vormen tussen boeren, gebied en natuurdoelen.

Binnen het programma staat de zoektocht naar een gezonde balans tussen ecologie en economie centraal. BoerenNatuur zet in op kwaliteit en impact op gebiedsniveau, terwijl tegelijkertijd wordt gekeken naar nieuwe ontwikkelingen als biodiversiteitscredits, data-uitwisseling en langjarige financieringsmodellen. Volgens Smith is die zoektocht nog volop gaande, maar is de richting helder. “ANLb blijft natuurlijk de grote pijler”, zegt hij. “Maar er is meer nodig. Het ANLb heeft beperkingen, dus moeten we verder kijken als we willen dat elke boer een boterham kan verdienen met groen boeren.”
Dat steeds meer boeren die kant op bewegen, blijkt volgens hem uit de cijfers. Inmiddels doet bijna een kwart van de Nederlandse boeren mee aan agrarisch natuurbeheer. “We gaan allemaal de kant op van natuurinclusieve landbouw”, zegt Smith. “Soms door overheidsmaatregelen, soms doordat boeren zelf zien dat het nodig is.” Maar het succes van natuurinclusieve landbouw zit niet in regels of subsidies. “Het gaat ook om vertrouwen en samenwerking.”
Meer informatie
- Het jubileumboek Samen dansen in de regen (pdf: 9,7 MB) is afgelopen maand verschenen naar aanleiding van het 10-jarig bestaan van BoerenNatuur.
Tekst: Pieter Verbeek, BoerenNatuur
Beeld: Joerg Mager, Saxifraga; BoerenNatuur
