Nieuwe stekelhuidigen in de Nederlandse Noordzee: drie zeesterren en een zee-egel
Stichting ANEMOONDe bodem van ons deel van de Noordzee bestaat tegenwoordig vooral uit zand. Eeuwen geleden was er veel meer hard substraat van natuurlijke oorsprong. Zo waren er grote banken van de Platte oester en diverse verspreid liggende veenplaten en natuurlijke stenen. Veel daarvan is inmiddels verdwenen. Soorten die afhankelijk zijn van hard substraat zijn tegenwoordig aangewezen op scheepswrakken en ander door de mens in zee aangebracht substraat, zoals de fundering van windmolens. Zulke kunstmatige riffen fungeren als refugia voor bijzondere soorten en als kraamkamer voor vissen. Het zijn hotspots voor de biodiversiteit.
Stichting Duik de Noordzee Schoon houdt al jaren duikexpedities waarbij duikers stukken visnet, die dieren blijven vangen en verstikken, van de wrakken verwijderen. Tijdens de expedities gaan ook duikers met biologische kennis mee. Zo nu en dan worden zo soorten ontdekt die nog niet het Nederlandse deel van de Noordzee bekend waren. Onlangs werden de vondsten van vier zo ontdekte stekelhuidigen (Echinodermata) samengevat in het tijdschrift Nederlandse Faunistische Mededelingen (pdf; 6,1 MB). Deze soorten, drie zeesterren plus een zee-egel, werden voor het eerst aangetroffen op de natuurrijke maar kwetsbare Doggersbank. Ze zijn inmiddels als nieuw voor Nederland opgenomen in het Nederlandse soortenregister, waarbij ook Nederlandse namen zijn vastgelegd.
IJszeester: een nieuwe grote zeester
Iedereen kent de vaak oranjeroze Gewone zeester (Asterias rubens). Dit is een 'echte zeester', een dier zonder duidelijk lichaam, met vijf brede, geleidelijk smaller wordende armen. Vooral na een storm spoelen ze vaak aan. Van armpunt tot armpunt worden ze tussen de 20 en 30 centimeter groot (zelden tot 50 centimeter). Op 26 juni 2012 zagen duikers op een wrak op het Nederlandse deel van de Doggersbank voor het eerst exemplaren van een nog grotere soort zeester: de IJszeester (Marthasterias glacialis). Deze kan van punt tot punt wel 70 centimeter groot worden. De kleur is vaak grijsbruin tot groengrijs, soms geel of roodachtig, de armpunten zijn vaak paars. De armen zijn langer en dunner dan bij de gewone zeester en hebben grovere witte stekels in drie lengterijen, omgeven door grote kussens van tangachtige uitsteekseltjes (pedicellari). Verspreid liggen nog meer kleinere stekeltjes. Op het betreffende wrak, gelegen op een diepte van 20 meter, werden diverse IJszeesterren waargenomen. Ook bij latere duiken op andere wrakken in onze Noordee werden exemplaren aangetroffen (onder andere in september 2015 en juni 2017). De Nederlandse naam is al langer in gebruik en slaat onder andere op de wetenschappelijke naam en het watertemperatuurbereik van 10 tot 15 graden. De soort komt voor tot een diepte van ongeveer 180 meter en heeft een verspreidingsgebied dat loopt vanaf Scandinavië en IJsland tot de Azoren en Kaapverdische Eilanden.

Twee nieuwe brokkelsterren
Brokkelsterren vallen binnen de klasse van de slangsterren (Ophiuridae). Slangsterren danken hun naam aan de vijf langzaam smaller wordende buisvormige armen, die op afzonderlijk bewegende slangetjes lijken. Ze zitten vast aan een duidelijk herkenbaar lichaam in de vorm van een vrij platte, centrale schijf. Uit de Nederlandse wateren zijn meerdere brokkelsterren (slangsterren binnen de superorde Ophintegrida) bekend, waaronder de (gewone) Brokkelster (Ophiothrix fragilis) die onder andere algemeen in de Oosterschelde voorkomt en zijn naam dankt aan de makkelijk afbrokkelende armen. Die armen zijn bij brokkelsterren steeds bedekt met duidelijke rijen stekels. Dit is ook het geval bij de twee nieuwe soorten die duikers op wrakken op de Doggersbank aantroffen: de Zwarte brokkelster (Ophiocomina nigra) en de Mozaïekbrokkelster (Ophiopholis aculeata).

Zwarte brokkelster
Het eerste met zekerheid in de Nederlandse wateren aangetoonde exemplaar van de Zwarte brokkelster zat in een stuk visnet dat op 9 september 2015 werd verwijderd van een wrak gelegen op 29 meter diepte. De dag daarna troffen duikers deze soort ‘algemeen’ aan op een ander wrak, gelegen op een diepte van 43 meter. Ook bij andere duiken werden exemplaren gezien (onder andere in september 2015 en juni 2017). De vondsten op verschillende wrakken op de Doggersbank suggereren dat de soort plaatselijk algemeen is in het centrale deel van de Noordzee. De soort komt voor tot een diepte van ongeveer 100 meter bij watertemperaturen tussen 5 en 20 graden. De verspreiding loopt globaal gezien van westelijk Noorwegen tot de Azoren en de Middellandse Zee.
Mozaïekbrokkelster
Van de Mozaïekbrokkelster werd slechts één exemplaar met zekerheid gevonden en gedetermineerd. Dit dier werd levend aangetroffen in een stuk visnet dat op 9 juli 2019 werd verwijderd van een op 37 meter diepte gelegen scheepswrak. Het exemplaar werd gefotografeerd omdat het vanwege zijn bijzondere kleuring en patroon opviel tussen de vele gewone Brokkelsterren (Ophiothrix fragilis). Pas in 2024 werd het verzamelde materiaal nader bestudeerd en is het exemplaar met zekerheid gedetermineerd. Van deze circumpolaire koudwatersoort ligt de zuidelijke grens van het verspreidingsgebied in de noordoostelijke Atlantische Oceaan nabij de Britse Eilanden. De dieren kunnen tot duizenden meters diep leven. Mogelijk is deze soort in het Nederlandse deel van de Doggersbank algemener dan gedacht; er is nooit specifiek op gelet.
Determinatiekenmerken en verschillen tussen Ophiopholis aculeata en Ophiocomina nigra met andere Nederlandse soorten zijn te vinden in het al eerder genoemde artikel in de Nederlandse Faunistische Mededelingen (pdf; 6,1 MB).
Witpuntzee-egel
Op 9 september 2015 werd op een 30 meter diep gelegen wrak een afwijkende zee-egel verzameld om aan boord te fotograferen. De betreffende soort, Strongylocentrotus droebachiensis, wordt in het Engels ook wel Northern sea urchin genoemd. Zoals deze naam aangeeft is dit een circumpolaire koudwatersoort die de zuidelijke grens van zijn verspreidingsgebied bereikt in de noordoostelijke Atlantische Oceaan, ongeveer rond de Britse Eilanden. Hoewel in de literatuur enkele waarnemingen uit de centrale Noordzee en Nederlandse wateren genoemd zijn, konden die niet geverifieerd worden. Het exemplaar uit 2015 wordt daarom gezien als het eerste met zekerheid levend in onze Noordzee verzamelde dier.
Soms wordt voor deze soort de naam 'Groene zee-egel' (Green Sea urchin) gebruikt. Aangezien er behalve groene ook paarse en andersgekleurde exemplaren voorkomen, wordt nu voorgesteld de naam Witpuntzee-egel te gebruiken, naar de meestal witte uiteinden van de stekels.

Duiken in Nederland en de Noordzee. Duikvaker Beurs
Er wordt veel gedoken in de Nederlandse wateren. Vooral in Zeeland (Oosterschelde, Grevelingenmeer) maar ook elders. Sportduikers met kennis van het leven onder water doen regelmatig waarnemingen, volgen de toe- en afname van soorten en soortgroepen en doen nieuwe ontdekkingen, waaronder nieuwe soorten en verschuivende verspreidingspatronen. Op 31 januari en 1 februari is er weer de Duikvaker Beurs in Houten, waar duikend Nederland elkaar ontmoet. Ook Stichting ANEMOON en Stichting Duik de Noordzee Schoon zijn daar aanwezig. Het zou mooi zijn u daar te ontmoeten!
Meer informatie
- Artikel Vier nieuwe stekelhuidigen voor Nederland (Echinodermata) (pdf; 6,1 MB).
- De citizen science-projecten van Stichting ANEMOON.
- Duikvaker Beurs.
Tekst: Floor Spierenburg-Driessen, Waardenburg Ecology en Stichting ANEMOON; Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOON
Beeld: Martijn Spierenburg (leadfoto: een van de vier nieuwe soorten voor de Nederlandse Noordzee: de IJszeester (Marthasterias glacialis)); Martijn Spierenburg
Met dank aan de vele vrijwilligers van Stichting Duik de Noordzee Schoon.
